H. Familie (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Ja, ik moet bekennen, het is waar: Ik héb heimwee naar de Middeleeuwen, een tijd die reeds vér achter ons ligt, maar waarmee we, zeker als katholieken, in de kersttijd steeds weer nadrukkelijk geconfronteerd worden. Ik denk dan aan de vele kerstvoorstellingen die bij wijze van kerstwensen op de deurmat vallen. Ik denk aan de kerststal hier in de kerk en thuis. En ik denk aan de kerstliedjes die we in elk geval in de kerk nog zingen. Op mijn MP3-speler, ahum, staat een CD met Oud-Hollandse kerstliederen gezongen door Herman van Veen. Daar heb ik de afgelopen week met de sneeuw in de trein en ook gisteren nog, lopend door de historische binnenstad van Delft op weg naar mijn jongste zus waar "de familie" zich verzamelde; vele malen heb ik daarnaar geluisterd. Veel van onze kerstliederen en kerstvoorstellingen zijn middeleeuws of hebben middeleeuwse wortels en ik moet dus bekennen: Ik houd daarvan, ik heb er een "hang" naar. Waarom? Omdat die liederen en voorstellingen een kwaliteit hebben die je, die ík in elk geval in de huidige tijd vaak mis, een kwaliteit die ik "innig" zou willen noemen. Een ouderwets woord, innig. Het heeft te maken met "in", met: de binnenkant. "Innerlijk, inwendig, uit iemands binnenste" geeft het woordenboek als omschrijvingen en ook: vroom. In die oude liederen en voorstellingen kun je horen en zien: warme, gloedvolle liefde voor hetgeen of liever gezegd voor dégene die wordt of degenen die wórden afgebeeld en over wie gezongen wordt; liefde voor de pasgeboren Jezus, het "kindeke", voor Maria, voor Jozef, voor de herders, voor de engelen. "Devotie" is een ander, ook al zo ouderwets woord, voor die vorm van liefde. Devotie: "toewijding, opoffering", "wij willen geven, hart en geest en leven, venite adoremus." Je hart, je geest, je leven géven aan en voor Jezus, Maria, Jozef enzovoort. Kom daar maar eens om in deze tijd. Wie doet het nog? Wie waagt zich daar nog aan? Nee, zó hóóg geacht als in het kerstlied wordt de "Maged reine" niet meer, zo krijg je de indruk. Wie is daar nog mee bezig? Voor wie leeft dat nog? Wie lééft er nog echt met Jezus, met Maria, met Jozef? Wie staat met de verschillende personen die samen de Heilige Familie vormen nog in levendige betrekking? Wie communiceert daar werkelijk mee? Nou, wij dus. De kerkgangers, die zoeken dat op de één of andere manier denk ik. Maar gemakkelijk kun je jezelf daarin en daarmee, met een knipoog naar het evangelie van deze zondag, "een vreemdeling in Jeruzalem" voelen. Eilandjes van (pogingen tot) geloof temidden van een zee van ongeloof en onverschilligheid. Het klinkt misschien wat scherp en bitter, maar zo is toch wel onze positie als kerk en als christenen in de huidige samenleving. Zo beleef ík het tenminste.

 Wat moeten we ermee? Hoe daarmee om te gaan? Nou, ik zou zeggen: Laten wíj het in elk geval niet óók nog opgeven. Laten wij in elk geval het kostbare dat wij aan geloof hebben ontvangen én aan manieren om dat geloof voor onszelf en met elkaar vorm te geven; laten wij de grote kostbaarheid daarvan in elk geval koesteren en zo nodig opnieuw cultiveren. Het kan zijn dat we "dingen", geloofspraktijken, zijn vergeten of kwijtgeraakt waar je een vraagteken bij kunt zetten of dat achteraf gezien wel zo gelukkig is geweest, ja of wijzelf er gelukkiger van geworden zijn door bepaalde devoties met name los te laten. De regelmatige kerkgang, ook door de week, het bidden van de rozenkrans, de aanbidding van Jezus Christus in het Heilig Sacrament, het in gezinsverband samen zingen van kerstliederen en ander religieus reportoire passend bij de tijd van het jaar. Ik denk veelgeliefden: het zijn allemaal manieren om het heilig vuur in onze harten te voeden. En ik denk: die harten van ons hebben dat ook nodig, want gemakkelijk kunnen ze ook verkillen. Onze samenleving kan zielloos en kil zijn. Je hebt soms het gevoel: Ik mis iets. Het hart ontbreekt. Ook binnen een leefverband, tussen partners, binnen een gezin en een familie kan dat het geval zijn. Op zoek dus naar dat hart, naar die ziel en naar warmte. Ik denk: de traditie van ons geloof wijst ons daarvoor wegen aan. Met overgave kerstliedjes zingen bijvoorbeeld, de tekst werkelijk tot je door laten dringen en je erdoor laten meenemen zoals ook door oude en nieuwe kerstvoorstellingen. Misschien een goed idee voor de komende zondagmiddag of -avond: bekijk nog een keer heel aandachtig de kerstkaarten die U hebt ontvangen: de voorstellingen er op en wat de mensen er eventueel bij hebben geschreven. Volgens mij: als je het doet, dan warmt je hart zeker op.

 Vandaag vieren we het feest van de Heilige Familie, maar wonderlijk genoeg is er in het evangelie van deze dag juist van een beweging sprake van de familie wég. Jezus verwijdert zich van zijn ouders of liever gezegd: zij verwijderen zich ongewild en ongeweten van Hem, want Hij blijft achter in Jeruzalem. Hij moest in het huis van Zijn Vader zijn zegt Hij. Dat klinkt ook nog eens behoorlijk provocerend en gemakkelijk kunnen Maria en vooral Jozef door die woorden pijnlijk zijn geraakt. "Zij begrepen deze uitspraak niet" zo staat er veelzeggend in onze evangelietekst. Vervreemdt God, vervreemdt religie ons van ons soms van onze naasten? Is het niet soms een splijtzwam in gezinnen en families? Onmiskenbaar is dat soms het geval, ook in onze tijd. Jezus aarzelt echter geen ogenblik. Hij wéét waar en aan wie Hij prioriteit moet en wil geven. Voor Hem is dat: in Jeruzalem, bij Zijn Vader, God. God is op een nog dieper en wezenlijker manier Zijn oorsprong dan Zijn aardse vader en moeder, dan Maria en Jozef dat zijn. Bij God ligt ten diepste Zijn hart. Maar ik denk veelgeliefden: die terugtrekkende beweging van Jezus naar God heeft óók betekenis in de zin van: "reculer pour mieux sauter". Het is óók een zich terugtrekken op God om vervolgens beter in het leven te staan, om dat leven beter aan te kunnen. Wij horen hoe de twaalfjarige Jezus zich na deze grote crisis in het contact tussen Hem en Zijn ouders, zich toch naar hen schikte én dat Hij een wijs en volwassen man wordt, die steeds meer in de gunst komt bij God en de mensen. Ik denk: als het goed is, als je het goed dóet, dan werkt het inderdaad zó, dan maakt je devotie, dan maken je godsdienstige praktijken, dan maakt het je concentreren op God je tot een wijzer en volwassener en beminnelijker mens. Als het goed is, dan wint en groeit ons intermenselijk verkeer en contact daardoor - op de eerste plaats binnen het gezin, de familie of wat voor U of voor jou ook maar de binnenste kring is waarbinnen je jezelf of U Uzelf beweegt. Paulus, in de brief aan de Kolossenzen waaruit wij hoorden voorlezen, schrijft: "Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar (...) en laat de vrede van Christus heersen in uw hart. (...) Zing voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en geestelijke liederen." Als het goed is, veelgeliefden, dan ís er geen tegenstelling. Van God houden en van mensen houden, goed met God omgaan en goed met mensen omgaan, kerstliedjes kwelen en je hart, je geest, je leven en je bezit delen met wie je dierbaar zijn en zelfs met wie je minder goed kent. Als het goed is, dan gaat het samen, dan leidt het één tot het ander. Mogen wij ons ervoor inzetten. En moge het ons ook gegeven zijn. Amen.