Evangelieprikje 2015

We vieren dit week-end het feest van de heilige familie. Bij sommige oudere mensen vind je Jozef, Maria en Jezus terug als beelden, bewaard onder een stolp, op een goed zichtbare plaats. Ik weet niet of het zo is, maar als daar het beeld achter schuilt van een devote familie waarin het nooit eens ruzie was, dan heb ik het daar moeilijk mee. Die heilige familie heeft geleefd, ten volle, dat hoop ik ten minste toch en dus moeten we er geen foutloze mensen van maken. Net als in elk ander gezin zullen er wel spanningen geweest zijn, gelukkig maar. We kunnen niet vieren dat God mens geworden is om daarna meteen maar weer te doen alsof dat mens zijn eigenlijk maar een masker was voor die God. Kerstmis vieren veronderstelt volgens mij dat we echt geloven dat God in Jezus ten volle mens is geworden, met alle mogelijkheden en beperkingen vandien.

Dat er wel eens spanningen waren, kunnen we trouwens aflezen uit het evangelie van vandaag. Het is een evangelie dat we enkel bij Lucas vinden. Het is een verhaal dat zeer herkenbaar is voor ieder mens die kinderen heeft. Aan hen moet niet uitgelegd worden hoe erg het is op een bepaald moment te moeten constateren dat je kind verdwenen is. We kunnen ons dus wel voorstellen hoe angstig en paniekerig Jozef en Maria moeten geweest zijn toen ze opeens constateerden dat ze hun kind kwijt waren. Childe Focus zou Jozef en Maria best wel wat tips kunnen gegeven hebben hoe dat te voorkomen, ten minste als dit verhaal echt zou gaan over een kind dat verloren gelopen is. Maar gaat het verhaal daar echt over? Het vervolg laat uitschijnen dat Jezus de weg niet verloren was, maar juist zijn weg gevonden had. Het probleem was dat dit iets was wat Jozef en Maria niet gedroomd hadden voor hun kind. Misschien schuilt in deze confrontatie wel de echte sleutel om dit gezin uit het begin van onze jaartelling te ontdekken als een heilig gezin, een gezin dat heil brengt voor de gezinsleden en bij uitbreiding voor alle mensen die later in Jezus zijn gaan geloven.

Kahlil Gibran schrijft dat je kinderen je kinderen niet zijn. Eigenlijk is dit evangelie daar een concrete invulling van. Dat geldt trouwens niet alleen voor Jezus, ook voor kinderen van nu. Ik denk dat de meeste ouders dat beseffen, maar dat neemt niet weg dat het een moeilijk te aanvaarden waarheid is waar sommige ouders een leven lang mee worstelen. Ook Jozef en Maria worstelen daar mee, maar toch laten ze Jezus vrij. Uiteraard houden ze van Jezus. Die liefde kan veel gedaanten aannemen. Voor sommigen betekent het dat ze hun kinderen ten alle tijde willen beschermen, soms zelfs overbeschermen. Voor een ander betekent het dat het kind overladen wordt met cadeaus, al dan niet een subsistuut voor gebrek aan tijd en aandacht voor het kind. Bij Maria en Jozef toont het zich onder andere in het aanvaarden dat Jezus een andere weg wil gaan dan diegene die zij gedroomd hadden. Het is hoogstwaarschijnlijk geen compleet nieuwe weg, Jozef en Maria waren zelf ook gelovige mensen, volgens sommige bronnen zou Maria zelfs tot de “anawim” behoren, de zogenaamde armen van God die echt hun leven toevertrouwen aan God. Als je vanuit die spiritualiteit kan leven, is het ietsje makkelijker om te aanvaarden dat je kind kiest voor een godgewijd leven, maar het blijft een moeilijk gegeven omdat je zelf weet dat die weg niet altijd over rozen gaat en soms weerstand oproept.

Allemaal goed en wel, maar wat zijn we daar nu mee? Eerst en vooral kan deze familie in veel gezinnen als spiegel gebruikt worden: mag in ons gezin ieder zijn eigen weg kiezen? Dat betekent niet dat je als ouder je kind zijn gang laat gaan, je mag kritische vragen blijven stellen, uiteraard moet je je kind behoeden voor keuzes die zijn leven vernietigen maar altijd vanuit een dialoog van gelijken. Je wil opleggen is niet meer van deze tijd en wordt door jongeren ook niet meer aanvaard.

Ten tweede kunnen we ons vragen stellen over hoe belangrijk geloof is in onze gezinnen. Gelovige grootouders en ouders zitten vaak met de handen in het haar als het gaat over de geloofsbeleving van hun kroost. Er bestaan geen pasklare oplossingen op dit probleem. Het is gewoon een gegeven dat steeds minder jongeren kiezen voor het geloof. Oorzaken zijn velerlei, één er van is dat wij als saaie mensen overkomen die geen leven hebben. Gebrek aan interesse bij onze kinderen mag ons dus zeker niet beletten zelf te tonen en voor te leven dat gelovige mensen ook mensen zijn van vlees en bloed. Ook gelovigen willen ten volle leven, we willen niet onder een stolp geplaatst worden waaruit alle leven kan weggezogen worden. Ook een christen kan en moet van het leven genieten, kunnen lachen, kunnen vergeven, kunnen beminnen, .... Een gelovig gezin dat echt durft te leven en zijn tanden niet kapot bijt op pilaren is voor mij ook een heilig gezin. Ik erger mij soms aan het sérieux van veel gelovigen. Natuurlijk is geloof een serieuze zaak, maar we mogen het de paus – zeker deze paus – niet aandoen hem te beconcureren qua heiligheid en vroomheid. Het is toch erg dat sommige leerlingen van mij het raar vinden dat ik er gelukkig uitzie en dat ik veel kan lachen en doe lachen. Geloof zien als iets dat je gelukkig maakt en zin geeft in het leven, dat kennen ze blijkbaar niet. Wie nochtans het evangelie leest, weet dat Jezus tijd doorbracht in de synagoge, in de tempel, dat Hij zich vaak terugtrok om te bidden ... Stuk voor stuk dingen die oproepen tot navolging. Maar Jezus was ook altijd onderweg, tussen de mensen, ging vaak eten bij de mensen, ... Dat is een aspect dat sommige gelovigen wel eens uit het oog verliezen. Samenkomen met andere gelovigen is belangrijk, bidden is even onmisbaar als adem voor een gelovige, maar de kracht die je daaruit put is niet bestemd voor een exclusief publiek, het kan ingezet worden om “heil” te brengen in de ganse wereld. Want ook vandaag is een gezin dat zich inzet voor de samenleving, even hun eigen plannen daarvoor opzij zetten, een heilige familie.