De ware Heilige Familie

Feest van de heilige Familie                                                  30 december 2012

 

 

De ware Heilige Familie

 

Beste vrienden,

 

Als we de lezingen van vandaag horen zouden we kunnen denken dat ze speciaal werden geschreven om in te spelen op de veranderende familie- en gezinsverhoudingen in onze moderne samenleving. Ze geven de indruk dat ze de brave burgerlijkheid van vroeger terug zouden willen herstellen. Maar dat zou toch wel wat te gemakkelijk zijn. Jezus Sirach is een boek uit de wijsheidslitteratuur en werd geschreven in een tijd van toenemende invloed van de Griekse cultuur in Palestina. De auteur blijft trouw aan zijn eigen oude joodse tradities, maar staat wel open voor de waardevolle elementen van de andere beschaving. Het wil die nieuwe elementen plaatsen tegen de achtergrond van de Thora.

In de brief aan de Kolossenzen vinden we ook iets degelijks terug. De regels voor mannen en vrouwen, voor ouders en kinderen zijn helemaal niet revolutionair. Je vindt ze ook bij vele andere auteurs uit die tijd, ook heidense. Het nieuwe is dat de volgelingen van Jezus dit ervaren als leden van een heel nieuwe christelijke gemeenschap.

Dat de lezingen van vandaag geen pleidooi zijn voor brave burgerlijkheid, wordt vooral duidelijk in het evangelie. Jezus is twaalf jaar. De leeftijd waarop een jongen werd verondersteld volwassen te zijn en eigen verantwoordelijkheden moest kunnen opnemen. Jezus heeft toen waarschijnlijk in de tempel zijn ‘Bar mitsvah’ gedaan. Een initiatiefeest in de aard van ons vormsel. Voor het eerst mocht hij officieel voorlezen uit de Thora – en dat in de grote tempel in Jeruzalem. Een jongen op de drempel van de volwassenheid. Een puber die wel geeft om zijn ouders, maar die zijn eigen weg gaat en dat doet wat hij zelf belangrijk vindt; lezen uit de Thora en over de schriften discuteren met de aanwezige leraren en schriftgeleerden. “Ze stonden allemaal verbaasd over zijn kennis en inzicht”.

Daarna komen de verwijten van zijn moeder en de spraakverwarring rond het woord vader, want Jezus gebruikt 'Vader' in een andere betekenis dan Maria dat doet: en ten slotte bij de bezorgde ouders het onbegrip om het antwoord van de zoon.

Dit alles vraagt om een nauwkeurige lezing van de tekst. En dan merken we dat de grote thema’s van het Lucas evangelie in dit verhaal al worden aangekondigd.

Drie thema's vormen de kern: 'leven volgens de joodse traditie', 'Jezus als leraar' en 'het ware thuis van Jezus'.

De verteller schildert Jozef en Maria als godvruchtige joodse mensen die de wet van Mozes nauwgezet onderhouden. De opmerking dat ze jaarlijks voor het paasfeest naar Jeruzalem trokken, moet tegen deze achtergrond worden verstaan. Ze sluit aan bij het verhaal van de opdracht van Jezus in de tempel, waar de evangelist herhaaldelijk aanhaalt dat alles volgens de wet van Mozes gebeurt. Ook Zacharias en Elisabeth en Simeon en Anna worden naast Maria en Jozef als vrome wetsgetrouwe mensen voorgesteld.

Die verworteling in de joodse traditie is ook een kenmerk van de verkondiging van Jezus. Zijn verkondiging ligt volledig in de lijn van de profetische traditie van Jesaja, van Elia en Elisa. In het Emmaüs verhaal maakt Jezus zelf duidelijk dat zijn levenseinde overeenkomstig de Schriften is. Hij legt aan de leerlingen uit wat in de Schrift op Hem betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle profeten. Hij toont hen aan dat alles wat in de wet van Mozes, bij de profeten en in de psalmen over Hem geschreven staat, in vervulling moest gaan. De verkondiging van Jezus is zeker geen breuk met de traditie van het joodse volk, maar een voortzetting en voltooiing ervan. Het verhaal dat Lucas ons vertelt is niet alleen het verhaal van Jezus en zijn leerlingen, maar heel de bevrijdingsgeschiedenis van God met zijn volk. De verteller is er zeer mee begaan om te laten zien dat ook de ouders van Jezus vol overgave leven in dit plan van het komende Rijk Gods.

 

Een tweede zwaartepunt in het verhaal is het moment waarop Jezus te midden van de rabbi's zit, naar hen luistert, hen vragen stelt en hun vragen beantwoordt. “Allen die het hoorden, waren verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden”. Die opmerking benadrukt de wijsheid van Jezus, juist zoals de twee berichten waartussen het verhaal is geplaatst. Eerst het bericht dat Jezus opgroeide en steeds sterker werd, omdat Hij vervuld werd van wijsheid, en door God rijkelijk werd begunstigd. En achteraf de opmerking: “Jezus werd een wijs en volwassen man, die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen”. Vanaf het begin schildert Lucas Jezus zelf reeds als leraar. Niet minder dan veertien keer wordt Jezus in het evangelie van Lucas leraar of meester genoemd. Onderricht en verkondiging is een van de manieren waarop Jezus werken aan bevrijding gestalte krijgt.

Een derde punt is het gesprek tussen Maria en Jezus. Een gesprek tussen een moeder en haar puberterende zoon. Dat gesprek wordt gekenmerkt door misverstand en onbegrip. Het misverstand betreft het woord 'vader'. Wanneer Maria haar ongerustheid uitspreekt, heeft ze het over 'je vader en ik'. 'Je vader' staat met nadruk voorop. Daartegenover zegt Jezus dat Hij bij de dingen van zijn Vader moet zijn, waarbij Hij duidelijk een andere vader bedoelt dan Maria. Op dat moment gaat het voor Hem niet over die lijfelijke vader uit vlees en bloed, waar hij zielsveel van houdt, maar om die Vader met een grote V in de hemel, waar hij zijn hele leven aan heeft toegewijd. De jonge Jezus voelt aan dat Hij zijn eigen weg moet gaan want het gaat om wat Hij doet en wie Hij is. Vanaf de aankondiging aan Maria schildert Lucas Jezus als Zoon van God. Twee keer wordt Hij door God zelf Zoon genoemd. Jezus staat tegenover God als een Zoon tot zijn Vader.

Wie Jezus is, wordt bepaald door die verhouding tot God. Bij die hemelse Vader is Jezus thuis, daar is hij te vinden. Het misverstand tussen Maria en Jezus laat zien wie Jezus is, en dat zijn identiteit wordt bepaald door zijn persoonlijke verhouding tot God.

De ouders van Jezus begrijpen zijn uitspraak niet. Daardoor blijven de laatste woorden van Jezus als het ware hangen, en kunnen ze inwerken op de lezer. Met de gegevens uit de voorafgaande verhalen kunnen wij het misverstand ontrafelen, en ontdekken wie Jezus werkelijk is en waar Hij werkelijk thuis is.

Heeft dit verhaal nu nog wel met het feest van de heilige Familie te maken, nu er zoveel vragen zijn gekomen bij het verband tussen Maria, Jozef en Jezus?

Voor Jezus gaan familiebanden duidelijk veel verder dan bloedverwantschap. Hij heeft ongetwijfeld zeer veel van zijn lijfelijke vader en moeder en van zijn broers en zussen gehouden, maar het begrip familie werd door hem anders gedefinieerd en uitgebreid. Tussen al diegenen die zich verbonden hebben aan het woord van God ontstaat een nieuwe familieband; Iedereen die zich, zoals Jezus, als kind van God bij God thuis weet en bij Hem wil zijn behoort tot zijn familie. In die familie zijn alle leden broers en zussen van mekaar en ook voor mekaar verantwoordelijk. Dat is de echte en ware heilige familie, omdat het de familie van God is. En bij die familie kunnen ook wij allemaal behoren.    Amen

 

Ref: Kerugma