Kerstmis (2009)

Het Woord is vlees geworden.
Wie in De Grote van Dale het trefwoord Woord opzoekt, verbaast zich over wat daar allemaal ter sprake komt!
Ik houd het eenvoudig: een woord is een klank met een betekenis, of geschreven tekenen met een betekenis.
Heel lang, zolang mensen konden spreken, heeft er een woord bestaan dat HET WOORD was: god, of goden, want ze waren er in soorten en in maten, heel menselijk, en met eigen werkzaamheden: de een hield zich bezig met donder en bliksem, een ander zag toe op wijnbouw, het drinken van wijn en de gevolgen er van. Meestal was er een topgod, de baas over een heel leger lagere goden, maar allemaal "goden", met eigen tempels en grondpersoneel. En je was dikwijls uren met een of meer van hen bezig: thuis, op het werk, in de oorlog, bij de liefde, om maar zeker te zijn van hun goedkeuring.
Rond 600 v. Chr. ging een kleine stam in het Midden Oosten anders om met dat woord. Zij hielden het op een enkele god, die voor alles stond, van begin tot eind, met een naam zo heilig dat die niet eens mocht worden uitgesproken.
Dat ging ver uit boven al die goden en godinnen, hogere en lagere. In die ene god, nu met hoofdletter, kwam alles samen dat voor mensen heilig, belangrijk, vitaal en levengevend was. Dat was het einde van goden en godinnen. Nu was er één God. En dat was het begin van de drie grote monotheïstische godsdiensten, Jodendom, Christendom en Islam.
"Het Woord is vlees geworden." Dat zijn woorden uit het begin van het evangelie van Johannes. Eeuwenlang waren zij zowat de laatste woorden van iedere heilige mis.
We mogen die formule verstaan als God is vlees geworden en hier op aarde gekomen en heeft als mensen tussen mensen geleefd. De God met wie zij vertrouwd waren, liet zich nu in zijn ware gedaante zien: niet meer bezorgd om het beloofde land, het rijk Israël, hij vroeg geen aandacht voor allerlei gedetailleerde wetten en voorschriften, die eindeloos werden uitgebreid. Hij sprak over bevrijding, over barmhartigheid, en compassie, niet over macht en veroordelen. Hij nam de Gouden Regel over die al veel langer bestond: "Wat gij wilt dat andere aan u doen, doe dat ook aan hen". In die weinige woorden was daarmee van nu af alles opgeslagen dat profeten en wetboeken tot dan toe hadden opgelegd.
Het woord is vlees geworden, niet dat God is mens geworden in Jezus. Maar wel dat in Jezus het goddelijke, dat Heilige Woord, openbaarde wat haalbaar is voor alle mensen; eten en drinken, gerechtigheid, veiligheid, vrede, liefde, allemaal dingen altijd en overal te realiseren.
Zoals de dichter Nijhoff schrijft: "Mijn woorden, stijgend, zingen zich los van hun betekenissen."
Jezus zong zich zelf en daarmee alle mensen, los van dat heilige, onuitsprekelijke woord "God" en legde in onszelf een heiligheid bloot die ons verzoent met ons menszijn. Daarmee zijn we losgekomen van die onmogelijke en onverbiddelijke god en is goed menszijn een totale opgave geworden. Dat vieren we vandaag.