Kerstgedachten (2009)

Weet U,
ik heb een fantastisch idee om veel mensen in de kerk te krijgen. We maken een pretpark in de kerk met hier een kabelbaan en daar een reuzenrad en ook een achtbaan; die kan hier mooi de hoogte in. Reken maar dat ze zullen komen!
Ik heb nog een idee: een ouderwetse "donderpreek". Daar zitten veel mensen op te wachten. Van potver hier en ginder. De kerk weet precies hoe het moet. Mensen hoeven niet meer zelf na te denken. Dat waren nog eens tijden. Je zult zien: de mensen komen vanzelf weer allemaal naar de kerk.

Nog een idee: één of liever nog twee tennisvelden op het kerkplein. Dat brengt mensen bij elkaar. We sluiten een leuk contract met de plaatselijke tennisverenigingen. Wat tafeltjes en stoeltjes moeten er natuurlijk ook bij. Dat gaat lopen hoor! De kerk stroomt weer vol.
Ik heb er nog één: We nodigen op zondag een prachtige zangeres uit. Misschien kan ze ook een liedje zingen dat iets met de liefde te maken heeft, want dan is het geheid een kerkliedje. We laten haar sponsoren door een degelijke bank. Die willen dat vast wel als ze wat reclame mogen maken. Daar kunnen we natuurlijk gemakkelijk voor zorgen. We reiken ook prijzen uit op die zondag. Dat nodigt ook uit om te komen. En kaartjes. We doen kaartjes net als vanavond, maar we delen ze niet uit vanwege de veiligheid hier in de kerk, maar we gaan ze verkopen, want vol zal het gegarandeerd worden.

Het kindje in de kribbe had ook een idee, maar die wilde dat nooit dwingend opleggen, die wilde alleen een richting aangeven, want mensen moesten zelf gaan ervaren, beleven en voelen, diep van binnen, dat het goed was. Het hoefde van Hem echt niet groots en duur en zeker ook niet commercieel: een klein stalletje was meer dan genoeg. Hij hoefde geen koningszoon te zijn, maar werd het kind van een arme timmerman en zijn vrouw. Net daardoor werd hij tegelijk ook kind van God genoemd. Iedereen dacht -ook toen- over God als een grote tovenaar ergens hoog boven de wolken, maar het Kerstkind sprak over een lieve vader, een papa: abba. Hij sprak over God die liefde is, heel dichtbij. Hij sprak ook over mensen, die probeerde zijn woorden te laten zien in daden: In een barmhartige Samaritaan, in een buitenlandse vrouw bij een waterput, in een arme weduwe, die het laatste penningske dat ze had weggaf aan de armen, in een vrouw die alleen maar de zoom van zijn mantel even hoefde aanraken.

Klein, eenvoudig en liefdevol. Dat was zijn boodschap. Maar het liefst dondert de commercie, de kerk en de samenleving er met donderend geweld overheen met allerlei ideeën, die ze je met dwang willen opleggen. Het Kerstkind niet.
Dat komt voor jou, voor u, voor mij, voor ons: klein liefdevol, barmhartig. Nee, niet om de wereld te veranderen, Nee, niet om al die grote kathedralen vol te krijgen maar omwille van ons zelf. Dat is heel wat: een fantastisch begin. Dan wordt het Kind opnieuw geboren in U in mij in ons.
Zalig kerstfeest