Jammer voor de keizer (Kerstmis, nacht)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De keizer had er niets van gemerkt. Het was ook maar een onooglijk detail: in een uithoek van zijn rijk werd een kind geboren. In armoedige omstandigheden. Een staatsman kan zich daar niet mee bezighouden. En wat voor een staatsman! Keizer Augustus werd als een god vereerd: divus Augustus. Daar was reden voor. Onder zijn bestuur kende het Romeinse Rijk vrede en voorspoed zoals nooit voorheen. Het hoeft geen verwondering te wekken dat de hoogste verwachtingen en eerbetuigingen naar hem uitgingen. Iedereen keek naar hem op.

Van de pasgeboren jongen die daar in doeken gewikkeld in een voerbak lag, werd gezegd dat Hij de echte Vredevorst zou zijn, de Redder, de Wonderbare Raadsman. Niemand kon het weten, in die nacht, op die verloren plek. Daar waren alleen wat herders in de buurt. Zij wisten waarschijnlijk niet eens dat er zoiets als een keizer bestond. Van de vrede die hij bracht, voelden zij in hun armtierige bestaan allicht niet veel. Ze waren ook letterlijk ‘van geen tel', ze werden niet eens meegeteld bij die volkstelling. Zij vernamen dat er in hun nabijheid een kind geboren was. Zij moesten leren kijken om het ook echt te zien: in doeken gewikkeld en neergelegd in een voerbak. Daar ga je spontaan geen vorsten zoeken. Vredevorsten nog wel. Die herders waren eenvoudig genoeg om naar die plek te gaan kijken en zich te verheugen over de komst van die heel andere Vredevorst.

Keizer Augustus komt verder in het verhaal nog nauwelijks ter sprake. En dat is erg voor hem. Stel dat hij in de evangeliën nog regelmatig was opgedoken en dat Jezus zich tegen hem had gekeerd. Dan zou de keizer tenminste nog als tegenspeler enig belang gehad hebben. Dat werd hem echter niet gegund. Het pasgeboren kind zou zijn eigen weg gaan, sterven en verrijzen, en erkend worden als ‘Vredevorst-voor-altijd'.

Niemand kon het weten. Toen, in die donkere nacht, op die vergeten plek. Toen. Maar sindsdien is het anders geworden. Wij kunnen ons niet meer verstoppen achter een onooglijk detail in de wereldgeschiedenis. Met de herders hebben we geleerd een heel andere kant op te kijken: naar een kind, in doeken gewikkeld en liggend in een voerbak. De echte vrede kun je voortaan niet meer van de keizer verwachten. Al goed als de keizer geen onherstelbare schade aanricht door misbruik te maken van zijn macht. Al goed als de keizer kan zorgen voor een goed-georganiseerde samenleving, die niet al te onrechtvaardig is. Jezus zal nog wel zeggen dat aan de keizer moet gegeven worden wat hem toekomt. De belastingen met name. Maar niet de goddelijke eer. De divus Augustus is onttroond. Onze hoogste verwachtingen gaan niet langer naar hem uit. Sinds die nacht is onze kijkrichting veranderd: van de top van de wereld naar een onooglijk plekje in een uithoek van het keizerrijk. Naar een detail waar een echte staatsman geen acht op slaat. Hij is alleen geïnteresseerd in grote getallen.