Kerstmis 2006 Ik ben bij je

DE GROTE VRAGEN:
Toen ik mijn veertigjarig priesterfeest vierde
zeiden allerlei mensen tegen mij:
‘het zal wel moeilijk geweest zijn al die veranderingen
die je meemaakte in de kerk.'
Ik aanhoorde al die opmerkingen altijd met enige verbazing.
Waarom is dat moeilijk? Alles verandert toch altijd in het leven.

Zou het geloof dan een soort reservaat moeten zijn
waar alles stil is en nooit iets gebeurt?
Het heeft mij altijd gefascineerd hoe mensen in alle tijden bezig zijn en blijven met het geloof.
Ook tegenwoordig natuurlijk.
Neen, ik bedoel het niet zo vaag als: ‘ik geloof wel in iets.'
Want zo'n iets kan er zijn of niet zijn.
Het heeft geen invloed op je bestaan.
Neen,
ik merk dat mensen allemaal bezig zijn met de grote vragen.
Waar leef ik voor? Heeft het zin dat ik besta?

WAT WE MEEMAAKTEN
In deze kerk maakten wij in het afgelopen jaar
naast allerlei feestelijke huwelijksvieringen
dopen en zondagsvieringen
ook vele uitvaarten mee. Van enkele breng ik u
als bezoekers van deze kerstvieringen op de hoogte.

Er was een vader van 59 jaar die aan kanker zou sterven.
Hij had veel (terechte) kritiek op de kerk.
Maar toen hij terugkwam uit het ziekenhuis
hoorde hij de klokken luiden en schoof naar binnen.
Hij kreeg zijn geloof weer terug.
Zijn zeer kritische kinderen begrepen maar moeilijk
dat hij weer naar die kerk
waar hij zoveel kritiek op had geuit
terugwilde.

Kort daarvoor was hier de uitvaart van een jonge vrouw,
41 jaar, moeder van vier kinderen,
talloze medeouders,
kinderen en medewerkers van hun school waren in de kerk.
Samen waren we een beetje sterker.

De vier kinderen en hun vader doen hun best verder te leven.
De kinderen speelden in de kinderviering van vanmiddag
Jozef, Maria, herder en koning, u las het misschien in het buurtblad.

De week daarop was er de uitvaart van een opa-weduwnaar
die naar jonge mensen luisteren kon.
Ik heb nog nooit een uitvaart meegemaakt van zo'n oude man
die zoveel jeugd om zich heen had verzameld.
Een allemaal doodstil. Ter ere van die oude man,
maar ook allemaal aandachtig luisterend
naar antwoorden op de vraag
die ik net noemde: waar leef ik voor?
Heeft het zin dat ik er ben?

DE BIJBEL
En altijd weer komen we dan dichterbij de kern van het geloof
als we gaan luisteren naar de boodschap van de oude
joods-christelijke geschriften, de Bijbel.
De Bijbel, geen systematisch handboek van het geloof -
gelukkig maar, zeg ik,
al stelt dat sommige mensen met een overdreven gevoel
voor orde en netheid teleur -
maar een groot en veelkleurig document van menselijk zwoegen,
van angst en twijfel, van mistasten en tot inkeer komen.

Van steeds weer afdwalen,
maar ook van steeds weer opnieuw op weg gaan
en je aangesproken weten
door de woorden van oudsher,

en zo eigenlijk door die Ene hoofdpersoon van het boek:
God die in gesprek gaat met mensen,
ze roept en uitdaagt om antwoord te geven
en hun leven te veranderen.

Het is een groot dramatisch verhaal
over een volk dat in alle verwarring
toch wil leven vanuit het echte,
vanuit het geloof dat het voor Iemand staat
die ze de ENIGE noemen.

Er zijn verhalen bekend van mensen
die het niet meer zien zitten.
We horen bijvoorbeeld vertellen
dat de profeet Elia in plaats van uit preken te gaan
onder een struik gaat liggen
en zegt: van mij hoeft het niet meer.
Maar dan wordt hij aangestoten door een bode van God:
‘vooruit, ga verder, IK BEN BIJ JE.'

HET HEDEN

Je leest het overal: de kerken lopen leeg
maar dat is gelukkig niet waar.
Zeker, mensen komen niet meer omdat het moet
maar omdat ze zelf willen.
En niet iedereen wil iedere zondag.

Wel zijn er sinds enkele jaren
steeds meer jonge mensen die zichzelf
of hun kinderen aanmelden
voor de doop,
deze kerst zijn er vier.

Of jonge mensen, zoals in deze dienst
die weer echt werk willen maken van hun geloof:
mensen die zich willen laten vormen
om helemaal klaar te zijn een gezin te gaan stichten.

Neen, getalsmatig is er nog geen vooruitgang
er vallen nog steeds mensen af,
ze hebben de kerk dan even niet nodig.

Maar tegelijkertijd komen er steeds weer mensen bij,
vaak ook mensen die helemaal niet uit een kerkelijk nest komen.

Zij ervaren het geloof als een kracht
die hun leven kan vernieuwen.

HET BROOD DES LEVENS
Vanavond zijn we eigenlijk op visite in Bethlehem:
de naam van dat plaatsje betekent: HUIS VAN BROOD.

En dat is heel toepasselijk.

Zei Jezus, toen hij groot geworden was
niet tot zijn vrienden:
‘IK BEN HET BROOD DES LEVENS.'

IK BEN HET BROOD DES LEVENS....

Hij, de Zoon, Jezus van Nazareth,
roept niet alleen maar wat mooie woorden uit.

Hij wijst niet alleen met prachtige adviezen de weg
zoals wijze goeroes dat ook zo prachtig kunnen,
maar op de lange tocht is Hij ZELF dichtbij
als het brood dat je opeet en in je opneemt.

De nieuwe gelovigen
en ook de gelovigen van huis uit
zoals de meesten van ons zijn
mogen dat deze nacht hopelijk weer ervaren.

Zei Hij ook niet:: ‘Waar twee of drie in mijn naam bij elkaar zijn
ben ik in jullie buurt.'

Het lijkt op de nabijheid van een vriend of vriendin
die achter je staat: die je leven leefbaar maakt
en die de gewone weg van dag tot dag glans verleent.

Maar de vriend of de vriendin blijft toch ook een ander,
een vreemde. Hij of zij heeft een eigen gedachtenwereld,
eigen zorgen en verwachtingen.

Je kunt je naaste heel nabij komen
maar tot het diepste in de andere mens heb je geen toegang.

Als het over Jezus (die ons levensbrood wil zijn) gaat
is dat anders.

Hij ziet mij aan met het oog van de Schepper,
Hij kan doordringen tot op het punt waarop mijn bestaan begint.

Hij heeft niets achter gehouden,
Hij gaf Zichzelf voor het leven van de wereld.

Niets leidt Hem af:
Hij kan totaal aanwezig zijn in ons bestaan
zonder enige beperking.

ONZE EIGEN REACTIE
We kunnen ons ons eigen leven voorstellen
als een schakeltje in een lange reeks.
Dan zijn wij niets meer dan één moment
in een biologische keten en zijn wij als individu
weinig verschillend van andere levende wezens.
Maar in dit natuurgebeuren BREEKT HIJ IN.

En wanneer een mens HEM in vrijheid opneemt en aanvaardt
houdt de mens op een natuurproduct te zijn.
Wij worden op een nieuwe wijze mens,
we worden op een nieuwe manier levend.
Het lot en het noodlot hebben niet meer het laatste woord;
ja zelfs de dood kan ons, vernieuwde mensen, niet meer raken,
want Hij neemt ons op in de onverwoestbare intimiteit
van Zijn eigen leven.

SLOT
De mens die het met Hem verder waagt
sluit de ogen en stort zich in de handen van Hem die heeft gezegd
IK ZAL ER ZIJN.

Han Fortman voegde daar ooit aan toe:
‘ze sluiten hun ogen
omdat en opdat ze zullen weten,
dat als de nacht gevallen is,
het ware Licht zal opgaan en zal blijven stralen,
heel hun leven door,
ja zelfs door de dood heen, VOORGOED!'
Zalig kerstmis en alle goeds, u jullie allemaal in 2007. AMEN.