Geloof en politiek

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Jeremia was een profeet tegen wil en dank. Zo waren de echte profeten allemaal. De ‘onechte' profeten profeteerden graag, wat pretentieus is en niet al te verstandig. Zo was Jeremia dus niet. Hij was een echte!

Wat doet nu een profeet? Hij gelooft in Gods toekomst. Hij ziet als het ware de blauwdruk van Gods droom en dat leidt hem in zijn analyse van het leven. Hij is daarom de mens die de dialoog aandurft met de werkelijkheid. Hij durft zien, oordelen en... spreken. En daarbij is hij niet selectief. Er is voor hem geen zone die neutraal is: hij ziet wat er te zien is. Dat kan het onrecht zijn van de rijken, dat kan het formalisme zijn in de tempel, dat kan ook het politieke bestel zijn. Zelfs koningen ontziet hij niet als het moet. Hij doet dat allemaal wel met een klein en benepen hart. Hij zou allicht liever een ander beroep hebben gekozen... Hij kan bang zijn. Soms is hij zelfs geneigd tot lafheid, maar als hij een ‘echte' is, luistert hij ook dan nog naar God. Dat gebeurt ook hier in deze verzen.

Jeremia heeft dus te maken met notabelen en met een koning. Hij heeft echter vooral te maken met Jahweh God. Wat is hier aan de hand? Jeremia moet weg omdat de notabelen dat willen. Hij is subversief. Hij heeft gezegd, dat de koning en zijn rijk zullen uitgeleverd worden aan Babel. Als dat ooit gebeurt, hebben de notabelen, de edellieden geen zin meer. Waarom hebben ze dan nog soldaten? Hoe kunnen ze nog vechten als het toch een verloren strijd is? Jeremia moet dus weg. Dan zwijgt zijn mond. Daarop gaan de notabelen naar de koning. Sidkia heet die man. Hij is een zwakkeling. Hij geeft zomaar toe aan de adel van het volk. Hij geeft hun een reden, een motief om verder te vechten: verwijder Jeremia. Dan moeten we zijn waarheid niet meer aanhoren. Daarop gooien ze Jeremia in een put vol modder. Wel een grove manier om iemand te elimineren en precies niet de smakelijkste plaats om te sterven. Jeremia was niet voor niets bang.

Maar zie, een vreemdeling, een Ethiopiër, komt bij de koning de redding van Jeremia bepleiten. Ook een notabele? In ieder geval een hofbeambte. En de koning geeft opnieuw toe en zo wordt Jeremia gered.

Tot daar lezen we niets nieuws. In elk dagblad kan je dit soort kronieken lezen. Mensen chanteren, de machtigen op de knieën krijgen, de gevaarlijke figuur die de waarheid weet, uitschakelen, het gebeurt inderdaad elke dag. Dat is op zich geen aandacht waard.

Het enige interessante punt is, dat de profeet zich aan de politiek waagt. En dat hij dat doet in Gods Naam. Wij zijn daar zeer allergisch voor geworden. Ons verleden heeft ons op dat punt wel enkele lessen geleerd... Toch is het een gevaarlijke bekoring als de godsdienst alleen met het godsdienstige en het sacrale bezig mag zijn. Dan worden we met heilige liederen in de mond verraders van Gods liefde voor de mens. Dan doen we precies wat God onmogelijk kan willen: dan vergeten we de mens die slachtoffer is van de politiek, van de machtigen der aarde. Misschien zijn die machtigen zelfs dienaars van de Allerhoogste en van Zijn glorie. Misschien lopen ze zelfs voorop in onze processies en staan ze op de eerste rij in onze tempels. Mensen als Jeremia doorzien de leugen van dit vertoon. Zij zien wat hier getoond wordt maar ze zien ook wat hier toe gedekt wordt: het vergeten van de arme en de kleine mens.

Waar de politiek dit spel speelt, is er een Jeremia nodig of een Romero. Of een protestzanger die ook door de modder wordt gesleurd. Dat wij bang zijn, dat is begrijpelijk maar lafheid siert ons niet.

Dan worden we meer Sidkia dan Jeremia, meer koning dan profeet, En dat is al eeuwenlang de tragedie geweest waar God Zijn volk wil voor behoeden.