20e zondag door het jaar C - 2007

Een plaats in Jerusalem, die destijds bij een bezoek aan die stad, erg veel indruk op mij heeft gemaakt, dat was de plaats, waar het huis van de hogepriester Kajafas gestaan moet hebben. Daarheen was Jezus overgebracht, nadat Hij 's avonds in de Hof van Olijven was gearresteerd. Op die plaats staat nu een kerk met de naam Sint Petrus in Gallicantu (hanengekraai), een naam die herinnert aan de verloochening door Petrus van Jezus, daar bij het huis van Kajafas, waarna de haan kraaide (Lc.22,6). Tot de volgende ochtend werd in Jezus in het huis van Kajafas gevangen gehouden. Die laatste nacht van zijn leven heeft Jezus moeten doorbrengen in een ondergrondse cisterne, die onlangs weer teruggevonden is. Het is een groot waterreservoir, dat onder het huis van Kajafas in de rots was uitgehouwen. Als er geen water in stond, werd zo'n cisterne ook als gevangenis gebruikt.

De eerste lezing, die we daarstraks gehoord hebben, deed me daar aan denken. Daarin werd verteld, hoe ook de profeet Jeremia in zo'n lege waterput werd opgesloten. En als we nog wat verder terug gaan in de bijbelse geschiedenis, dan herinneren we ons, dat ook Josef, de lievelingszoon van Jakob, in zo'n lege waterput gestopt werd door zijn jaloerse broers. Juist zoals Jezus en Jeremia had ook Josef een boodschap verkondigd, die zijn gehoor irriteerde.

Jeremia had zich bijzonder impopulair gemaakt bij de gezagsdragers in het toenmalige Jerusalem. De stad stond onder zware druk door een dreigende aanval van de Babyloni