20e zondag door het jaar C - 2007

Het eerste liedje dat de Vlaamse popgroep Clouseau op plaat zette, was "brandweer". Dit liedje gaat niet over spuitgasten, zoals de titel laat vermoeden, maar is een woordspeling. Wie het lied beluistert, hoort hoe Koen, toen nog met wilde haardos en een jeans die aan zijn benen kleefde, zingt: "ik brand weer van verlangen". Ik heb zo de indruk dat Jezus dit ook had kunnen zingen: ook Hij brandt (weer) van verlangen om te kunnen doen waartoe Hij geroepen is: Gods liefde voor alle mensen, in het bijzonder voor de armen en kleinen, openbaar maken. Je zou verwachten dat zo'n boodschap alleen maar bijval kent, maar dan ken je de mens nog niet. Sommige mensen hebben hun leven gebouwd op een status van macht en bezit die ze verkregen hebben door juist andere mensen arm en klein te houden. Voor hen is dit geen blijde boodschap, integendeel. Dat is allemaal zeer begrijpelijk, maar in deze tijden dat pluralisme hoog in het vaandel gevoerd wordt, lijken de woorden uit het evangelie vandaag bijzonder zwaar en hard, of toch niet?

Jezus begint met te zeggen dat Hij vuur komt brengen (of in de nieuwe vertaling: een vuur komt aansteken). We hoeven dit natuurlijk niet letterlijk te nemen, Jezus is niet een soort patroonheilige van pyromanen die bossen in brand steken. Vuur was in het begin van onze tijdsrekening nog iets wonderbaars, in het OT wordt vuur gebruikt om de aanwezigheid van God uit te drukken, denken we maar aan de brandende braamstruik, de vuurzuil, ... In het NT wordt vuur zelfs in verband gebracht met de heilige Geest. Maar zoals het echte symbolen past, heeft ook vuur nog andere betekenissen. In bijvoorbeeld Jes. 66, 15-16 duidt vuur niet alleen op de aanwezigheid van God, het duidt ook het oordeel aan, zelfs de toorn van God. Het is waarschijnlijk in deze betekenis dat we "vuur" hier mogen begrijpen: als teken van het eindoordeel, als een "zuiverend" element. Eigenlijk zegt Jezus dus dat Hij het vuur van het eindoordeel - of misschien beter van een nieuwe tijd - is komen aansteken. Bij het eindoordeel zal er een onderscheid gemaakt worden tussen hen die in Christus geloven en hen die er niet in geloven. Zelfs dat laatste klinkt hard in onze pluralistische oren, maar was heel gewoon voor die tijd. Toen al, en het is nu niet anders, waren er voor- en tegenstanders van religie en godsdienst. Vlaanderen komt uit een tijd dat iedereen gelovig was en dit probleem zich niet stelde. Later kwamen er kinderen die het geloof van hun ouders niet meer overnamen (nu zijn er zelfs kinderen die gelovig zijn zonder dat de ouders het zijn) , maar dat leidde, gelukkig , zelden tot ruzies: iedereen was vrij om al dan niet te geloven. Voor de sfeer in de familie is dat goed, maar soms doet het mij vragen stellen over het geloof van de gelovigen. Waarom zegt Jezus dat Hij verdeeldheid komt brengen? Omdat wie echt voor Jezus kiest andere keuzes maakt, andere accenten legt in het leven dan iemand die een ander leven leidt. Wie echt christelijk probeert te leven, zal vroeg of laat botsen met anderen. Waarom? Gewoon, omdat wij de samenleving en de zekerheden waarop ze gestoeld zijn, in vraag stellen met onze levenswijze. In een maatschappij waar presteren en geld verdienen, samen met een goed georganiseerde lichaamscultus zin en betekenis geven aan het leven van veel mensen, is een bende die wil loskomen van bezit en vooral tijd besteedt aan het innerlijke, op zijn minst een rare, voor velen zelfs een verdachte bende. En zo kunnen er conflicten uitbreken, niet zo erg als wat met Jeremia in de eerste lezing gebeurde, maar toch ...

Het siert ons "verlichte" samenleving dat ze open staat voor verschillende levensbeschouwingen en/of godsdiensten. Problemen zoals die er waren in Jezus' tijd door de wrijvingen tussen orthodoxe joden en anderen die wel heil zagen in die nieuwe leer, om dan nog maar te zwijgen over de discussies die er ontstonden toen ook heidenen zich tot het christendom bekeerden, zijn in Vlaanderen niet bestaand. Vandaag zijn die wrijvingen tussen godsdiensten er minder, een extreem islamitische of christelijk opstootje niet meegerekend. In de Vlaamse Kerk is menig gelovige zelfs zo tolerant dat je je kan afvragen wat christen-zijn nog betekent voor die persoon. Er zijn talrijke voorbeelden van mensen die zeggen te geloven in een persoonlijke God maar die geen nood hebben aan gebed en het regelmatig bijwonen van de eucharistie. Nochtans zijn het bij mijn weten echt alleen de stervoetballers die goed kunnen spelen zonder ooit naar de training te gaan. Er zijn heel wat redenen voor wat er zich bij veel mensen afspeelt op geloofsgebied, maar veelal kan men het terugbrengen tot het geloof zelf. Veel mensen die afhaken van de Kerk doen dat omwille van enkele morele standpunten die men moeilijk kan slikken of juist omdat men geloof enkel ziet als een moreel denkkader en niet als een manier van leven of nog beter: een Bron van waaruit men als een beminde Gods mag leven. Ik kan me inbeelden dat Jezus dus ook vandaag het vuur van het echte geloof zou willen aansteken: niet het geloof van morele wetten die je leven beknotten maar een geloof dat spreekt van een God die als een verliefde puber alles geeft voor ons, mensen. Pas als men van dat laatste doordrongen is, wordt godsdienst heilzaam, genezend en zal dat automatisch leiden tot een andere levensstijl. Het oude geloof van de Wet maakt plaats voor een godsdienstbeleving die men nooit ten volle kan begrijpen omdat het om een liefdesrelatie gaat. Wie dit "licht" in zijn leven heeft zien doorbreken, wordt enthousiast en zal iets uitstralen dat aantrekkelijk en uitnodigend is. Het zijn die enthousiastelingen die de Kerk vandaag nodig heeft om het evangelie te laten weerklinken in de taal van het leven van vandaag. Dat zal soms weerstand oproepen, maar dat is dan maar zo ... Ons geloof is niet iets waarover we ons moeten schamen. Willen we thuis allemaal eens oefenen met vijf keer na mekaar te zeggen: "ik ben christen en ik ben daar fier op". Genoeg blijven herhalen tot je enthousiast wordt, maar niet zo veel keer dat je begint te zweven, niet meer met de voeten op de grond staat en verandert in een extremist. Die brengen geen verdeeldheid, enkel haat en dood.