20e zondag door het jaar C - 2007

Zusters en broeders,

Een van de belangrijkste stappen in de evolutie van onze oervoorouders was het moment waarop ze een paar miljoen jaren geleden rechtop zijn gaan lopen. Dat gaf hun het voordeel dat ze verder konden kijken, zodat ze mogelijke vijanden of prooien ook sneller konden lokaliseren. Een ander, wellicht nog veel belangrijker voordeel was dat ze hun handen onafhankelijk van hun andere ledematen konden gebruiken, en dat was een enorme stimulans voor de hersenen. Die moesten nu immers verschillende taken tegelijk kunnen coƶrdineren. Wellicht even belangrijk voor de oermens was het moment waarop hij er zo'n vierhonderdduizend jaar geleden in slaagde het vuur nuttig te gebruiken. Hij kon er zijn grotten en tenten mee verwarmen, zijn jachtwapens mee harden, werktuigen mee maken enzovoort. Vooral in koudere streken was vuur absoluut noodzakelijk om te kunnen overleven.

Het is dus niet te verbazen dat vuur bij oude volkeren en culturen een mythische betekenis had en dat de lamp bij manier van spreken het hele jaar door brandend moest worden gehouden. Vuur werd aanbeden maar ook gevreesd: de mens kon er allerlei dingen mee aanvangen, het gaf hem macht over de dieren en zelfs over zijn omgeving. Maar vuur kon ook kwetsen, doden, vernietigen. Ook in de Bijbel heeft vuur die mythische betekenis. Nog niet zo lang geleden hoorden we de lezing waarin Jahweh met Abraham een verbond sluit, waarbij Hij als een brandende fakkel tussen de offerdieren doorgaat. En aan Mozes verschijnt Hij in een brandend braambos. Vandaag zegt Jezus in het evangelie: 'Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait!' In welke betekenis moeten we dat vuur opvatten? Spreekt Jezus hier over het vuur van de Geest of gebruikt Hij 'vuur' hier veeleer in de betekenis van een kracht die kwetst en vernietigt?

Zusters en broeders, wie de evangelies een beetje kent, weet dat Jezus tegelijk een herder en een profeet is. De herder geeft ons bijvoorbeeld die ene wet: Bemin God boven al en uw naaste gelijk uzelf. Hij geeft ons ook die prachtige zaligsprekingen, de grondwet van ons bestaan als christen. En er kan geen twijfel over bestaan: Jezus leeft die ene wet en die zaligsprekingen voor in woord en daad. Hij gaat om met mensen met wie niemand wil te maken hebben, Hij heeft oor en oog voor iedereen die ziek, gekwetst, melaats, blind, bezeten of arm is. Hij noemt zichzelf terecht de goede herder die zijn leven waagt voor elk van zijn schapen. Hij is inderdaad de belichaming van liefde, vrede, verzoening en barmhartigheid.

Maar de evangelies openbaren ook de andere kant van Jezus: de soms harde kant van de profeet die de confrontatie niet uit de weg gaat, die harde woorden spreekt en zeer hoge eisen stelt. De profeet die soms hevig tekeer gaat tegen de farizeeƫn, die hij huichelaars en witgekalkte graven noemt. De profeet die harde uitspraken doet over het oordeel dat de onrechtvaardige na dit leven wacht. Misschien is het een kant van Jezus die we niet zo goed kennen, maar die we tegelijk niet mogen ontkennen. Niet voor niets kondigt Johannes de Doper Hem als volgt aan: 'Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur.

Geest en vuur zijn beide in Jezus aanwezig. Vandaag spreekt niet de geest, wel het vuur van de profeet. Wat volgt in het evangelie laat daar niet de minste twijfel over bestaan. 'Meent gij dat Ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen, zeg Ik u, juist verdeeldheid.' En die verdeeldheid kan zo ver gaan dat ze zelfs gezinnen van elkaar scheidt.

Zusters en broeders, het is helemaal niet de bedoeling van Jezus verdeeldheid te zaaien, maar Hij weet dat zijn boodschap die verdeeldheid zal teweeg brengen. Ze deed dat al toen Hij ze zelf verkondigde en ze doet dat nog altijd. Een profeet spreekt immers niet alleen maar zalvende woorden; hij stelt ook hoge eisen, en hij wijkt daar geen duimbreed van af, ook niet als hij het met zijn leven moet bekopen. We hoorden in de eerste lezing dat de Jeremia maar nauwelijks aan de dood ontsnapt. Hij heeft immers woorden gesproken die de heersende klasse niet wilde horen. Jezus zal niet aan de dood ontsnappen: Hij sterft een vreselijke dood aan het kruis. Maar liever dit dan zijn kar te keren en zijn eigen boodschap te verloochenen.

Zusters en broeders, vandaag stelt Jezus ons voor een beslissende keuze: het is alles of niets. Je kunt niet zomaar een beetje christen zijn, net zoals je niet zomaar een beetje zwanger of een beetje dood kunt zijn. Nee, we kiezen voor het Rijk Gods of we kiezen er niet voor, zo luidt de boodschap. We kiezen dus voor een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid of we doen dat niet. En die keuze kan voor problemen zorgen, ook binnen de gezinnen. Dat weten de meesten van ons uit eigen ervaring. Maar dat mag ons niet beletten te kiezen. Net zoals Jezus zelf heeft gedaan. Amen.