Evangelieprikje 2016

Als we op bezoek gaan bij vrienden, dan bereiden we ons daar op voor. Het kan soms zelfs zijn dat we daarom een beetje moeten wachten op de partner- om niet versleten te worden voor seksist laat ik in het midden of het over de man of de vrouw gaat.  We bereiden ons daar op voor omdat we het bezoek belangrijk vinden. Voor onszelf en uit respect voor de gastheer of vrouw trekken we gepaste kledij aan bijvoorbeeld. Bij veel mensen blijft die voorbereiding steken in uiterlijke dingen, persoonlijk vind ik dat daar ook enkele innerlijke dingen kunnen aan toegevoegd worden. Als je echt ontvankelijk op bezoek wil gaan, laat je best je zorgen en bekommernissen thuis. En waarom niet de iphone, de ipad of een ander elektronisch ding thuis laten zodat we volledig ten dienste staan van de gastvrijheid van de ander en niet altijd gestoord worden. In het evangelie van vandaag vraagt Jezus aan Zijn leerlingen maar eigenlijk ook aan ons of we klaar zijn om Hem te ontvangen mocht Hij opeens bij ons binnen stappen. Anders geformuleerd: leven wij op elk moment van ons leven alsof we ons klaarmaken om de Heer te ontvangen?

Puur menselijk gezien lijkt me dat geen eenvoudige opgave, bij niemand kan de boog toch altijd gespannen staan? Jezus vraagt dat de ‘knechten’ altijd waken, maar dat houdt toch niemand vol. Meer nog: knechten die altijd waken , die kunnen na twee dagen niet meer waken, ze zouden in slaap vallen. Wat is dit evangelie dan en is het nog evangelie, goed nieuws? Misschien beginnen bij het begin: het evangelie opent met het goede nieuws van Jezus dat we niet bang moeten zijn. We moeten niet bang zijn omdat God ons het koninkrijk schenkt. Hij gaat er zelfs zo ver in dat Hij ons aanraadt alles te verkopen en uit te delen als aalmoezen. Ik weet niet of het zo is, maar mij lijkt het dat we hier een evangelist en een Jezus aan het woord hebben die er van overtuigd zijn dat het einde der tijden zeer nakend is. Nu we eenentwintig eeuwen verder zijn, kunnen we toch wel voorzichtig besluiten dat het einde van de wereld dan toch niet zo nakend was/is. Mogen we dit evangelie dan vergeten? Zeker niet. Ook al is het einde niet nakend, toch verdient het aanbeveling dat wij als christen ons “klaar houden”. Dat betekent niet dat we niet meer moeten slapen, wel dat we in ons omgaan met mensen vertrekken vanuit een spiritualiteit die ons met elke mens, dier en natuur laat omgaan als was het God zelf. 

Eigenlijk vraagt Jezus zich af of we het scheppingsverhaal wel goed begrepen hebben. De mens krijgt daar heerschappij over alles, maar uiteindelijk is hij er geen eigenaar van. Gebruiken wij die heerschappij goed? Als ik kijk naar de milieuproblemen, dan lijkt er nog veel werk aan de winkel. Het verbaast me mateloos dat zo weinig christenen zich op een actieve manier inzetten voor het milieu. Zijn wij op zijn minst even milieuvriendelijk als andersgelovigen? Behoort dat tot het wezen van onze godsdienst? Zelfde vragen kunnen gesteld worden met betrekking tot dieren en zeker die tot mensen. Ik denk dat we op alle terreinen nog een tandje kunnen bijsteken. Ik hoop dan ook dat dit evangelie ons daarbij kan uitdagen en motiveren. Als het daar in slaagt, zullen we evolueren tot een andere levensstijl die uiteindelijk ook gezonder en beter is voor onszelf en voor het samenleven met anderen. Het zou ons bovendien ook kunnen bevrijden van veel bijkomstigheden waar we nu veel tijd en energie insteken omdat de reclame ons oplegt dat te doen. In die inzet voor natuur, dieren en mensen zouden we ook ons liefde en respect voor God kunnen uitdrukken. Het getuigt immers van weinig respect als de huurder de boel verwaarloost. Dat alles niet pico bello in orde is, daar kunnen wij natuurlijk weinig aan veranderen. Op zich is dat voor ons ook niet zo belangrijk, belangrijk is wel dat we bezig zijn op onze manier en met de middelen die we daarvoor ter beschikking hebben om ons deel te doen. Meer vraagt God niet.

Vraag is nu natuurlijk welke christen God zou vinden mocht Hij even op bezoek komen. Uiteraard is iedereen vol goede intenties, maar die moeten natuurlijk omgezet worden in concrete daden. Ouders hebben ook weinig aan de intentie van hun puberende jeugd dat ze het huis netjes zullen opkuisen na de fuif, uiteindelijk zal alleen het feit dat het gebeurd is, hen plezieren en fier maken. Zijn wij klaar, als God komt? Zijn de lampen van het geloof nog aan zodat we zien wat echt belangrijk is en ontdekken wat we te doen hebben? Ook de symboliek van die lampen is daarbij belangrijk. Ten eerste heb je lampen maar nodig als het donker is. Vertaal dat maar als: branden de lampen van ons geloof nog als we het moeilijk hebben, een duistere periode doorworstelen? En we moeten zelf de lampen brandend houden. Dat kan alleen door de Bijbel te lezen, te overwegen, te bidden en samen te komen met andere christenen. Laten we dan ook bidden dat we hier bij elkaar de lamp brandend houden, zeker als ze dreigt uit te gaan bij iemand uit onze gemeenschap …