19e zondag door het jaar C - 2016

‘Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”

Zusters en broeders, we kennen die uitspraak van Jezus, maar hebben we ons al eens afgevraagd waar en wat onze schat is, en of ons hart inderdaad bij die schat verblijft?

Als we dat doen, beginnen we het best met ons af te vragen wat onze schat dan wel is. Is hij veel bezit en veel rijkdom? Is hij geluk in de liefde, in ons gezin, in onze familie? Is onze schat genieten van een goede gezondheid, met ten hoogste eens een verkoudheid in de winter? Is hij elk jaar op vakantie kunnen gaan zonder ons zorgen te moeten maken? Zijn dat de dingen die de schat van ons leven zijn, en die zin geven aan ons leven?

Maar als geld en goed onze schat is, hebben arme mensen dan geen schat? En als onze schat geluk is in de liefde en in ons gezin, heeft het leven van alleenstaanden, van weduwen en weduwnaars dan geen zin? En als een goede gezondheid onze schat is, is het leven van zieke mensen, van gehandicapten en van oude mensen die sukkelen met van alles en nog wat dan zinloos?

Dat kan natuurlijk niet, dus moeten we ons afvragen wat Jezus bedoelt. Het antwoord ligt in de woorden ‘daar zal ook uw hart zijn.’ Als bezit en rijkdom onze schat is, dan gaat ons hart, ons gedrag, ons verstand daar dus ook naartoe. Dan kunnen we alleen genieten van nog meer bezit en nog meer rijkdom. En als onze schat alleen op liefde in ons gezin en in onze familie kan steunen, dan kunnen we zonder gezin en zonder familie niet meer leven. Dan vindt ons hart geen richting meer als we alleenstaand zijn. Zoals het ook geen richting meer vindt als een goede gezondheid onze schat is, en we niet echt goed gezond zijn.

Het is dus goed dat we ons afvragen wat onze schat is, want anders vindt ons hart geen plaats meer in ons leven. Ons hart dat er niet alleen is voor onszelf, maar ook voor anderen. Ons hart van mee leven en mee voelen met anderen.

‘De Mensenzoon komt op een uur waarop gij het niet verwacht’, zegt Jezus ook. Misschien denken we daarbij aan de dood, of gewoon aan een later moment in ons leven, maar dan denken we fout. Want de Mensenzoon wacht niet op onze dood of op een later moment om tot ons te komen, nee, Hij komt vandaag, Hij komt nu. We verwachten Hem niet, maar Hij komt tot ons in de vraag om hulp voor mensen in nood. Hij komt tot ons in het verlangen naar liefde, naar vertrouwen, naar wederzijdse inzet van onze partner en van onze medemensen. Hij komt tot ons in de vragende blik van kinderen, kleinkinderen en mensen om ons heen. Hij komt tot ons in onze meer en meer lege kerken, om van Hem te blijven getuigen en om te leven naar zijn woorden en daden. En ook tegen ons zegt Hij: ‘Wees niet bevreesd, kleine kudde, het heeft de Vader behaagd aan u het Koninkrijk te schenken.’ Het zijn sterkende woorden, want we zijn inderdaad een kleine kudde, en misschien gaat ook ons vertrouwen aan het wankelen. Maar dat hoeft niet, want onze hemelse Vader heeft ons het Koninkrijk geschonken. En dat Koninkrijk, dat is het Rijk van liefde, van vrede, van rechtvaardigheid, van barmhartigheid. Dat is het Rijk van geloof en van hoop.

Zusters en broeders, we leven in een moeilijke, in een bangelijke  wereld. Een wereld waar vertrouwen en veiligheid verdwenen lijken te zijn. ‘De wereld is in oorlog’, zei onze lieve paus Franciscus op 28 juli bij zijn vertrek naar de Wereldjongerendagen in Polen. En het is geen oorlog tussen godsdiensten, voegde hij eraan toe, maar ‘een belangenoorlog. Een oorlog om geld. Een oorlog om grondstoffen. Een oorlog voor de overheersing van volkeren.’ Het zijn pijnlijke woorden van onze lieve paus, want wij willen geen oorlog, maar vrede. Liefde en vrede in het Koninkrijk dat we van onze goede God gekregen hebben.

Moge dat ons geloof zijn, een geloof dat sterker is dan alles. Om het met de woorden van Paulus in de eerste lezing te zeggen: ‘een geloof dat een vaste grond is van wat wij hopen, en dat ons overtuigt van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.’ En die werkelijkheid van onzichtbare dingen is dat God, dat Jezus er altijd is voor ons, ook in deze bange dagen. Laten wij, die Gods kleine kudde zijn, dus niet bevreesd zijn, maar streven naar leven in zijn Koninkrijk van liefde en van vrede. Amen.