Weest waakzaam en neemt uw verantwoordelijkheid op!

Beste vrienden,

‘Weest niet bang.’ Hoe donker de nacht ook moge zijn, hoe groot ook de ellende, hoe pijnlijk het verdriet, hoe diep de kwetsuur: God laat ons niet in de steek. Misschien kan Hij afwezig lijken, maar dat is alleen omdat we teveel met onszelf en met onze dagelijkse beslommeringen bezig zijn en Hem niet kunnen of willen zien.

Hijzelf is ook steeds daar waar je Hem helemaal niet verwacht, en waar Hij helemaal niet lijkt thuis te horen. Hij was er in de kampen van de nazi’s en de communisten. Hij was er in de burgeroorlogen in het vroegere Joegoslavië, Hij is ook nu weer in de oorlogen in Irak, Afghanistan en Syrie en ook bij de moordpartijen van de moslimterroristen.

Nu hoor ik u denken: als Hij daar allemaal was en is, hoe konden en kunnen dan toch al die vreselijke dingen gebeuren? Waarom verhindert hij dat niet? Welnu, ik denk dat dat het antwoord is: Hij lijdt met de slachtoffers mee en staat hen bij. Hij geeft ons de moed en de kracht om het lijden, dat ons overkomt te doorstaan. En vooral: Hij heeft ons mensen de vrije keuze gelaten om zelf onze wereld uit te bouwen De vraag is dus vooral: Wat hebben wij, ieder van ons,  er aan gedaan om het door mensen veroorzaakte kwaad te verhinderen en om de armoe en de miserie in de wereld te bestrijden?  Want, lieve vrienden, de wereld was en is nu al onuitsprekelijk wreed en vreselijk. Hoeveel wreder en vreselijker zou die wereld zijn en geweest zijn wanneer Hij er NIET was en niet was geweest? Ik mag er niet aan denken dat God zijn ogen van deze wereld zou afwenden. Als dat zou gebeuren, zouden we het niet lang kunnen voortvertellen, daar ben ik zeker van.

‘Wees waakzaam.’ Dat lijkt ons op het eerste gezicht gemakkelijk, want dat zijn we al in hoge mate: waakzaam. We pakken onszelf in met geld en goed, we verzekeren onszelf tegen ziekte en ongeval, we barricaderen ons huis met grendels en alarmsystemen. En we vinden met zijn allen dat de politie nooit is waar ze moet zijn. We zijn dus waakzaam, maar we zijn het vooral voor onszelf. Jezus leert ons om waakzaam te zijn voor de anderen. ‘Gelukkig de dienaars die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: hij zal zich omgorden en hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen.’

Beste vrienden, de Heer zelf zal ons dienen als we dat soort waakzaamheid aan de dag leggen: waakzaamheid voor anderen, voor onze omgeving, voor ons milieu, voor onze wereld. Een waakzaamheid die erin bestaat dat we niet alleen oog en oor hebben voor elkaar, maar dat we ook verantwoordelijkheid voor elkaar opnemen en dat we zorg dragen voor elkaar. Het lijkt soms wel dat onze maatschappij ten onder gaat aan  onverschilligheid. Luisteren naar mekaar, iemand zijn verhaal laten doen, aandacht hebben voor mekaars vreugde en verdriet, openstaan voor elkaar: dat is de waakzaamheid waar Jezus het over heeft. Want denk erom: openstaan voor mekaar is openstaan voor God. Je naaste beminnen is hetzelfde als God beminnen.

Jezus zegt ook: ‘Houd uw lendenen omgord’, en ook dat betekent: wees altijd klaar om naar anderen toe te gaan. Hecht uzelf niet zozeer aan uw geld en uw goed dat ge eraan vastgeklit zit. Laat uw werk en uw hobby’s niet zodanig over u heersen dat ge geen tijd meer hebt om in te springen voor een familielid, een buur, een vriend, of een onbekende die in nood verkeert. Wij allemaal zijn aangesteld om voor elkaar en voor Gods schepping zorg te dragen, want die schepping is onze wereld en de wereld van iedereen. Dus ieder van ons moet zorg dragen voor dat stukje wereld dat binnen ons handbereik ligt. We hebben niet het recht om dat stukje wereld te verwaarlozen, te vergiftigen of onleefbaar te maken. De zorg voor het milieu is een christelijke plicht. De wereld is immers niet ons eigendom, hij is het eigendom van God. Wij hebben die wereld in bruikleen gekregen om er met zijn allen een stukje paradijs van te maken, elk op zijn gebied.

En Jezus zegt verder: ‘Houd uw lamp brandend’. De lamp van de liefde en de vrede, de lamp van het geloof. Daarover zegt Paulus in de eerste lezing. ‘Het geloof is de vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.’ Met andere woorden: het geloof maakt mogelijk wat onmogelijk lijkt. Het geeft kracht waar onmacht heerst en hoop waar wanhoop dreigt. Het bouwt immers een vaste grond onder wat wij hopen.

Beste vrienden, op het einde van de evangelielezing zegt Jezus: ‘Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist; en van hem aan wie veel is toevertrouwd, zal des te meer worden gevraagd.’ Dat kennen we reeds van de parabel over de talenten: wie er vijf heeft gekregen, moet er meer bijverdienen dan wie er maar twee of een heeft gekregen. Lieve mensen wij krijgen hier in het welvarende westen zo veel: de kans om onszelf en onze kinderen in rust en vrede te ontwikkelen, om ons leven en dat van ons gezin in vrijheid uit te bouwen, om te genieten van al het goede en al het mooie dat de Heer ons in bruikleen heeft gegeven. Ik denk dus dat God van ons heel veel waakzaamheid, heel veel omgorde lendenen en heel veel licht in onze lampen verwacht. Ten bate van elkaar en van de hele wereld. Amen.