Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet...

19e zondag door het jaar   Cyclus C   2013                                   Hebreeën 11, 1-2, 8-19

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet...

 

Beste vrienden,

Kennen jullie dat spelletje nog dat vooral door kinderen graag wordt gespeeld: “Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…”   Dat spel heeft de bedoeling om de kijk van de kinderen op hun omgeving aan te scherpen en hen zo de wereld te laten ontdekken.  Bij mezelf denk ik wel eens dat ons christelijk geloof eigenlijk hetzelfde wil als dat spelletje: onze ogen openen en onze kijk op de dingen aanscherpen.  Zoals de kinderen tijdens het spelen elkaars aandacht vestigen op iets dat men normaal niet zou opmerken, zo wil het geloof onze ogen openen voor het feit dat er achter al het zichtbare in onze wereld ook nog een andere werkelijkheid bestaat. Een werkelijkheid die wij in onze kortzichtigheid niet onmiddellijk kunnen waarnemen.  "Overtuigd zijn van dingen die ge niet ziet” zegt Paulus in de brief aan de Hebreeën. Het geloof wil dus onze ogen openen opdat wij onze wereld en ons eigen leven beter zouden kunnen begrijpen. Opdat wij ons leven vanuit Gods perspectief vorm zouden geven. Daar gaat het bij ons christelijk geloof eigenlijk om!   Wat dat betekent heb ik gevonden in een prentenboek van mijn jongste kleindochter; Daar staat een fabel in met als titel: “Oh, hoe mooi is Panama”. 

Een klein beertje en een tijgertje leefden tevreden in een schattig huisje bij de rivier. Op een mooie zomerdag spoelde er een kist aan die naar bananen rook. “Pa-na-ma” stond op de kist te lezen.  Het beertje en het tijgertje begonnen erop los te dromen. In hun fantasie moest Panama een land zijn waar alles naar bananen ruikt. Panama was voortaan het land van hun dromen. Daar wilden ze naartoe! Van het hout van de kist maakten ze een wegwijzer die ze aan de rand van het pad plaatsten. Want een wegwijzer heb je nodig wanneer je ergens naartoe wil.  Zo gingen ze op weg en ze vertelden onderweg aan iedereen die ze ontmoetten van hun droomland Panama. Toen ze op een keer aan een kraai de weg vroegen, vloog deze naar de hoogste boomtop. Het beertje en het tijgertje volgden met veel moeite en de kraai toonde hen van bovenaf het land van zijn dromen. Het land dat ze onder zich zagen leek hen veel mooier dan alles wat ze tot nu toe ooit hadden gezien. Maar het was het land waar ze altijd hadden gewoond. Ze hadden het alleen nog nooit vanuit dit perspectief, van bovenuit, gezien.  Het beertje en het tijgertje waren totaal begeesterd. Hier wilden ze blijven! Ze klommen terug naar beneden en liepen snel tot aan de rivier die ze van daarboven hadden gezien. Daar vonden ze een wegwijzer met daarop geschreven “Panama”. Het was de wegwijzer die ze zelf hadden geplaatst, maar ze herkenden hem niet. Vlakbij ontdekten ze een verlaten huisje. Het was hun eigen huis, maar het leek hen nu veel groter en mooier. Ze maakten het zorgvuldig helemaal terug in orde en waren heel gelukkig dat ze het land van hun dromen toch gevonden hadden.  Jullie glimlachen, maar jullie weten ook dat dit niet alleen een verhaal voor kinderen is, maar dat dat verhaal ook aan ons, volwassenen, iets wil vertellen. 

De tijger en de beer moesten eerst hoog in een boom klimmen en de wereld uit een ander perspectief, vanuit een andere gezichtshoek, bekijken om het land van hun dromen te vinden. Hun droomland, Panama, was hetzelfde land, dezelfde rivier, dezelfde wereld, waarin ze reeds altijd hadden geleefd. Alleen vanuit een andere gezichtshoek, vanuit een ander perspectief bekeken.  En vanuit dit nieuwe perspectief zien ze hun wereld plots heel anders – veel groter en mooier – zoals we in het verhaal mochten horen. 

Met ons geloof is het juist hetzelfde: Er is een ander perspectief van waaruit we onze wereld, ons leven, kunnen bekijken. Het is een perspectief dat ons door Jezus wordt aangereikt. Dat perspectief van Jezus laat ons veel ballast over boord gooien, maakt alles nieuw en keert veel om: 

Voor God zijn de kleinen groot, de armen rijk en de groten en machtigen eerder bedreigd.   De mensen zijn broers en zusters, niet heren en slaven, niet vromen en heidenen, niet mannen tegen vrouwen, autochtonen tegen allochtonen. Voor God is de dood niet het einde. De liefde is de enige grootheid die bestand heeft: De liefde van God en de liefde van de mens. Ons leven vanuit dit perspectief zien, en in ons leven ook vanuit dit perspectief proberen te handelen, dat is het doel van ons christelijk geloof.  

Geloof is dus iets voor mensen die verder kijken en verder denken dan gebruikelijk, die niet in oppervlakkigheid vast blijven zitten en niet angstig dingen bewaken die uiteindelijk toch waardeloos zijn.  Steeds meer mensen voelen aan dat een leven MET God interessanter, opwindender en kruidiger is. Dat een leven MET God meer diepgang heeft en meer vreugde verschaft dan een leven zonder Hem.

Amen