18e zondag door het jaar C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Het leven van een mens is niet zo versnipperd. Enkele grote lijnen houden het bijeen. Een liefde, enkele kinderen, een beroep, een paar passies. Ze stroomlijnen alle doen tot één of meer grotere acties.

"Ik breek mijn schuren af en bouw grotere". "Rust nu uit, eet en drink en geniet ervan"! Hoe onzalig te botsen op wie alleen zo denkt, naast zo een buur te wonen, zo iemand in de familie te moeten verdragen. Je ontmoet altijd de honden en nooit de man. Ze beschermen zijn schuren. Aan niets interesseert hij zich. Levend is hij dood. Je loopt rond zijn muren en komt er nooit thuis. Je stoort altijd zijn werk of zijn rust. Je eet en drinkt er alleen als je hem grotere schuren kunt bouwen. Kinderen komen niet op zijn erf. Het goud van zijn tarwe ziet hij maar schitteren als het in zijn kluis ligt opgestapeld. "IJdelheid der ijdelheden!".

"Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt", gelijkt aardig op wat Marta tot Jezus zegt: "Heer, zeg dat mijn zuster mij moet helpen". Jezus gaat op dit soort vragen niet in. Hij is geen verdeler van erfenissen. Hij is Gods Erfgenaam die Zichzelf zal geven. Een erfenis juist verdelen heeft zijn belang, maar "rijk zijn bij God" is voor Jezus beslissend.

Niet alle werk alleen hoeven te doen, ja, maar luisteren naar Jezus' woorden! De geboden en verplichtingen onderscheiden, ja, maar bovenal God en de naaste liefhebben! Stenen uit brood en vissen uit slangen onderkennen, ja, maar zelfs de "goede gaven" niet gelijk stellen met "de Heilige Geest" Geen kwaad en alleen goed doen, ja, maar het Evangelie, dat geen moraal is, ontdekken! Het is niet immoreel zich met honden te omringen en zijn bezit veilig te stellen. Dit laatste is zelfs een plicht. Maar zich met mensen omringen die "mede-erfgenamen" zin van "het goede deel", telkens de kring uitbreiden van hen aan wie dat "goede deel" beloofd is, dat is leerling en broeder en getuige zijn. Die kring van mensen is oneindig, zoals al de liefde voor één mens om oneindigheid vraagt, en zoals de liefde van de Erfgenaam oneindig is.

Ook het voorbeeldigste werken is ijdel, als het zonder "wijsheid" blijft, zonder "kennis" van het enig noodzakelijke: rijk te zijn bij God. "Geen enkel bezit, al is dit nog zo overvloedig, kan uw leven veilig stellen". Gij zijt zelf Gods bezit en uw leven is in Hem geborgen, veel veiliger dan uw graan in uw schuren en uw goud in uw kluizen.

De rijke kan "nu" uitrusten, eten en drinken en ervan genieten, maar hij is "dwaas" als hij niet ziet dat Gods "voorzieningen" voor hem zijn, dat hij voor een eeuwige rust bestemd is, dat hij leerling kan worden van Hem die de eeuwige rust is ingetreden, die geen eigen "voorzieningen" heeft getroffen en die "geen steen" had "om zijn hoofd te laten rusten". "Hoe moeilijk is het voor een rijke het Rijk Gods binnen te gaan". Hij moet daarvoor zijn eigen rijk verlaten. Hoe kan hij dat als heel zijn leven erop gericht is alleen dat rijk van hem uit te breiden?

Voor Lucas, de rustige leerling, die leeft na het geweld van Jezus" kruisiging en na de storm van het Cenakel, is de cyclus van dit leven te klein. De tijd van de navolging is voor hem begonnen. Het korte leven is geen absolute zorgen waard en de dood is meer dan een pijnlijk einde met als nasleep een gevecht voor een erfenis. Hij mikt op de grote Erfenis. Hij verzamelt geen schatten meer, hij heeft de grote Schat gevonden en verkoopt ervoor al wat hij bezit. Zijn passies en zijn acties verzamelt hij tot één grote passie en één actie, die alle andere gaan beheersen. Hij vecht niet meer tegen de tijd die sleet brengt op zijn goed, op zijn lichaam en ook op zijn gedachten. De tijd van verzamelen is voor hem voorbij en hij weet: om los te laten volstaat één ogenblik. Rust is over zijn leven gekomen die hem "niet" meer "zal ontnomen worden". Kwispelstaartend omringen zijn honden de gasten die allen welkom zijn om samen met hem op de grote Gast te wachten.