Van welke zekerheden leef je?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Wij houden niet van pastoors die veel over geld preken. Geld beschouwen wij als ons eigendom: wij hebben het verdiend en wij doen ermee wat wij willen.

Nu is het wel opvallend dat Jezus in zijn evangelie veel spreekt over geld. Van de 37 parabels die wij van Hem bezitten, zijn er 13 die met geld te maken hebben. Ja, wij horen het minder graag, maar Jezus spreekt vaker over geld en bezit dan over gebed en eeuwig leven...

Vandaag lezen we over ‘de dwaze rijke'. Hem viel een overvloedige oogst ten deel. Die overvloed ervaart hij als een teveel, maar het maakt hem nog dieper bewust van een tekort. "Wat moet ik doen?" vraagt hij zich af. De ruimte om de oogst te bergen ontbreekt... Hij is rijk, maar hij heeft nog niet genoeg. Daarom zoekt hij naar een oplossing om nog meer te bezitten: "Ik breek mijn schuren af en bouw er grotere!" Dat schijnt voor hem de normale oplossing te zijn.

Eigenlijk leeft die man niet van het nu, maar van de toekomst. Ik zal... ik zal...: "Dan zal ik tot mijn hart zeggen: Hartje, je hebt een grote rijkdom liggen voor lange jaren; rust nu uit, eet en drink en geniet ervan!" Zo'n man kan nooit van het heden genieten, hij droomt voortdurend over de toekomst, over vele goederen, over vele jaren genot.

Wat is er nu eigenlijk fout in deze handelwijze? Want de Heer noemt hem: dwaas! Denken we even aan onszelf. Plannen wij ook zoveel in ons leven? Of misschien alles? Wij verzekeren ons tegen diefstal, ziekte en ouderdom. Wij plannen onze hypotheek, wij plannen het kinderaantal. Wij beleggen ons geld in kasbons om een appeltje voor de dorst te hebben. De enige, onherstelbare fout die deze man maakte was, dat hij vergat dat hij al die goederen, dat hij zijn leven gekregen had, dat alles gave is. Die man was areligieus omdat hij meende dat hij over zijn eigen leven kon beschikken. Hij meende dat hij zijn leven kon verzekeren met die overvloed aan goederen. "Rust nu uit, eet en drink en geniet ervan!"

Let er eens op hoe opvallend dikwijls het woordje ‘mijn' in deze parabel voorkomt: ‘mijn' oogst, ‘mijn' schuren, ‘mijn' rijkdom. Wie zo denkt, zegt de Heer, is dwaas. Dwaas is hij, die zich voor altijd op deze aarde wil inrichten; dwaas is hij, die zijn leven als een eigendom beschouwt; dwaas is hij, die voor zichzelf goederen Opstapelt, die hij zelfs niet gebruiken zal... Want dit laatste wordt zeer duidelijk gesteld door de Heer.

Met geen woord wordt in de redenering van die rijke een toespeling gemaakt op de betekenis die zijn rijkdom kan hebben voor andere mensen. Alleen voor zichzelf wil hij alles hebben. Aan deze man, die zo vastzit aan zijn goederen, die onvoorwaardelijk droomt over veel voorraad voor vele jaren, wordt brutaal hard en klaar en duidelijk gezegd: "Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn ze dan?" Ja, voor wie zullen dan die rijkdommen zijn? Voor hem niet meer. En ook het leven is niet van hem. Wie kan het leven opvorderen, tenzij hij die het eerst gegeven heeft?

'Mijn' eigendommen! Het is een egoïstische taal! Is het wel ‘mijn' leven, als ik het op eigen krachten niet één moment behouden kan? Het leven wordt mij geschonken van dag tot dag, van moment tot moment. Zijn het wel ‘mijn' eigendommen, als ik er niets van kan meenemen? Als ik alles aan anderen moet nalaten? Onze rijkdom heeft ook een sociale kant. Onze rijkdom behoort ons niet absoluut toe. Hij brengt verplichtingen mee tegenover anderen, want niet het eigendomsrecht is het meest fundamentele recht van de mens. Het fundamentele recht is het recht van elke mens op de goederen van deze aarde. De lucht, het water, de zon, de grond zijn gemeenschappelijk bezit.

Die goede oogst had deze man in de gelegenheid moeten stellen anderen te laten delen in zijn welvaart. Als wij zo verstandig zijn dat wij weten dat wij leven en zijn uit Gods hand ontvangen en dat wij delen in Gods bezit, dan zullen wij ook bereid zijn al onze gaven te delen met anderen. De gemoedsrust van deze man: "Rust nu uit, eet en drink en geniet ervan", is een luchtkasteel, een contrast met de harde werkelijkheid: "Deze nacht nog zul je je leven verliezen!"

Jezus leefde heel anders. Hij was arm, hij wilde niets ‘hebben', maar Hij gaf zijn leven voor de mensen. En sindsdien zijn er altijd mensen geweest die zich helemaal voor anderen inzetten. Mensen als Pater Kolbe, Moeder Teresa van Calcutta en nog zoveel anderen. Zij hebben de wereld meer geschonken dan schuren vol rijkdom. Zij brachten in de wereld tekenen van hoop, van liefde en van de zekerheid dat wij niet zelf voor alles moeten zorgen, maar dat God ook zorgt voor ons als wij voor anderen zorg dragen.