Jij dwaas

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

U kent misschien het middeleeuws toneelstuk Elckerlijc? Elckerlijc betekent: ieder van ons. De Oostenrijker Hofmansthal heeft dat bewerkt en een van de meest pakkende scènes van dit spel is, wanneer de rijke Elckerlijc door de dood - de bode van God -plotseling voor Gods rechterstoel geroepen wordt. Op dat ogenblik voelt hij zich van al zijn vrienden verlaten. In zijn vertwijfeling neemt hij zijn toevlucht tot zijn geldkist. Met haar wil hij de grote reis naar het hiernamaals wagen. Hij knielt voor de grote geldkist, waarin zijn goud en zilver ligt en zegt: ‘Jij hebt me tenminste levenslang trouw gediend, jij zult me ook nu niet in de steek laten'. Dan springt het deksel van de geld kist open en de mammon steekt zijn kop eruit en lacht hem spottend toe: ‘Ik zou je gediend hebben? Jij dwaas, ik heb je nooit gediend, jij bent het die een leven lang mijn slaaf geweest bent, en je bent een dubbele dwaas als je zou menen dat ik met jou zou meegaan. Nee, ik blijf hier'. Dan slaat de mammon het deksel van de kist dicht en laat Elckerlijc aan zijn lot over.

Hier wordt met andere woorden verteld wat Jezus ons in de parabel van vandaag wil zeggen: Geen enkel bezit kan je leven veilig stellen. Jezus noemde die man ‘dwaas'. Die man was immers een zuivere materialist, omdat hij dacht dat hij zelf zijn leven zeker kon stellen. In werkelijkheid ontvangen wij ons leven van dag tot dag, van moment tot moment. In die rijke man leefde al dezelfde mentaliteit als in onze tijd, zoals blijkt uit die korte monoloog. De zin van zijn leven bestond in: eet en drink en geniet ervan! Hij was rijk maar nooit verzadigd: hij moet uitbreiden, aanbouwen, vergroten. Hij weet eigenlijk niet waar hij met dat alles naartoe moet. Geluk bestaat voor hem in een lang leven: je hebt een grote rijkdom liggen voor lange jaren. De grote fout van zo' n manier van denken ligt daarin dat de mens meent zijn eigen toekomst in handen te hebben, alsof het in zijn macht zou liggen door eigen prestaties zijn toekomst te verzekeren. Bovendien dacht hij alleen maar aan zichzelf: ‘mijn' schuren, ‘mijn' rijkdom.

Een dichter heeft dit verhaal afgemaakt: wat er gebeurd zou zijn als die man niet plotseling en onvoorzien gestorven zou zijn. Die gierige man zou voor het aangezicht van de dood, zijn kasbons en waardepapieren te voorschijn hebben gehaald, hij zou ze hebben verbrand om zijn erfgenamen niets te moeten geven. Ja, zo kunnen mensen zijn.

Dwaas zijn mensen die in de drukte van hun toekomstplannen God vergeten en voor niets anders oog hebben dan voor hun bezit. Dwaas zijn mensen die menen dat zij hun toekomst kunnen plannen zonder God en met eigen kracht en middelen hun leven zeker willen stellen.

Dwaas is hij die het wezenlijke niet kan onderscheiden en zich in het bijkomstige verliest. Zeker, wij hoeven de dood niet elk ogenblik van ons leven voor ogen te hebben, maar wij mogen de dood ook niet verdringen.

Van Filippus Neri wordt het volgende verhaaltje verteld. Een jongen, waarvan hij hoopte dat hij priester zou worden, kwam hem vertellen dat hij advocaat ging worden. ‘En dan?' vroeg Filippus hem. ‘Ja dan hoop ik een carrière op te bouwen.' ‘En dan?' vroeg de heilige. ‘Dan hoop ik te trouwen en een mooi gezin te stichten.' ‘En dan?' boorde Filippus verder. ‘Dan hoop ik veel geld te ver-dienen en later te genieten van mijn pensioen.' ‘En dan?' Nu aar-zelde de student een beetje en zei: ‘Dan zal ik moeten sterven.' ‘En dan?' vroeg Filippus heel stil... Toen schrok de jonge student op. Wat Filippus op een speelse manier duidelijk wilde maken was dat eigenlijk alleen de dood voor ons het juiste oriëntatiepunt is om te oordelen welke dingen in het leven wezenlijk of bijkomstig zijn. Laten we zo door de aardse dingen heengaan, dat wij de eeuwige dingen nooit uit het oog verliezen; dan zullen we verstandig en rijk zijn bij God.