18e zondag door het jaar C (2013)

Wat is ijdelheid? In de nieuwe vertaling is het lucht en leegte geworden. Lucht en leegte, zegt Prediker, lucht en leegte, alles is leegte. Prediker wijst op de zinloosheid, de betekenisloosheid en de vluchtigheid van alles op aarde. Niets is van blijvende waarde, alles verdwijnt.

Eigenlijk is Prediker de voorloper van veel moderne wetenschappers, met dit verschil dat in onze tijd sommige wetenschappers vanwege de ijdelheid van heel onze wereld, vanwege de doelloosheid, concluderen dat God niet bestaat, terwijl Prediker zijn geloof in God bewaart. Hij concludeert dat zijn wijsheid onvoldoende is om Gods plan te snappen. Prediker worstelt net als Job met de vraag waarom het goede mensen slecht gaat en slechte mensen goed gaat, het is als de ironie van het leven en de ironie van de dood.

Prediker komt in hoofdstuk 3 overigens tot een interessante conclusie, als hij schrijft: “Daarom lijkt het mij voor de mens nog het beste vrolijk te zijn en het er goed van te nemen. Als hij kan eten, drinken en genieten van wat hij met zijn zwoegen heeft bereikt, is dat zeker een gave van God (Prediker 3, 12-13).” Deze conclusie van Prediker zou je kunnen zien als een oudtestamentische versie van wat Jezus in zijn parabel vertelt over de bloemen in het veld en de vogels in de lucht (Matteüs 6,24-34). Maar Jezus zet daarbij een stap die we eigenlijk al van Prediker hadden verwacht.

Tijdens de tocht door de woestijn en de intocht in het beloofde land, moest het volk Israël, als Gods zoon, leren vertrouwen op de Heer. Leren vertrouwen op Gods voorzienigheid en leren luisteren naar Gods stem, net als de aartsvaders en aartsmoeders, moest heel het volk ontdekken wat Gods wil is, daarnaar leren handelen en in dat alles ervaren dat God inderdaad voorziet.

Jezus zet de noodzakelijke definitieve stap in dat vertrouwen op Gods voorzienigheid. Werd Isaak bij het offer van Abraham door Gods ingrijpen van de dood gered, Jezus zal de dood ondergaan, en niet een gewoon sterven, Hij ondergaat de smadelijke dood, de dood van de veroordeelde, de van God vervreemde, een door God verstoten, afgewezen en door de religieuze leiders verdoemde mens. Jezus' vertrouwen op God is zo groot dat Hij die weg kan gaan, zonder zijn geloof te verliezen, zonder iets terug te nemen van de waarheid die Hij heeft verkondigd, zonder terug te deinzen voor de bedreigingen. Met zijn verrijzenis toont Jezus ons Gods ware gezicht, God die aan de kant staat van de kleine mens, de verdrukte, de berooide mens. Jezus is de vrije mens die door zijn volmaakte vrijheid in staat is die weg met God te gaan, niet gehinderd door welk werelds belang ook.

Vandaag zien we hoe Jezus anderen uitnodigt om te delen in zijn vrijheid. Vrij worden om goed te doen, vrij worden en vertrouwen op Gods voorzienigheid, vrij worden zodat je kunt kiezen voor wat echt belangrijk is. Zo geeft Hij antwoord aan de man met de erfeniskwestie.

In het Evangelie vandaag, in de parabel van de man met de grote oogst, geeft Jezus ons een voorbeeld dat we niet verkeerd moeten verstaan. Een andere keer geeft Jezus een gelijkenis over een onrechtvaardige rentmeester. U kent het verhaal wel. Een man heeft het geld van zijn meester over de balk gegooid en raakt zijn baan kwijt. Dan maakt hij goede sier bij een aantal debiteuren, zodat hij later bij hen kan aankloppen omdat hij hen stiekem gematst heeft.

Jezus stelt deze man als voorbeeld van iemand die nadenkt over zijn oude dag en die, al is het op een oneerlijke manier, nadenkt over later. Daar is Jezus dus niet op tegen, net als Jozef de onderkoning met Gods wijsheid silo's liet bouwen voor de zeven magere jaren. God geeft ons verstand om vooruit te kijken en een normaal pensioen en een goede ziektekostenverzekering stuiten bij Hem niet op bezwaren. Tegelijk wil Jezus ons vooral leren na te denken over onze eeuwige toekomst. Die onrechtvaardige rentmeester behoorde bij de kinderen van de duisternis die al hun heil van deze wereld verwachten.

Waar heeft Jezus wel bezwaar tegen? Het gaat Jezus om de hebzucht, de gehechtheid aan de aarde, de wereld, het geld. Die gehechtheid is dodelijk, die bederft ons hart, die maakt dat wij verkeerde keuzes maken. Wanneer we van de erfenis, van ons pensioen, van onze verzekeringen en onze andere bezittingen ons geluk verwachten, dan hebben we onze vrijheid verloren. Bankdirecteuren die uit zijn op een grote bonus, kiezen niet voor het belang van de bank en nog minder voor het belang van de spaarders en andere klanten. Politici, en anderen die voortdurend bezig zijn met carrière en salaris, hebben steeds minder oog voor het belang van de overheid en het belang van de burgers. De cultuur van de hebzucht is een cultuur die alles bederft.

Jezus wil deze man die zo bezeten is om zijn deel van de erfenis te krijgen, vrij maken, innerlijk vrij. Hij wil hem bevrijden. Daarom vertelt Hij in een parabel wat hij elders op deze manier leert: “... Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht, maar als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. Als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleed afnemen, laat hem dan ook het bovenkleed. Als iemand u vordert één mijl met hem te gaan, ga er twee met hem.” Wees vrij, verdraag liever onrecht dan dat je met het recht dat je claimt een nieuw onrecht doet ontstaan. Wees dus vrij om goed te doen. Want dat is niet ijdel, dat is niet lucht en leegte, daarmee bouw je een schat op in de hemel. Amen.