Streef naar wat boven is (Kol. 3,1-10)

Elke zondag vieren we Pasen. In volle zomer krijgen we een onverwachte paaspreek. Hij komt uit de brief aan de Kolossenzen, die wij vier zondagen na elkaar horen. Paulus stelt dat, zo wij met Christus zijn verrezen, daaruit een nieuwe bestaanwijze volgt “Das Sein bestimmt das Sollen, der Indikativ den Imperativ” (J. Gnilka, Der Kolosserbrief p. 172). De brief bevat een leerstellig gedeelte dat eindigt met een morele oproep. Leef en handel volgens uw roeping en waardigheid. Christelijke ethiek is een zoektocht om als verrezen te leven. Frère Emile van Taizé gebruikt voor de christelijke ethiek deze schone definitie: “s’exercer à vivre en ressuscités” (Frère Emile, Enracinés et fondés en Christ, Les Cahiers de Taizé, 15).

Deze perikoop had en heeft een opvallende plaats in de paasliturgie. In het oude missaal was dit het epistel van de paaswake. Ze blijft een aanbevolen lezing in de paasmis.

Paulus, de schrijver (?) van de brief, wijst op de nieuwe bestaanswijze van de christen door het doopsel (Kol. 2,6). Hij heeft het verloop van het doopsel voor ogen, ondergedompeld worden en uit het water opstijgen. Dit is sterven en verrijzen met Jezus. In het doopsel trekken we het nieuwe kleed aan. We bekleden ons met Christus.

Volgens een aantal exegeten is deze brief niet van Paulus, maar toch helemaal gedrenkt in zijn gedachtegoed. Paulus richt zich tot de christenen in Kolosse (Turkije). Kolosse, een stad in het dal van de Lycus, niet al te ver van Laocidee en Hierapolis. Het stadje was omgeven door bergen en is tengevolge van aardbevingen verdwenen. Paulus is nooit in die stad geweest. Zijn medewerker Epafras (Kol 1,7;4,12; Film. 23) heeft er gewerkt en doopte daar. Paulus trekt naar de grote steden, zijn medewerkers trekken naar kleinere plaatsen.

Paulus en Epafras zitten in de gevangenis. Ze vernemen daar dat de gemeente kampt met nieuwlichterij. Deze tast het geloof aan in Christus. Paulus reageert tegen aanhangers van een levenswijze die aan machten te veel betekenis geeft en zich vastpint op rituelen en eetgebruiken. Paulus benadrukt de eigenheid van Christus, wanneer christenen in Kolosse en elders er toe neigen teveel tussenwezens in te schakelen.

Paulus zegt in deze brief, die tegelijkertijd voor andere gemeenten geldt, dat Christus de volheid is. Wij moeten ons niet wenden naar anderen, maar ons aan Christus vasthouden. “Als u met Christus uit de dood zijt opgewekt, streef dan naar wat boven is.” Sursum Corda, verhef je hart. Hoofd omhoog, dit kan lastig zijn voor wie altijd met het hoofd gebogen loopt. Een depressieve blik verengt. Even horen we de melodie van het lied van Ramses Shaffy: 

Sammy loop niet zo gebogen
Denk je dat ze je niet mogen
Waarom loop je zo gebogen
Sammy met je ogen, Sammy, op de vlucht
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy
Want daar is de blauwe lucht.

Bij de joden is de uitspraak bekend: je kunt aan je kinderen maar twee dingen geven: wortels en vleugels. On ne peut donner que deux choses à ses enfants : des racines et des ailes. Paulus reikt beide aan in deze brief. Wortels en vleugels komen van Christus. Christus kleedt ons tot een nieuwe mens. Hij is onze vaste grond. In Christus ontvangen wij onze christelijke wortels. “In hem zijn we geworteld en gegrondvest” (Kol. 2,7). Dit was het thema van de wereldjongerendagen in Madrid 2011. De wortels steken verborgen in de grond.

Paulus richt onze blik tegelijk naar boven. Daarbij wendt hij ons niet af van onze opdracht hier op aarde. Naar boven en tegelijk verbonden met de wereld, waarin we zijn. Zijn waar Christus is, ontslaat ons niet te werken en te zijn waar we wonen, maar steeds vanuit zijn gezindheid. We zijn vrij in Christus. “De toewending tot Christus betekent dat een mens vrij wordt van de zuigkracht van verslavende machten, waarvan hier veelzeggend juist sexualiteit en geld genoemd worden” (Th. Witkamp, Kolossensen, p. 94).

Op het einde van zijn brief herhaalt Paulus nogmaals dat wij in Christus zijn gedoopt en met hem leven (Kol. 3,1-11). Door ons doopsel zijn we verbonden met alle gedoopten. Daardoor verdwijnen grenzen. Het doopsel overschrijdt tegenstellingen tussen jood en Griek, barbaar en Skyth, slaaf en vrije. We horen samen. Paulus kent ons een dubbele nationaliteit toe. Wij leven in twee vaderlanden.

Christus is uw leven.” Dit leven moet verder openbloeien. Het is mystieke taal. Veel is nog verborgen, maar alleszins op een goede plaats, bij Christus.  We leven nog in geloof (Kol. 1,23;2,12). Wie we zijn is nog niet helemaal duidelijk. Verborgen en geborgen. Bei Gott bin ich geborgen, still wie ein Kind; bei ihm ist Trost und Heil (Evangelisch kerklied). Eens zal dit doorbreken in Christus. Hij is voortdurende aan het scheppen en hij werkt aan onze vernieuwing. Door met Christus mede te werken, dragen wij ertoe bij dat hij groeit en dat hij alles doordringt.