18e zondag C (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, allemaal van harte welkom.

Als Ik goed geïnformeerd ben, hebben wij hier in Heerhugowaard meerdere gevangenissen. De mensen daar hebben heel weinig vrijheid en wij zijn zo vrij als een vogeltje.

Maar er is nog een ander soort vrijheid, een innerlijke vrijheid. Je kunt je vrij voelen t.o.v. het kwaad in de wereld. Je vindt het kwaad wel erg, je hebt er verdriet van, maar je laat je er niet door uit het veld slaan. Je kunt je vrij voelen t.o.v. al je aardse bezittingen. Je geniet er van, maar als je het niet hebt is het ook goed, vrij ook t.o.v. wat een ander wèl heeft en jij niet. Deze vrijheid geeft innerlijke rust en vrede. En dat is toch één van de grootste rijkdommen, die een mens kan hebben.

Vragen wij God, dat wij en onze familieleden en alle mensen overal ter wereld door de ontmoeting met Jezus Christus in deze viering mogen groeien in innerlijke vrijheid. Vragen wij vergeving voor de keren, dat wij niet vrij waren, dat wij niet als kind van God hebben geleefd, onze vrijheid hebben misbruikt om het kwade te doen.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, Gij ziet de toekomst en Gij voorziet in wat wij nodig hebben. Gij kent ons bij naam en Gij zorgt voor ons, altijd. Wij vragen U om de wijsheid, die meer is dan goud, om de schat, die niet vergaat, om de kostbare parel van het evangelie, het koninkrijk van uw Zoon, Jezus Christus, onze Heer. Die met U leeft en heerst...

KINDERWOORDDIENST

PREEK

Broeders en zusters, in het evangelie waarschuwt Jezus Christus voor de hebzucht, voor het niet vrij zijn t.o.v. het aardse.

Om vrij te kunnen zijn is het belangrijk om de werkelijke waarde van de dingen om ons heen te doorzien. Wij willen natuurlijk allemaal gelukkig zijn. Maar geluk zit niet ìn de dingen om ons heen. Geluk heeft alles te maken met iets wat in òns zit!

Een voorbeeld. Twee mensen krijgen dezelfde computer. De één zegt: Fijn, nu kan ik mijn administratie in de computer zetten. De ander zegt: Deze computer is te zwak voor de tekeningen, die ik voor mijn werk moet kunnen maken. Dezelfde computer. De één is blij, de ander niet. Het heeft te maken met iets ìn ons.

Zit geluk in méér rijkdom en bezit? Er was ooit een man, Daniël, die zo blíj was met zijn tweede huis aan zee. Maar op een vrijdagnacht schoot hij in zijn bed overeind. Er woedde een zware westerstorm en hij vreesde voor zijn huisje. Midden in de nacht reed hij er naar toe. En dat op een morgen, dat andere mensen heerlijk onbezorgd konden uitslapen. Méér rijkdom en bezit maakt niet noodzakelijk méér gelukkig. Wie minder heeft, heeft ook minder zorgen, heeft méér vrijheid, meer blijheid.

Zit geluk in méér kennis en geleerdheid? Een stel ouders was bij het afstuderen van hun zoon, Bart. Er waren uiteraard ook allerlei professoren van de universiteit aanwezig. Op gegeven moment vroeg de vader van Bart aan zijn vrouw: "Als je naar die professoren kijkt, met wie van hen zou je dan getrouwd willen zijn?" Zij keek, en zei: "Met geen van hen, want zij kijken allemaal zo weinig blij." Het zou natuurlijk kunnen zijn, dat al die professoren aan het einde van het universitaire jaar aan het einde van hun Latijn waren, maar méér kennis en geleerdheid maakt mensen niet per se gelukkiger. Als wij onze kennis en ervaring willen vermeerderen, heel goed, maar doen wij het in vrijheid, zonder druk van buitenaf. Wij moeten niet denken dat wij minder waard zijn dan een ander, die misschien meer weet dan wij.

Geluk zit ook niet altijd in een hogere positie. Een jongeman, Harry genaamd, was onderhoudsmonteur van machines. Hij had echt liefde voor zijn vak. Hij genoot van zijn werk. Het bedrijf breidde echter uit. Er kwamen steeds meer mensen in dienst. En Harry mocht vanwege zijn grote ervaring chefmonteur worden. Hij ging méér verdienen, meegenomen. Maar Harry moest nu niet alleen met machines werken, maar ook met mensen. Wat een problemen bracht dat met zich mee! Die wilde niet met die samenwerken. En een ander wilde dat ene soort werk niet doen. Na een jaar had Harry een ernstige maagzweer. Zijn arbeidsvreugde was voorbij. Een hogere positie maakt lang niet altijd gelukkiger. Voelen wij ons vrij t.o.v. hogere posities. Je hoeft geen minister of staatssecretaris te zijn om gelukkig te kunnen zijn.

Geluk, broeders en zusters, is zelfs niet automatisch gekoppeld aan gezondheid. Wie weleens in Lourdes is geweest, weet wat een blijdschap zieke mensen kunnen uitstralen. Hoe zij van alles en iedereen kunnen genieten. Hoe zij de zorg aan hen besteed waarderen. De zieken genieten van een gesprek dat je met hen begint, genieten van een klein bosje bloemen, van een wandeling door de stad.

Een man had een grote zaak opgebouwd. Hij werd echter getroffen door een hartkwaal en moest de zaak aan zijn kinderen overlaten. In de rust, die hij moest nemen, ‘ontdekte' hij de natuur en begon te schilderen. Hij begon te schrijven over zijn jeugd. Hij waardeerde het leven als nooit tevoren. Een ziekte of een ander ernstig gebeuren brengt dikwijls een bewustwording of verdieping van het leven teweeg.

De man in het evangelie van vandaag heeft waarschijnlijk nachten liggen piekeren over het feit, dat zijn broer de erfenis niet met hem wilde delen. Wat heeft hij daardoor zijn geluk en vrede laten aantasten!

Genieten wíj van wat wij nú hebben, van wat wij nú zijn. Proberen wij vrije mensen te zijn. Kijken wij niet naar een ander. Ons leven met God en met elkaar is zo mooi. Doen wij in alle eenvoud het goede, voor God en voor elkaar. Dat zal ons méér gelukkig maken dan alle inspanningen voor aardse schatten, die wij vandaag hebben en misschien morgen weer kwijt zijn. Het zou beter zijn als we ons iets minder krampachtig vasthielden aan die zaken waarvan de schrijver van de eerste lezing zegt "IJdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid" en onze aandacht wat vuriger laten uitgaan naar wat de apostel Paulus zegt in de tweede lezing: "Als gij met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is. Zint op het hemelse, niet op het aardse". Wie innerlijk vrij is, zal van God andere weldaden ontvangen, zegeningen, die van blijvende waarde zijn.

In ditzelfde kader zou ik nog iets willen zeggen over de heilige van gisteren, Ignatius van Loyola.

Ignatius werd in het jaar 1491 geboren in het Spaanse Baskenland. Vóór zijn bekering verbleef hij aan het koninklijke hof en was hij in het leger. Hij was verslaafd geraakt aan het lezen van de ridderromans. Toen hij op een ‘goede' dag gewond raakte, moest hij verpleegd worden en vroeg om dergelijke boeken, maar die waren op de ziekenafdeling van het klooster waarin hij was opgenomen niet te vinden. Daarom bracht men hem boeken met titels als "Het leven van Christus" en een ander boek "Bloem van de heiligen".

Doordat hij er veel in las, begon hij een zekere bewondering te krijgen voor het christelijke leven. Nu eens dacht hij na over wat hij in die boeken las. Dan weer dacht hij na over de dingen van deze wereld. Als hij over het leven van de heiligen las, dacht hij: Als ik nu zelf ook eens ga doen wat de heilige Franciscus heeft gedaan of de heilige Dominicus. En het was pas na verloop van tijd dat hem iets begon op te vallen: als hij las en nadacht over het soms wel harde leven van de heiligen, dan ondervond hij niet alleen op dat moment zelf een gevoel van vertroosting, maar ook daarna bleef hij tevreden en opgewekt. Maar als hij later dan weer nadacht over het leven van de ridders en andere wereldlijke zaken, dan voelde hij zich treurig en dor.

Ignatius is later de stichter geworden van de orde van de jezuïeten en het bemerken van dit onderscheid in gevoelens is hij gaan noemen ‘de onderscheiding der geesten.'

Mogen ook wij allen die gave van God ontvangen: de onderscheiding der geesten. Mogen wij en al onze familieleden en vrienden gaan inzien wat ons werkelijk gelukkig maakt, niet alleen in dit leven, maar ook in het toekomstige. En dat wij dan ook met heel ons hart en met al onze krachten gaan proberen om volgens dat inzicht te leven. Mensen in de wereld, broeders en zusters, snakken - zonder het misschien zelf te weten - naar ècht gelukkige mensen, naar mensen aan wie zij zich kunnen optrekken. Zijn wij die mensen.