Ruzie om de erfenis (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

TWEE BROERS

Ik las een klacht van enkele notarissen. Steeds vaker wordt er geruzied over de erfenis. Dat vertraagt de verdeling wel met een jaar. Sommigen meenden zelfs dat meer dan helft van de erfenissen aanleiding tot ruzie gaf. De verwijdering die onder de erfgenamen ontstaat blijft vaak hun hele leve voortbestaan. De felste ruzies gingen tussen broers en zussen. Echtscheiding bij de kinderen, of het bestaan van half-broers en -zussen kunnen de situatie compliceren. Je vraagt je af: zijn mensen nou zo hebberig? Is het verlangen naar rijkdom groter dan het verlangen naar vrede en goede verhoudingen?
Twee broers komen naar Jezus toe. Jezus heeft immers verstand van de Joodse wet. 'Kunt u mijn broer sommeren dat hij de erfenis met me deelt?' Jezus reageert. ‘Ben ik de executeur-testamentair?' Nee dus. ‘En nu je het me toch vraagt: van die erfenis zul je niet gelukkig worden!'
In Israël ging de erfenis naar de eerstgeboren zoon. Dochters kregen alleen iets als er geen zonen waren! De jongere broers moesten blij zijn met een deel van de erfenis.

OP EIGEN BENEN

Ik vraag me af waarom er zoveel ruzies ontstaan om de erfenis. Is dat hebzucht? Of is het toch iets anders? Verandert het overlijden van de laatste ouder iets belangrijks in de relaties van broers en zussen? Ineens is niemand anders meer verantwoordelijk voor de onderlinge contacten dan zijzelf. Niet meer voor mam of voor pap hoeven ze zondag naar de kerk te gaan, en na de mis koffie te drinken bij de oudste of de jongste. Die ene zus hoeft niet meer elke dag naar de kliniek en ze ervaart voor haar inspanningen geen enkele waardering meer. De ene broer die altijd een streepje voor had krijgt nu de verwijten naar zijn hoofd. De zus die het zwarte schaap was, pikt het niet langer. Het lijkt er vaak op, dat het niet zozeer om de materiële rijkdom gaat, maar om de waardering. Werden de kinderen gelijkelijk gewaardeerd, en waardeerden zij dus elkaar?

WAARDERING

Mijn moeder had een klein schriftje. We bewaren het nog. Ze hield daarin op de cent bij, wat een van de vijf kinderen extra had gekregen. ‘Twan 2,40 trein naar Nijmegen. Wies 12,40 truitje.' Van iedereen werd pijnlijk nauwkeurig bijgehouden wat hij extra kreeg. En als mijn oudste zus, die het eerst op kamers woonde weer eens krap bij kas zat, dan verbreidde het gerucht zich onder ons, kinderen, ‘Jeanne is failliet!' Ze kreeg dan 100 gulden van mijn moeder, en wij wisten dat wij er dan allemáál 100 gulden bij kregen op het spaarbankboekje. Al die bijna scrupuleuze eerlijkheid was niet nodig geweest. Het feit dat moeder elke maand op woensdagmiddag steeds een ander kind meenam naar de stad, en dat ieder kind dan de volle aandacht kreeg, dat telde! Ieder kind zat met haar geregeld in de lunchroom van V&D te wachten op het kinder-ijsje. Die gelijke aandacht en waardering helpt om ruzie te voorkomen.

KONINKRIJK

En dat is ook wat Jezus bedoelt. Niet het materiële bezit maakt ons gelukkig. Je moet te eten hebben, natuurlijk, en tegenwoordig ook een mobieltje, en een televisie. Maar gelùkkig word je, omdat je erbij hoort. Omdat je een gewaardeerd lid bent van het gezin. Omdat je niet meer hoeft te wedijveren om in moeders gunst te komen. Omdat je niets meer hoeft te bewijzen om vaders trots te verdienen.
Bij de broers die bij Jezus komen is er iets mis gegaan met de liefde! Het verzamelen van geld en goed, het bouwen van schuren en stapelen van voorraden, het zal nooit genoeg zijn, het zal ze nooit tevreden stemmen, integendeel. Het brengt hen in een spiraal van depressies en ontevredenheid. Er is iets anders waarover we ons druk moeten maken. Het Koninkrijk van God, vrede en gerechtigheid, brood en barmhartigheid.

DE KLEINTJES

Lieve kinderen. Catootje trok aan de arm van opa. De auto was geparkeerd en nu wilde zij zo vlug mogelijk naar haar vriendjes van de kinderboerderij. Haar oudere broer Sam deed het rustiger aan. Een kinderboerderij was iets voor de kleintjes. Het woord zei het al! Naarmate ze dichter bij de pony's en cavia's kwamen, werd ook Sam geïnteresseerder. En toen Catootje aan opa het oude brood vroeg, stak hij ook zijn hand uit. Opa gaf ieder drie sneetjes. ‘Dat is niet eerlijk', riep Sam. ‘Ik ben de oudste!' Hij bedoelde dat hij vond dat hij vier sneetjes mocht uitdelen. Catootje liet toch de helft vallen en de andere helft zich door de brutaalste dieren uit de hand rukken. Sam griste een snee uit Catootjes hand. Er viel er nog een op de grond. Catootje stond met een halve snee te huilen en Sam was al in het weitje.
Hij probeerde een biggetje te aaien, maar daar kreeg hij de kans niet voor. De dieren zaten niet te wachten op zijn liefde, maar op zijn brood. De brutaalste geiten stoven op hem af, gevolgd door enkele haantjes en een bok. Maar Sam wilde het pasgeboren lammetje wat geven. Dat werd door alle andere dieren weggeduwd. Sam gooide in een wijde boog het brood naar het zielige lam, maar de andere beesten stoven erop af en liepen het lam omver. Het lukte Sam niet om de kleine wat te geven. Teleurgesteld beklaagde hij zich bij opa. ‘Tja', zei opa, ‘die kleintjes krijgen altijd het minst. De groten duwen ze altijd opzij. Maar als jij de kleintjes zo graag wil helpen...', en hij gaf hem nog twee sneetjes uit de zak, ‘dan geef deze maar aan de kleine Catootje...'