Vragen is niet gemakkelijk (2010)

Heel wat mensen stellen er prijs op om onafhankelijk te zijn. De ander nodig hebben wordt gezien als iets negatiefs. Het is heerlijk om naar de winkel te kunnen gaan, dingen te kopen die je wilt en het ook te betalen. Het zou vreselijk zijn om een ander dan om geld te moeten vragen. Hulpbehoevendheid is iets wat niemand wil. Het is ook fijn om mensen en plaatsen te bezoeken zonder te moeten vragen of iemand je er naar toe wil brengen. De maatschappij probeert mensen zo veel mogelijk zelfstandig te laten blijven. En heel wat creativiteit is ontwikkeld om dat ook te bereiken. Er zijn al robots uitgeprobeerd die de thuiszorg kunnen vervangen. Van de andere kant merk je ook dat voor jezelf leven eigenlijk geen leven is. Het verlangen om anderen te helpen is dan ook heel groot. Met enige verontwaardiging kan soms gezegd worden: waarom heb je dat niet gezegd, dan had ik je toch geholpen. Eenzaamheid is voor een stuk ook terug te voeren op die wens naar onafhankelijkheid. Terug geworpen op jezelf komen mensen in een isolement.

Vragen heeft niet alleen betrekking op onze relatie met medemensen, maar ook op onze relatie tot God. Bidden is ook vragen. Heel veel mensen zijn teleurgesteld in het gebed omdat ze niet gekregen hebben wat ze vroegen. En haken daarom af. Jezus leert zijn leerlingen dat vragen in het gebed niet gezien moet worden als de hulp ontvangen die je in gedachten had, maar ook God met jou bezig laten zijn. Wie dat ook in ogenschouw neemt ontdekt van binnen uit dat God op zijn eigen manier met ons bezig is zodat dingen in het leven ten goede worden geleid. Dit kan op allerlei manieren zijn. Jezus zegt ons dat God altijd luistert, wanneer wij ons tot Hem richten, en daar moeten wij ook op vertrouwen. Hij is voor ons als een vriend bij wie wij altijd kunnen aankloppen. Een vriend vindt het misschien wel eens lastig wanneer wij op een ongeschikt moment op een beroep op hem doen. Voor God is geen enkel moment ongeschikt. Een ander beeld dat Jezus gebruikt is het beeld van de Vader. Zo beschouwde Hij ook zijn eigen relatie met God. Een vader doet alles voor zijn kind. Je mag er op rekenen dat hij altijd het beste voor zijn kind over heeft. Zo is het ook met God. Hij stuurt ons niet met een kluitje in het riet. Maar geeft ons iets waar wij mee verder kunnen. God gunt de mens zijn eigen leven, maar wil niet dat de mens in een isolement geraakt. Daarom mogen wij ons altijd tot Hem richten. Bidden is via de hemel ook weer in contact komen met mensen op aarde. In het gebed uitspreken wat er leeft in je hart heeft aan Jezus en vele mensen ruimte geschonken.

Veel mensen willen zelfs in het gebed onafhankelijkheid bewaren. Ik bid wel als ik er behoefte aan heb. Gebed is het zelfde als vriendschap. Wanneer je het onderhoudt voel je ook de vruchten er van. Soms hebben wij anderen nodig om ons weer bij elkaar te rapen en God aan te spreken als Onze Vader. Het is fijn om te ervaren dat ook anderen mensen het niet alleen af kunnen en de ander nodig hebben. Dat maakt ons minder kwetsbaar. Een ernstig zieke kan wel eens uitspreken: ik kan niet meer bidden. Dat heeft weinig met ongeloof te maken. Maar meer het worstelen met de vraag waarom dit alles zo moet gebeuren. Men voelt zich terug geworpen op zichzelf. Des te meer troostend kan het zijn wanneer er een ander bij je is die samen met je bidt. Geloven heeft alles te maken met vertrouwen. Naarmate wij de Ander meer vertrouwen, durven wij ook meer te vragen. Maar geloven is ook lief hebben. Naarmate wij meer ontdekken dat God ons daadwerkelijk nabij is gaan wij meer van Hem houden en van de ander. Bidden is niet alleen maar vragen. Het is ook het bijzondere van het gewone zien en daarvoor God danken. Bidden kun je alleen maar leren door er tijd voor te nemen en zo te groeien in het contact met God.