Heer, leer ons bidden (2010)

 Lucas geeft een korte versie van het onzevader.  Ze verschilt een beetje van deze van Matteüs.  Heeft Matteüs woorden en beden toegevoegd aan de oorspronkelijke versie?  Of is het Lucas die erin geschrapt heeft?  De versie van Lucas in de Nieuwe Bijbelvertaling klinkt als volgt: 

Vader,

laat uw naam geheiligd worden

en laat uw koninkrijk komen.

Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben.

Vergeef ons onze zonden,

want ook wijzelf vergeven iedereen

die ons iets schuldig is.

En breng ons niet in beproeving.

 Alle generaties hebben aan de vertaling van deze tekst geschaafd.  We proberen er een actieve vorm aan te geven.  God, heilig uw naam en kom regeren.  Jezus bad dit gebed in het Aramees.  Lucas vond die tekst in zijn Griekstalige gemeenten.  Het onzevader is vertaald in alle wereldtalen.  In de Onzevaderkerk op de Olijfberg hangen vele van deze vertalingen.  Jezus geeft een gebed dat anderen, ook niet-christenen, kunnen bidden tot een persoonlijke God. 

"In der Kürze liegt die Würze."  De kracht van het bondige.  Lucas gaat naar het essentiële.  Hij vermeldt vijf beden, waarvan twee zich richten naar wat God aangaat en drie naar menselijke behoeften.  Het gebed is sober opgebouwd..  Op de top van het gebed staat de aanroeping van de Vader,

Daaronder twee vormen van Gods aanwezigheid: zijn naam en zijn rijk.

Daarna naar beneden toe: drie van onze werkelijkheden: het goede brood, onze te vergeven fouten en de uiteindelijke beproeving.

Het gaat over wezenlijke dingen: brood om te leven, niemand iets anders schuldig te zijn dan de liefde, standhouden in trouw.  De zware beproeving in de laatste bede gaat over de situatie waarin we kunnen terecht komen en waar er te kiezen valt bij vervolging.  Kiezen we voor lijden en dood of voor verraad en ontrouw aan het geloof (zie Petrus, Lc 22,31-34;46)?

 « Le Notre Père dit Dieu pour mieux dire la condition humaine » (F. Bovon, L'Evangile de Luc II, p. 114). 

Het is een Joods gebed.  Van elke bede zijn gelijkenissen te vinden in de schatten van de Joodse liturgie.  Maar door zijn bondigheid en vooral door God als Vader aan te spreken is het onzevader een nieuw gebed.

 Matteüs plaatst het onzevader in de bergrede.  Het onzevader is er zelfs het centrum van.  Zie de commentaar van Peter Schmidt op de Bergrede in zijn boek Ongehoord.

 Lucas neemt een ander vertrekpunt.  In zijn vlaktrede maakt hij geen melding van het onzevader en geeft het een andere plaats in zijn evangelie.  Hij vertrekt vanuit het verlangen en de vraag van een leerling van Jezus nadat deze Jezus voor de zoveelste keer aan het bidden zag.  Jezus is de bidder (Hebr. 5,7).  Schoon is het dat biddende mensen anderen tot bidden aanzetten.  Een gezonde besmetting.  Jezus schept met dit gebed gemeenschap, allereerst een gemeenschap met hemzelf als de bidder, die God aanspreekt als zijn Vader.  Hij geeft een gebed dat wij individueel en gemeenschappelijk mogen bidden.  Het onzevader kreeg algauw een plaats in de eucharistie.  Het is naast het Credo en de Tien Geboden een vast onderdeel van onze catechismus.  Zie structuur van de Katechismus van de Katholieke Kerk.

 Zowel Lucas als Matteus zien het bidden tot God als een contact met een vriend.  In nood ken je jouw vrienden.  Een vriend kan niet tegelijkertijd voor elk van zijn vrienden beschikbaar zijn.  God is dit op elke moment.  Een mens is beperkt en het mensenhart kan boos zijn.  Jezus verrast ons door te zeggen dat wij slecht zijn.  Dit pessimisme over de mens is verwonderlijk bij Lucas.  Hij onderstreept gaarne de mildheid van Jezus.  Dante noemt Lucas 'scriba mansuetudinis Christi', de schrijver van Gods zachtmoedigheid.  Uit boosheid kunnen mensen elkaar benadelen en elkaar het goede niet gunnen.  Toch weigeren ouders aan hun kinderen niet wat deze nodig hebben.  God is de trouwe vriend.  Hij is bron van vaderschap en moederschap.  Hij is niet doof als wij tot hem roepen.  Het beste dat Hij ons wil schenken is zijn geest.  Hierom moeten wij bidden.  De Geest leidt ons tot God.  Hij geeft ons inzicht om juist te handelen.  God weet wat we nodig hebben, toch verstaat Hij dat wij onze noden bij hem uitspreken.  Door ze uit te drukken kunnen we met zijn blik onze situatie beoordelen en zien hoe we moeten handelen in de richting van dat waarvoor wij bidden. 

Vier zondagen na elkaar heeft Lucas voor ons de eisen opgesomd om volgeling van Jezus te zijn.  Hij deed dit in vier taferelen.  "Zoals de '72' moet de volgeling getuigenis afleggen, zoals de barmhartige Samaritaan moet hij zijn leven met de naaste delen, zoals Maria moet hij luisteren naar Gods woord en zoals de leerlingen moet hij het onzevader bidden.  Maar door zo te leven, raakt de volgeling als vanzelf verstrikt in het conflict van Jezus met zijn tegenstrevers" (H. Servotte, Lucas Literair).  Deze conflicten nemen toe, naarmate Jezus Jeruzalem nadert.