17e zondag door het jaar C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In 1964 werd ik - groen van het seminarie - benoemd in een grote nieuwbouwwijk van Eindhoven; kapelaan bij een bouw-pastoor.
De architect kreeg als opdracht een kerk te bouwen die multi-functioneel gebruikt zou kunnen worden. We vonden het toen voor de toekomst onverantwoord een kerk te bouwen die zes dagen in de week leeg zou staan. Het zou dus een gebouw moeten worden dat voor verschillende doeleinden gebruikt zou kunnen worden. Een huis Gods moest het worden, maar ook een huis van het volk Gods. De architect ontwierp zo'n kerk. Door gebruik van een paar grote schuifwanden zou er met de ruimten gespeeld kunnen worden. Maar middenin bleef een royale ruimte voor de eredienst, en alleen voor de eredienst. ‘Want', zei de architect, ‘de hele wereld hebben we van God gekregen; een paar vierkante meter geven we aan Hem terug'.

Ik ben dat nooit vergeten: ‘een paar vierkante meter teruggeven aan Hem'. En eigenlijk is dat ook zo met bidden. Van alle tijd die je van Hem kreeg, een beetje teruggeven.

Tijd maken voor God. Moeilijk is dat, want de meesten van ons lijken meer op Marta dan op Maria (uit de lezing van vorige week). We zeggen nogal makkelijk: ‘Werken is ook bidden'. Maar ons werken zal verschralen tot leeg gedoe als we niet van tijd tot tijd rust inruimen, en tot bezinning, gebed willen komen. Er is geen auto die loopt zonder accu of brandstof. Bidden is tanken en de accu opladen voor ons doen. Moeilijk soms; en daarom kun je ook zeggen: ‘Bidden is ook werken'.

Bovendien gaat bidden ons zo moeilijk af omdat wij bij alles al vlug vragen naar het nut. Wat levert het op? Wat koop ik ervoor? Ons leven is misschien verontreinigd door een teveel aan efficiency. Bidden is niet echt efficiënt, en heeft geen nut; zoals het ook geen nut heeft te blijven zeggen: ‘Ik hou van jou'. Dat heeft ook geen echt nut. Maar het heeft wel degelijk zin. Liefde heeft het nodig, en geloven ook: uitzeggen wat er in je omgaat, onder woorden brengen wat je bezighoudt, je vreugde en verdriet aan God laten weten.

Bidden is ook moeilijk voor ons omdat we menen flink te moeten zijn. ‘Een man mag niet huilen', is een gezongen leugen, en jonge mensen denken volwassen te zijn als ze onafhankelijk zijn en op eigen benen kunnen staan. Maar je bent wellicht veel volwassener als je klein durft te zijn. Als je door de knieën durft te gaan en durft uit te huilen bij die Ene die groter is dan wij. Als je kind durft te zijn van de Vader.

Tenslotte - leren we uit beide schriftlezingen - moeten we ‘aanhoudend bidden', het niet te vlug opgeven. Door in bepaalde omstandigheden te blijven bidden verandert misschien niet de situatie. Maar de mens die aanhoudend bidt, verandert, en gaat anders tegen de dingen aankijken. Door te blijven bidden kun je aan wat eerst ondoenlijk leek.

En als je niet weet hoe of wat te zeggen, zeg dan wat Jezus ons leerde bidden: Onze Vader.