17e zondag door het jaar C - 2016

Zusters en broeders,

Misschien gaat bij de vraag van de leerlingen aan Jezus om hen te leren bidden al onze aandacht naar het gebed dat Hij hen en ook ons leert: het Onze Vader. Daardoor hebben we wellicht weinig of geen aandacht voor wat Hij op het einde zegt. Het heeft de parabel verteld van de man die ’s nachts brood gaat vragen aan zijn  buurman. En zoals die buurman geen nee zal zeggen tegen die vraag, al was het maar om van het aandringen af te zijn, zo zal onze Vader in de hemel geen nee zeggen op onze vragen, en Hij zal ons zeker geen giftige geschenken geven. En dan volgt wat we misschien niet gehoord hebben: Hij zal de heilige Geest geven aan wie erom vraagt.

Dat is dus wat God ons geeft op onze gebeden en op onze vragen: de heilige Geest. Hij geeft dus geen miraculeuze genezing aan wie ongeneeslijk ziek is, maar Hij geeft zijn Geest om te sterken, om te blijven hopen en te blijven geloven. En aan de naasten, aan de familie en de vrienden, geeft Hij zijn Geest om te blijven helpen, om de zieke te blijven bezoeken en met liefde te behandelen. Zo geeft onze Vader in de hemel ook geen vanzelfsprekend geluk op het werk en in de familie, maar wel zijn Geest om ons best te blijven doen, om ons in te zetten voor het goede, om elkaar lief te hebben, om niet alleen voor onszelf te leven. Evenmin zorgt onze Vader in de hemel automatisch voor mooi weer wanneer we op vakantie gaan, winnen we geen zes bij de lotto, zijn we niet gevrijwaard van tegenslag en ongeval, maar geeft Hij ons zijn heilige Geest om te dragen wat zwaar is, om te sterken wanneer we in zwakke tijden leven, om te begrijpen en te aanvaarden wat echt tegenzit, om te helpen in nood en te troosten in verdriet. Om niet kapot te gaan aan de miserie die de wereld tegenwoordig elke dag treft, om niet het vertrouwen in elkaar te verliezen. Om als goede mensen door het leven te gaan, met aandacht voor onze medemens.

We weten dat het soms moeilijk is om Gods Geest te ervaren, en misschien hebben we soms de indruk dat God echt niet naar ons, naar onze beden en naar onze vragen wil luisteren. Misschien vergeten we daarbij hoe dikwijls we in ons menselijk leven met heel veel aandrang moeten aandringen om iets gedaan te krijgen. Zo is het ook met ons bidden: we mogen het niet opgeven met aandrang te blijven bidden tot de Heer onze God. Dat deed ook zijn Zoon Jezus. Hoe dikwijls lezen we niet in het evangelie dat Jezus zich terugtrekt om te bidden. Zo begint trouwens ook het evangelie van vandaag: Jezus heeft zich afgezonderd om te bidden. Hij, de Zoon van God, bidt tot zijn Vader. En Hij is ons voorbeeld. Laten ook wij niet ophouden met bidden. En laten we niet vergeten dat de Heer onze God altijd naar ons zal luisteren. Zoals ouders en grootouders naar hun kinderen en kleinkinderen blijven luisteren, ook als ze nog zo klein zijn dat ze meer ratelen dan spreken. En toch worden ze vol liefde beluisterd. Zo zal God altijd vol liefde naar onze beden luisteren.

In de eerste lezing horen we daar een prachtig voorbeeld van. Abraham is echt aan het sjacheren met God. Als hij dat met een heerser of een koning zou doen, is de kans zeer groot dat die zich alleen maar kwaad zou maken en hem buiten zou gooien, of erger. En wat doe de Heer onze God? Hij blijft luisteren en volgt de beden in.

Zusters en broeders, laten we nooit ophouden met bidden. Bidden zoals Jezus het deed en zoals Hij ons geleerd heeft. En ook bidden zoals Abraham, die het niet opgeeft. Laten ook wij dat niet doen. Laten we nooit opgeven met bidden, want onze Vader in de hemel zal ons de heilige Geest geven. Amen.