17de zondag dh jaar C (2013)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

“Op  een keer was Jezus ergens aan het bidden”. Zo begint het evangelie van  vandaag. Het is goed om eens stil te staan bij de biddende Jezus. Er  wordt zo veel over Hemzelf gezegd, over zijn woorden en daden, zijn  wonderen, maar over zijn bidden horen wij maar weinig. Toch heeft Jezus  zijn liefde voor God en voor de mensen nergens zo diep beleefd als in  zijn gebed.

Jezus’ gebed heeft op de apostelen grote indruk gemaakt. In het  evangelie staat, dat Jezus weleens geen tijd had om te eten, zo druk was  Hij dan met de mensen in de weer, maar voor het gebed maakte Hij  telkens weer tijd vrij. Hij trok zich daartoe terug in de eenzaamheid,  op een berg, soms in de nacht en ook weleens voor langere tijd in de  woestijn.

Vooral de manier waarop Jezus bad is de apostelen altijd bijgebleven.  Op dinsdag 6 augustus viert de Kerk het feest van de  Gedaanteverandering van de Heer en juist bij die gelegenheid zullen wij  horen hoe tijdens het bidden Jezus’ gelaat van aanblik veranderde en  zijn kleren verblindend wit werden. Jezus ging zo vertrouwelijk met zijn  hemelse Vader om, dat het gebed Hem van binnen uit helemaal veranderde.  De rust, de vrede, de verlichting, die God aan biddende mensen wil  schenken, was bij Jezus te zien, zo goed kon Hij bidden.

De apostelen begrepen, dat zó kunnen bidden voor het dagelijkse leven  met al zijn vreugde en verdriet een bron van kracht kan zijn. En daarom  vroegen zij Jezus: “Heer, leer ons bidden”. Zij vroegen niet zo zeer om  een gebedsformule, maar de kracht, de liefde, de wijsheid, de vrede en  de vreugde, die Jezus tijdens zijn bidden ontving, wilden zij ook graag  krijgen.

Jezus geeft dan toch een gebedsformule, maar wel een heel bijzondere,  ongekende formule, die wij noemen ‘het gebed des Heren’, een gebed, dat  is voortgekomen uit de rijkdom van Jezus’ Hart. Het is a.h.w. een  cardiogram van Jezus’ Hart. De leerlingen beseften het bijzondere  karakter van dit gebed en daarom laten zij ons vooraf zeggen:  Aangespoord door een gebod van de Heer durven wij zeggen: Onze Vader.

Het is eigenlijk ongehoord, dat wij de almachtige God, de verheven  Schepper van hemel en aarde “Onze Vader” mogen noemen. Het is dan ook  niet meer dan vanzelfsprekend, dat wij in dat gebed eerst onze gedachten  naar Hemzelf laten uitgaan en bidden, dat zijn Naam geheiligd moge  worden, dat zijn Rijk moge komen, dat zijn wil moge geschieden.

Het gebed des Heren is een wereldwijd gebed. Als wij zeggen “Onze  Vader”, geven wij te kennen, dat alle mensen, overal ter wereld, onze  broeders en zusters zijn, één grote familie van God.

Paus Franciscus hamert er dan ook geregeld op, dat wij onze zorg meer  en meer moeten laten uitgaan naar die medemensen, vooral de zieken en  de armen. Wij weten, dat hij - ook nu weer tijdens de  WereldJongerenDagen in Rio de Janeiro - sloppenwijken bezoekt,  ex-detineerden en verslaafden. Als wij dan horen over ellende, ook  bijvoorbeeld in Egypte en Syrië, mogen wij bidden als voor onze eigen  kinderen en kleinkinderen, onze eigen broers en zussen, die zo zwaar  gebukt gaan onder het zo onnodige geweld.

Via die mystieke Amerikaanse vrouw, Maria de notre Dame, over wie ik  vorige week al vertelde en die - naar ik geloof - inspraken uit de hemel  krijgt, laat Moeder Maria op 11 mei 2011 het Amerikaanse volk en ons  allen het volgende weten: “Luister niet naar je bankiers, maar luister  naar het roepen van de armen en de hongerigen in andere landen. Als jij  voor hen zorgt, zal ik voor jou zorgen. Als je hen nog meer honger laat  lijden, zal ik ook jouw kinderen het onheil van hongersnood laten  proeven”. Dat, lieve medeparochianen, is de opdracht voor de gelovigen  van deze tijd: te bidden en te werken voor de armen.

Nog een hemelse inspraak over dit onderwerp, over een verrassende  deur naar economisch herstel. Op 25 juli van datzelfde jaar 2011 zegt  Maria het volgende: “Om je economie te redden moet je naar het  buitenland kijken. Kijk naar de degenen in de wereld, die van honger  sterven en voedt hen, zoals je nog nooit gedaan hebt. Als jouw voedsel  de magen vult van hen, die honger lijden in de wereld, zal mijn  economische zegen je financieel systeem toevloeien. Dat is mijn belofte.  De hongerigen van de wereld zijn de deuren naar je economisch herstel”.

Dit staat eigenlijk al in het Oude Testament en is dus niets nieuws.  In Jesaja 48, 18 zegt God het volgende: “Hadt gij maar geluisterd naar  mijn geboden, dan was uw vrede als een rivier geweest, en uw welzijn als  de golven der zee”.

Paus Franciscus is ook zijn priesters flink aan het aanpakken. Hij  heeft liever niet meer, dat priesters nieuwe auto's kopen. Oei, oei, dat  heb ik tot nu toe altijd gedaan, maar ik heb God beloofd om het niet  meer te doen. En dan is het natuurlijk de bedoeling, dat je het geld,  dat je overhoudt, aan de armen geeft.

Terug naar het gebed. Ook als wij het ‘Onze Vader’ privé uitspreken,  voor onszelf, dan doen wij dat toch in naam van die grote  mensengemeenschap, die God als Vader erkent en ook voor alle mensen, die  God nog niet als zodanig kunnen of willen erkennen.

Als wij God geëerd hebben met de eerste paar beden van het Onze  Vader, dan mogen wij ook bidden voor de noden van de wereld en van  onszelf. Dan mogen wij vragen om het brood voor elke dag, wij vragen om  vergeving, om bescherming tegen alle bekoringen en verlossing van alle  kwaad. Wij nemen dan a.h.w. heel de wereld in onze handen om haar aan  God de Vader aan te bieden.

Kunnen wij het Onze Vader niet altijd en overal bidden? Aan het begin  van een nieuwe dag: moge uw wil geschieden, moge uw Rijk komen. Aan het  einde van de dag: vergeef ons onze schuld. Bij de wieg van een  pasgeboren kindje: wees Vader ook voor dit nieuwe leven. Bij het  sterfbed van een dierbare: Wees Vader voor deze mens en neem hem op in  uw eeuwig koninkrijk. Voor en na het eten: om God te vragen om dagelijks  voedsel, om God te danken voor het voedsel.

Broeders en zusters, laten wij dit gebed héél vaak bidden. Maar  raffelen wij het niet af. Laten wij af en toe eens rustig nadenken over  alle afzonderlijke woorden. Wat wil het zeggen voor míjn leven, dat die  almachtige, eeuwige God ook míjn Vader is. Betekent dat niet, dat mijn  persoonlijke bestaan in goede handen is? Dat ik mij door Hem gedragen  mag weten, en dat ik mij dus eigenlijk nooit zorgen hoef te maken?

Uw Naam worde geheiligd. Een oproep aan mijzelf en alle mensen om  goed te leven. Uw rijke kome. Een wens, en tegelijkertijd een heerlijke  belofte waaraan wij kunnen meewerken. Eens zal het Godsrijk gevestigd  zijn, zal alle kwaad overwonnen zijn. En wat is het niet troostvol, dat  God al onze schulden wil vergeven... als wij ook anderen hun schuld  willen vergeven.

Laten wij zo af en toe eens stilstaan bij die verschillende woorden  van het Onze Vader. Dan zal misschien ook ons hart gaan branden. Dan zal  misschien ook ons gelaat gaan stralen. Dan zullen wij Gods vrede  ervaren en andere mensen zullen dat zien. Dan zijn wij een levend  getuigenis van Gods bestaan.