Heer, leer ons bidden!

7e zondag door het jaar Cyclus C 2013 Genesis 18, 20-32

Lucas 11, 1-13

 

 

Heer, leer ons bidden!

 

 

Beste vrienden,

 

Je hebt er geen cursus voor moeten volgen, er waren geen lesroosters voor nodig en ook geen grote didactische overwegingen. Je hebt het gewoon terloops geleerd. Je herinnert het je zelfs niet meer. Als klein kind ben je begonnen met brabbelen en datgene na te bootsen wat je van anderen hoorde. Dan kwamen de eerste woordjes en later zelfs korte zinnetjes. En plots kon je het gewoon, en na verloop van tijd zelfs steeds beter. Je kon spreken! En zoals bijna iedereen ter wereld heb je dat gewoon terloops geleerd. Want zo leren wij spreken: gewoon vanzelf. En zo is dat ook met vele andere dingen. Het belangrijkste leer je vanzelf. Spreken, lopen, zelfs lachen leren we zonder al te grote inspanning. En het zou er maar triest voor ons uitzien wanneer we dat allemaal op een speciale school zouden moeten leren.

We hebben natuurlijk altijd wel mensen nodig die ons erbij helpen, maar het leren zelf, dat doen we in de dagelijkse omgang met elkaar, gewoon door het te doen. De belangrijkste dingen worden ons door het leven van elke dag bijgebracht.

Volgens mij hoort bidden daar ook bij. Ook daar heb je geen speciale cursus voor nodig. Je doet het gewoon vanaf het ogenblik dat je God hebt leren kennen. Iemand heeft je iets over Hem verteld en je voelt aan dat die God ook iets met jou te maken heeft, dat Hij in je leven ook een rol speelt. Dan begin je gewoon ook aan die God te denken, en misschien heel kinderlijk met Hem te praten, Hem iets te vertellen, Hem iets te vragen of gewoon “dank u” te zeggen. Dat is niets bijzonders, geen literair geformuleerd gebed, niets wat men in boeken zou willen publiceren. Het is gewoon bidden, en dat is gewoon hetzelfde alsof ik met mijn ouders of met een goede vriend zou praten. Het is een gesprek dat van binnenuit komt. Je hebt er geen scholing voor nodig, je kan het gewoon.

Maar kan je het altijd? Praten kan je tenslotte ook niet altijd! Ook praten kan soms heel zwaar vallen. Als je voor een groot publiek moet spreken of wanneer het erom gaat een ingewikkelde samenhang in begrijpelijke taal voor te stellen, dan heb je het veel moeilijker dan wanneer je s'avonds aan tafel met je gezin praat. Voor publiek spreken vergt al wat oefening of een bijzondere scholing. Om zulke reden volgen mensen dikwijls een cursus retorica.

Spreken kan je, je hebt dat als klein kind als vanzelf geleerd. Maar in sommige situaties wordt er meer van je geëist en daar heb je dan bijkomende scholing voor nodig. En als dat zo is voor het spreken, dan is dat voor het bidden vermoedelijk ook niet anders.

Er zijn gebeden die we aanleren. Er zijn gebedsvormen die we ons langzaam eigen moeten maken. Er bestaan zelfs dikke boeken over bidden. Dat wil nu niet zeggen dat je pas dan kan bidden wanneer je het lang en met veel moeite hebt gestudeerd. Dat betekent ook niet dat je eerst een cursus zou moeten volgen om te kunnen bidden, maar in sommige situaties gelden ook voor het gebed bijzondere uitdagingen, en daar moeten we ons dan ook speciaal op voorbereiden.

Tenslotte zijn er ook situaties waarin ik gewoon zelf de woorden niet kan vinden en waar ik aangewezen ben op aangeleerde gebeden en gebedsvormen. In dergelijke situaties volstaat het gewoon niet meer om er zo maar op los te praten zoals ik dat normaal zou doen. Wanneer ik bijvoorbeeld samen met anderen zou willen bidden. Dan is het noodzakelijk dat iedereen over dezelfde schat aan gebeden zou kunnen beschikken, een verzameling van gemeenschappelijke gebeden waar we allemaal gebruik van kunnen maken.

Wat me echter nog veel belangrijker lijkt is, dat wanneer ik een krop in de keel heb en de woorden blijven steken, wanneer ik plots helemaal niet meer wil bidden omdat ik woedend en bedroefd ben en aan God begin te twijfelen, wanneer ik van louter miserie geen klare gedachte meer kan formuleren. Hoe belangrijk is het dan niet om woorden te kennen waar ik zonder veel na te denken op kan terugvallen, om gebeden te kennen waarin ik mezelf dan ook een stukje kan laten vallen.

Niet voor niets heeft Israël zoveel klaagliederen in zijn schat aan gebeden. De mensen wisten toen maar al te goed hoeveel deugd het doet wanneer je, juist bij groot leed en in grote nood, je ganse droefheid en treurnis naar Gods hoofd kunt slingeren. En ze wisten ook zeer goed dat, juist in momenten van grote nood en diepe droefheid, de woorden in je keel blijven steken en je erop bent aangewezen om op bestaande en gekende woorden beroep te kunnen doen.

Kijk maar even naar oudere zwaar zieken die niet kunnen slapen en soms nachten lang wakker liggen. Ik denk dat we ons gewoon niet kunnen voorstellen hoe velen onder hen soms urenlang gewoon liggen te bidden en daar een grote steun bij vinden. Zonder die gebeden uit hun jeugd zouden er velen onder hen het nog veel zwaarder hebben.

Daarom leert ook Jezus zijn leerlingen bidden. Niet omdat Hij van oordeel was dat men bidden moet leren, niet omdat Hij van oordeel was dat God maar met bepaalde welgekozen woorden mocht aangesproken worden of dat je je alleen maar met welgekozen gebeden tot Hem zou mogen richten. Jezus leert zijn leerlingen bidden omdat Hij weet dat er soms meer nodig is dan datgene wat wij dagelijks uit onszelf kunnen opbrengen, omdat Hij weet dat er situaties kunnen ontstaan die zeer pijnlijk zijn en die enorm veel van ons kunnen eisen.

Daarom leert Hij ons bidden, opdat wij ook die situaties de baas zouden kunnen. Situaties in dewelke wij anders het bidden zouden kunnen verleren. Amen.