16e zondag door het jaar C - 2016

Zusters en broeders,

Gastvrijheid: daarover gaat het in de beide lezingen. In de eerste lezing is Abraham ongelofelijk gastvrij. In het heetst van de dag, als iedereen aan rust toe is wegens de ondraaglijke hitte, ziet hij ineens drie mannen. Meteen vergeet hij de hitte en doet hij er alles aan om hen met alle mogelijk respect te ontvangen. Zijn  vrouw Sara moet brood bakken, een van zijn knechten moet een kalfje slachten voor mals vlees, en zelf zorgt hij voor kaas en melk. Hij ontvangt die mannen echt op vorstelijke wijze.

Doen wij dat ook? Laten we eens proberen ons de situatie voor te stellen. Ineens staan er vreemdelingen voor onze deur. Zouden wij even gastvrij zijn als Abraham? Eerlijk gezegd: ik denk het niet. Integendeel, als er vreemdelingen aan onze deur bellen, vertrouwen we het niet. Dat geldt niet voor Abraham. Hij kent die drie mannen niet, maar er is bij hem helemaal geen sprake van wantrouwen. Wel van een echte verheerlijking van gastvrijheid, en dat is iets wat niet echt leeft in onze cultuur. ‘Ieder voor zich’, en ‘Iedereen moet voor zijn eigen zaken zorgen’: dat leeft in onze cultuur. Maar in het verhaal van Abraham zien we hoe verrijkend gastvrijheid kan zijn: Sara, zijn oude en onvruchtbare vrouw, zal volgend jaar een zoon baren.

Ook in het evangelie gaat het over gastvrijheid. Twee zussen ontvangen Jezus, en Marta is helemaal niet blij dat zij alleen voor alles moet zorgen, wanl haar zus Maria luistert naar wat Jezus verkondigt. Maar Jezus zegt dat ze zich niet druk moet maken. ‘Slechts één ding is nodig’, zegt Hij. En dat heeft Maria gedaan: zorgen voor dat ene, dat beste ding, en dat is luisteren naar Gods woorden. Alleen als je dat doet, als je dus luistert naar Gods woorden, kan je er ook naar leven.

Dat is wat Jezus zegt: dat we niet zo zeer met ons leven moeten bezig zijn dat we geen tijd meer hebben voor God en voor elkaar. Het is een plaag van onze tijd. Druk, druk, druk: dat is het leven van zoveel mensen. Zo druk dat ze geen tijd meer hebben voor hun medemensen, ook al zijn die medemensen hun man, hun vrouw, hun kinderen. Hoeveel mensen zijn er niet die moeten toegeven dat ze niet eens weten in welke klas hun kinderen zitten, hoe oud ze zijn, wat ze studeren enzovoort. Want ze hebben geen tijd. Geen tijd voor niets. Zoals Marta: ook zij heeft geen tijd, want ze moet voor alles en iedereen zorgen. ‘Slechts één ding is nodig’, zegt Jezus, en dat is luisteren naar Gods woorden.

Zusters en broeders, het is midden juli, dus is het volop vakantie. En vakantie is geen werktijd, maar een rusttijd. Tijd om tot onszelf te komen. Tijd om tijd te hebben voor God, voor elkaar, voor de heerlijkheid van de schepping, voor de lengte van de dagen. Voor de rust die het leven kan zijn.

Slechts één ding is nodig, zegt Jezus. Wel, laten we dat ene ding tot het onze maken. Laten we dus zoveel tijd nemen dat we kunnen luisteren naar Gods woorden en er ook kunnen naar leven. Amen.