15e zondag door het jaar C (2013)

Het is alweer jaren geleden dat ik bij het Dijkzicht Ziekenhuis in Rotterdam het tweeëneenhalf meter hoge beeld zag staan van de barmhartige Samaritaan, een kunstwerk van Han Wezelaar. Het verhaal gaat dat er bij de aankoop in 1964 een bezwaar was gemaakt. Een raadslid vond dat je dit beeld niet op een metershoge voet mocht plaatsen, omdat dit de indruk zou kunnen wekken dat het ideaal van de Barmhartige Samaritaan hoog en onbereikbaar zou zijn. Hoe hoog en onbereikbaar is dat ideaal?

Eerst een gedachte over onze tijd. Er is geen tijd in de geschiedenis te vinden waarin gezondheidszorg zoveel aandacht heeft gekregen en op zo’n hoog niveau wordt beoefend dan in onze tijd. Je zou kunnen denken dat de overheid deze parabel van Jezus ter harte heeft genomen.

Eeuwenlang leek gezondheidszorg een aangelegenheid van kerken, geloofsgemeenschappen, ordes en congregaties. Ik heb op het Internet gekeken onder de zoekterm “heiligen en gezondheidszorg”, maar daarover vinden we weinig. Het lijkt vergeten hoezeer ons huidige gezondheidszorg-walhalla een voorgeschiedenis heeft bij zusters, broeders en paters die hun leven hebben ingezet voor de zieke mens. Vergelijkbaar met onderwijs en sociale zorg. Het lijkt ook vergeten hoeveel heiligen heilig zijn verklaard, juist omdat zij deze parabel van de Barmhartige Samaritaan tot werkelijkheid hebben gebracht.

Ik noem dit, omdat je de laatste tijd steeds meer hoort over de zakelijkheid in de gezondheidszorg. Wat is het probleem? Reeds bij de Egyptenaars en de Grieken waren er allerlei medici en therapeuten. Maar al te snel wordt vergeten dat deze in feite alleen beschikbaar waren voor de zeer gefortuneerde burger. Zelfs in het Evangelie kom je een verwijzing daarnaar tegen: De vrouw die aan vloeiingen leed had heel haar vermogen uitgegeven aan dokters, zonder er baat bij te vinden. Heel haar vermogen, dat was iets anders dan de arme weduwe die twee stuivers bezat.

Gezondheidszorg was eeuwenlang het privilege van de rijken. Het is de Kerk die daar verandering in bracht, eigenlijk moet ik zeggen: ‘Het is Jezus die daar verandering in bracht’. Natuurlijk waren er wereldwijd godsdiensten, stromingen of individuele personen die gezondheidszorg ook voor slaven en armen belangrijk vonden. Maar de snelle ontwikkeling die de gezondheidszorg genomen heeft door zoveel orden en congregaties die dit in hun doelstelling hadden opgenomen, is een specifiek Christelijke ontwikkeling. Dat is de voorgeschiedenis van gezondheidszorg die er nus is voor iedereen, voor de kleine beurs en de ruime, voor Nederlanders en buitenlander, voor jong en oud.

Maar ..., de zakelijkheid neemt toe. Waarom? Omdat de ziel in de gezondheidszorg gevaar loopt. De ziel van de verpleging en verzorging, de ziel van de medische wetenschap en farmacie. Het is een punt dat artsen en verplegenden zelf al reeds lang onderkennen en ook proberen te behoeden. Maar door de nieuwe zakelijkheid dreigt er een nieuw gevaar. De grote vlucht die de gezondheidszorg heeft doorgemaakt heeft er alles te maken dat de gezondheidszorg deel is gaan uit maken van een groter economisch model, gecombineerd met verzekeringen en medische wetenschap, met beroepsuitoefening en industrie. Gezondheidszorg als schakel in de vrije markt is een booming business geworden. Maar daardoor juist, komt de ziel van de gezondheidszorg in gevaar.

De basishouding vinden we in “de gulden regel” die Jezus in het Evangelie van Matteüs onder woorden brengt: ‘Alles wat gij wilt dat de mensen voor jullie doen, doet dat ook voor hen. Dat is Wet en profeten.’ Zo geeft Jezus antwoord op de vraag: ‘Wie is mijn naaste’. Jezus keert het antwoord in feite om en zegt: Jij bent de naaste voor de mens die jou nodig heeft. Jij zelf bent die naaste. Doe voor hen wat jij zou willen dat zij voor jou zouden doen.

De ziel van de gezondheidszorg zoals ze in de vorige eeuwen langzaam is opgebouwd, is in eerste instantie naastenliefde. Wat je dan ook bij veel werkers in de gezondheidszorg nog volop tegenkomt. Het is ook vaak het eerste motief om voor dit werk te kiezen. Juist de parabel van de Barmhartige Samaritaan laat zien dat de nieuwe zakelijkheid een gevaar vormt voor de ziel van de gezondheidszorg.

De Samaritaan in het verhaal van Jezus, geeft twee denariën aan de herbergier. Dat zijn twee daglonen. Dat is in onze tijd bij een minimum loon als ongeveer 150 Euro. En voor een wat hoger inkomen al snel 400 Euro. Zomaar even, voor iemand die je van de weg opraapt. Dat is de binnenkant van deze parabel. Goed zijn voor een ander, kost jou iets, kost je zelfs heel wat, want jij wil voor de ander doen wat hoopt dat de ander voor jou zou doen.

Gezondheidszorg als element in de vrije markt, als product, als economische factor, en dat geldt niet alleen voor de gezondheidszorg, loopt gevaar haar ziel te verliezen. We zien het in het omgaan met foetussen, met stamceltechnieken en andere ontwikkelingen, hoe daar reeds lang grenzen worden overschreden.

Als gelovigen keren we daarom steeds terug naar Jezus die zelf de oude, internationale, wijsheden, zoals de gulden regel, op een nieuwe en radicale manier in de praktijk brengt. In zijn leven laat Jezus zien hoe Hij zelf dag in dag uit een naaste probeert te zijn voor allen die op zijn pad komen. En dat is onze kans. Een economisch systeem, een vrije markt kan niet de ziel zijn van een samenleving. Christus wel. Hij geeft ons de kans in ons dagelijks leven het verschil te maken. Juist bij tijdsdruk, bij de commercialisering van de samenleving, bij de nieuwe zakelijkheid, wil Hij onze ziel zijn, wil Hij ons innerlijk motiveren, wil Hij in ons hart een liefde wekken waardoor je mensen als mensen blijft zien. Dan denk je: Die vrouw had mijn moeder kunnen zijn, die jongen had mijn zoon kunnen zijn. Ik had daar zelf kunnen liggen.

Toch is de gulden regel nog niet genoeg. Het is niet genoeg om voor anderen te doen wat jij zou willen dat zij voor jou zouden doen. Het doen alleen is niet genoeg; het is de liefde in het doen. Kleine gebaren die oprechte liefde uitdrukken, betekenen een wereld van verschil.

Jezus reikt ons de hand. Onze verbondenheid met God, door Jezus, helpt ons om in deze wereld het verschil te maken, in gezondheidszorg, in diaconie en charitas, in onderwijs, in gemeenschapsopbouw, in saamhorigheid, in bezinning en onderricht, in liturgie en viering, in alles, wij mogen andere mensen worden door Hem. Hij nodigt ons ertoe uit. Amen.