Voor wie zorg ik vandaag?

15e zondag door het jaar Cyclus C 2013 Deut. 30, 10-14 Lucas 10,25-37

Voor wie zorg ik vandaag?

 

Beste vrienden,

Stel u de volgende advertentie voor in één van onze vlaamse dagbladen:

Gezocht: een mens M/V... grootte en voorkomen van geen belang. - Bankrekening en merk van auto onbelangrijk.- Er wacht u een interessante en boeiende bezigheid. Maar opgelet... de vereisten zijn enorm hoog: meer luisteren dan praten - meer begrip hebben dan oordelen - meer behulpzaam zijn dan aanklagen. Dankbaarheid kan niet worden gegarandeerd. Indien u zich voor een dergelijke Job geroepen voelt kan u zich direct melden bij uw naaste. Hij zal er zich zeker om verheugen.

Zou u bij het lezen van een dergelijke advertentie op het idee komen om daar op in te gaan? Ik vermoed van niet: want naar mijn gevoel kondigt zich bij een dergelijke formulering de mislukking reeds aan. Ik voel de meesten al denken: “Een dergelijke Job kan me gewoon niet lukken, ik zou die zeker niet aan kunnen, dat zou helemaal boven mijn krachten gaan. Wanneer ik dan mijn vrije tijd al zou opofferen voor anderen, en me ook volledig voor hen zou inzetten, dan moet er voor mij toch ook iets aan vast hangen, ook al hoeft dat niet financieel te zijn.

De liefde voor de naaste, die in deze advertentie wordt omschreven, is wel zelfverloochenend en verzoenend, net zoals Jezus haar in de Evangelieparabel van vandaag omschrijft. Ze is ook radikaal en veeleisend. Ze eist van ieder van ons dat we door het leven zouden gaan zonder vooroordelen en zonder voorveroordelingen, dat we vijandschappen zouden overwinnen en onze schuldenaren vergeven om zo bij te dragen tot de vrede in de wereld.

En wat er bijzonder aan is: Jezus geeft ons geen richtlijnen, Hij helpt ons niet om onze naaste te zien. Jezus wil dat wij zelf zouden aanvoelen wie die naaste is die we moeten beminnen en die onze hulp nodig heeft. Jezus vernoemt ook geen enkele maatschappelijke groep – dat had die oude schriftgeleerde Hem al geprobeerd te ontlokken en daarbij had ook hij op graniet gebeten. Jezus laat zich daar niet toe verleiden, Hij neemt iedereen ernstig en doet altijd, toen zowel als nu, beroep op ons eergevoel wanneer Hij zegt: : “Doe dan voortaan net zo”. Zoals Hij ons niet zegt wie onze naasten zijn, zo zegt Jezus ons ook niet waarom wij zo zouden moeten handelen.
Het antwoord op die vraag kunnen we vinden in de eerste lezing van vandaag. Mozes zet het volk Israel er toe aan om de geboden en de wetten, die God hen in de vorm van de tien geboden heeft opgelegd, ook goed te onderhouden. Maar voor Jezus, in het nieuwe testament, is de liefde tot God niet van de liefde tot de naaste te scheiden. Voor Jezus telt alleen de liefde, en dat alleen al geeft het antwoord op die vragen.
Jezus gebruikte zijn gelijkenissen om de vragenstellers en zijn toehoorders te provoceren en daarom zijn die voorbeeldvertellingen ook vandaag nog volledig geldig. Want we kunnen onszelf ook nu nog altijd herkennen in één van de genoemde personen. Dat Jezus in dit geval juist iemand uit de volksgroep van de Samaritanen uitkiest en diens houding en gedrag tot voorbeeld stelt, heeft een reden: De Samaritanen werden door de rechtgelovige Joden diep gehaat, en dat gold ook omgekeerd. Die haat was daardoor ontstaan door het feit dat de Samaritanen, in de loop van hun aparte geschiedenis, een aantal zaken uit de Joodse Thora (ons Oud Testament) hadden veranderd of afgeschaft. Daarom werden ze beschouwd als verraders van het geloof, als ongelovigen, en werden ze in elke Joodse religieuze dienst vervloekt. Alle kontakt met hen werd strikt afgewezen. Voor de toehoorders van Jezus, en vooral dan voor de vrome vraagsteller, waren de Samaritanen als een rode doek voor een stier. En dan verheft Jezus uitgerekend een Samaritaan tot held van zijn verhaal, want alleen die Samaritaan komt de overvallen reiziger te hulp. Wat het beroep van die Samaritaan was of waarom hij zich op het grondgebied van zijn geloofsvijanden ophield, allemaal vragen die wij ons logischerwijze zouden stellen, speelt voor Jezus geen enkele rol.
Maar hij beschrijft wel uiters gedetailleerd wat de Samaritaan doet: Nadat hij het slachtoffer heeft ontdekt, stopt hij en verleent de eerste zorgen. Zoals in die tijd gebruikelijk wast hij eerst de wonden uit met wijn en bedruppelt ze daarna met olijfolie om een snellere genezing te verkrijgen. Dan verbindt hij hen, zet de man op zijn lastdier en brengt hem naar de dichtstbijzijnde herberg. Buiten het feit dat hij iets van zijn tijd opoffert en de waard uit zijn eigen zak betaalt (wat toen heel normaal was) doet hij eigenlijk niets bijzonders.
Wat wil Jezus dan met deze gelijkenis bereiken? Wil hij de toehoorders confronteren met de vraag waarom de Samaritaan zich gedraagt, zoals eigenlijk iedereen zich zou moeten en zou kunnen gedragen? Van alle drie de personen die voorbij waren gegaan wordt gezegd dat ze het slachtoffer hadden gezien. Maar waar de eerste twee zich, misschien met goede redenen, uit de voeten maakten, heeft de derde, de Samaritaan, medelijden en helpt.

Hij volgt zijn gevoel: hier ligt een mens zoals ik, een mens die hulp nodig heeft. Hij vraagt niet wie het slachtoffer is en of die wel hulp verdient. Daarom zegt Jezus op het einde ook: “doe dan voortaan net zo.”
Voor mij, die vandaag, in onze moderne tijd leef, beduidt dat: God eist van mij geen heldendaden en zeker geen omvattende verbetering van de wereld. Het is voldoende wanneer iedereen, waar hij zich ook bevindt, en in de omstandigheden waarin God ons heeft geplaatst, een spoor van zegen achterlaat. Want elk spoor van zegen verwijst naar diegene waarvan die zegen afkomstig is. Onze Bisschop Johan heeft dat verwoord in een vraag die ieder van ons zich s'ochtends voor de spiegel zou moeten stellen: “Voor wie zorg ik vandaag?” Zo bekeken kunnen we het toch zeker wel wagen om ons zo snel mogelijk bij onze naaste kenbaar te maken. Amen.