14e zondag door het jaar C (2001)

Nu de kermisexploitanten zijn vertrokken valt het des te meer op dat het hier stil is op straat; minstens de helft van de bevolking heeft een goed heenkomen gezocht, weg van alle drukte, weg van het eigen huis, weg van de buren, in elk geval weg. Waar zouden ze toch allemaal zitten? Aan het goudstrand, het zilverstrand of een ander strand een beetje in de buurt. Maar voor velen kan het niet ver genoeg zijn om het gewone bestaan te doorbreken. Het mag wat kosten, getuige de mooie caravans, getuige de folders van verre reizen, als het er maar mooi is en vooral vredig en rustig. Dan weten we waar er slechts weinigen naar toe zijn. Dat zijn alle plekken waar voortdurend lawaai is en vooral waar ruzie en oorlog is.

Zo weten we dat bijvoorbeeld Jeruzalem weinig in trek is. De mooie folders daar van kunnen op dit moment weinig overtuigen, want we horen en zien dagelijks over aanslagen, over demonstraties, stenen gooiende burgers en schietende soldaten. Er is geen stad ter wereld waar door de geschiedenis heen zoveel gekrakeel en oorlog is geweest en zo is er nu al weer gedonder. Maar als we vandaag dat stukje uit de Bijbel lezen, uit Jesaja, dan zou het de vredigste stad te wereld moeten zijn. Hoe kom je anders op het idee om deze stad te beschrijven als een moeder die bescherming, vrede en troost geeft aan haar kind. We zingen in de kerk van die mooie liedjes: Jeruzalem mijn vaderstad, mijn moederhuis, wanneer zal ik u zien? Niet te geloven, zeker niet nu we weten dat in diezelfde stad Jezus van Nazareth geleden heeft en gestorven is. Nee, laat maar zitten, we gaan naar een camping, waar omheen de koeien vredig grazen en waar de krekel en de kikker nog wordt gehoord.

Op ons plekje staan de tenten en de caravans wel wat dicht op elkaar, een bewijs dat het een zeldzaam en dus gezocht plekje is. Waarom staat hier zonnebrandolie factor 2, ik had nog zo gezegd dat het minstens factor 10 moest zijn. Mooie boel: de eerste dag de gasfles al leeg. De vrede in huis, of beter in de tent of caravan wordt meteen op de proef gesteld. Tegenover is het al niet anders. Daar heeft er eentje zijn soundblaster meegebracht en de meneer daarnaast is daar niet van gediend en tentdoek houdt niet veel geluid tegen, zodat je precies kunt meemaken wat er nog schort aan de onderlinge verhouding van dat jonge stel even verder op. Deze plek kent geen eigen lied van vrede en rust. Het zou goed zijn zo’n liedje te componeren en dan weten we met z’n allen wat daar in moet staan. Het zal gaan over een droom van vrede en rust, het zal gaan over mensen die elkaar ontmoeten en vriendelijk zeggen: “vrede zij u” of zoiets. Misschien is dat wat te idyllisch. Dan beter wat dichter bij de werkelijkheid: We zetten in dat lied dat vrede niet afhankelijk is van de plaats waar je bent, maar van de mensen en vooral van jezelf. Je eigen onvrede, maar vrede reist met je mee. We zetten er in wat we leren uit de lezingen van vandaag: Dat elke plek ter wereld geschikt is voor zowel oorlog als ook voor vrede en rust. Dat geldt voor Jeruzalem, dat geldt voor onze woonplaats en dat geldt voor ons vakantieoord.

Wellicht dat menigeen denkt: Ik kan helemaal niet componeren en ook niet dichten. OK, dan alleen maar rust en vrede aandragen. Vrede zij u!