Onze Vader... (1998)

Er is een tijd geweest, waarin mensen, die naar de kerk gingen een dik boek bij zich hadden. Dat boek stond vol met gebeden, gebeden die van generatie op generatie waren overgeleverd. Zeker, sommige van die gebeden waren erg moeilijk en we begrepen ze misschien niet helemaal, maar het deed je toch iets. Zoals ook wanneer de klokken begonnen te luiden en het Te Deum klonk of het Credo. Dat was het feest der herkenning, want je had het geleerd van je ouders en die weer van hun ouders.

Dat dikke boek is vervangen door een heel wat bescheidener uitgave of door helemaal niets. Want we leven in een tijd die met alles zeer scherpzinnig en uitgekiend omgaat, ook met gebeden. De pastoor of pastor denkt teksten uit en wordt daarbij geholpen door de meest uiteenlopende denkers. Die waren er in de tijd van Christus niet zo veel.

De apostelen hadden er gewoon moeite mee en toen ze dat bekenden leerde Christus hun een heel simpel gebed. Het is een van de weinige gebeden van vroeger dagen die we nog hebben onthouden, Hij leerde hun het Onze Vader. Alleen al de aanhef van dit gebed was reden genoeg om het aan ons door te geven. Van moet je horen wat Christus van God zei: God is onze vader. Sommigen in zijn tijd zeiden: Hoe durft Hij, schandalig. Want God was wel eerlijk, maar toch vooral streng en te vrezen. Je mocht zijn naam niet eens noemen. Daarom zeiden ze "Jahweh": Hij die bij ons is. God was wel heel wat meer dan al die goddelijke ruziemakers van de omringende volkeren. maar je moest toch uitkijken dat je Hem niet tegen kreeg. Dat hadden ze ondervonden. En daar vertelt Christus ineens: dat God een vader is, die vergeving schenkt, die de vogels voedt, die brood uit de hemel schenkt, die geeft wat je vraagt, die goed is. Nog sterker Hij noemde Hem: Abba, zoals een kind z'n vader noemt: Pappa, iemand waarvan je er maar één zo'n goeie hebt, als het goed is. Wij zijn er aan gewend, maar we moeten niet vergeten dat Christus door de Hogeraad juist veroordeeld is omdat Hij God zo durfde noemen. En toch hebben de apostelen die naam durven doorgeven. Want nog steeds zijn er mensen die zeggen: "Heer leer ons bidden".

De uitgekiende teksten schieten je op het kritieke moment niet te binnen. Je bent versuft, want je bent zo blij op die huwelijksdag of bij de geboorte van een kind; je bent versuft van verdriet en tegenslag of je bent versuft gewoon omdat je je hoofd er niet naar hebt staan: het eten moet nog gekookt, het huiswerk nog gemaakt, de voetbaltoto nog ingevuld of wat dan ook. Ja je kunt echt versuft zijn: vraag het maar aan mensen hoe het is als de bommem en granaten je om de oren vliegen. Dan schiet je niets te binnen. Ja toch, net dat Onze Vader of dat Wees Gegroet.

Nu zitten we hier of elders en bidden als kinderen van één gezin: Onze Vader. De een denkt aan een barmhartige Vader, want het was deze week weer niets dan ruzie, de ander denkt aan een zorgzame vader, want hij zit met zijn vrouw, met z'n kinderen of met zijn werk helemaal klem, misschien denkt men wel aan een goede vader, die bedankt wordt omdat men het zo goed maakt. Van die laatste zullen, er wel de minsten zijn. En toch: we hebben het allemaal over dezelfde Vader. Het is ons kenmerk. Christus zelf heeft gezegd dat we God zo mogen noemen. Dat hebben we dan toch nog. Goed om door te geven van oud op jong, aan mensen van allerlei slag, in allerlei omstandigheden: Onze Vader... die in de hemel zijt. Uw naam worde geheiligd. Uw Rijk kome. Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade. Amen.