Groet niemand onderweg

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Wij zijn eraan gewoon geraakt: mensen groeten elkaar niet op straat. Ook in de tram praten mensen maar weinig. Ze maken alleen kennis met kennissen. Je kan daar veel over zeggen maar dat is hier niet de bedoeling. Het is de bedoeling iets te zeggen over het evangelie. Daar wordt aanbevolen niemand te groeten onderweg. En hoewel wij het vandaag zelf niet meer doen, toch verwondert het ons.

Leerlingen van Jezus die de mensen stom voorbijlopen, die geen aandacht hebben voor mensen. Dat is op zijn minst vreemd. Of misschien toch niet als we bedenken, dat mensen in het Oosten van de begroeting een heel ceremonieel maakten. Zeer omslachtig. Een straatliturgie die zeer tijdrovend was met veel vleierij en veel valse verering. Aan zoiets moeten de leerlingen maar niet meedoen. Ze hebben wat anders te doen dan elke dag straattoneel te Spelen. Ze mogen niet stilstaan. Het gaan is hun roeping. Ze zullen dus gaan. Tweeënzeventig voor de tweeënzeventig steden die toen bekend waren. Voor de hele wereld. Daar moeten ze heen, zonder ballast, haastig, dringend. Zonder tijdverlies en zonder overlast Nu staat er iets anders op de agenda. De oogst wacht al, de oogst is beloofd... en het zaaien moet nog beginnen. Er zijn zo weinig zaaiers. Waarschijnlijk zijn ze aan het kletsen op straten en pleinen over de oogst die opnieuw zal mislukken??? Zo mogen de leerlingen niet zijn. Zij bereiden de oogst voor. Zij slaan de hand aan de ploeg. Ze gaan naar het eigen volk, naar de volkeren rondom, naar de niet geliefde heidenen. Overal, ook daar, moet het worden gezegd en gehoord: mensen leven niet voor niets. Een oogst is beloofd. Wie zaait in tranen zal in vreugde oogsten.

En die vreugde komt er. Voor één keer lukt het allemaal: ze genezen zieken, ze overwinnen het boze. Voor één keer is alles heel goed. Niets zal hen nog kunnen schaden!

Ik wou dat ze dat ooit eens tegen mij zouden zeggen: nu kan niets u nog schaden. Ik zou me niet meer inlaten met praatjes op straat en met het commentaar van mensen die op iets anders zinnen dan op het Koninkrijk Gods. Ik denk zelfs, dat ik dan verder zou zaaien eventueel zonder uitzicht op een onmiddellijke oogst.

Als ik maar arbeider mag zijn met het zaad van het goede woord!