Hij zond nog tweeënzeventig anderen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

In dit evangelie valt het op dat tweeënzeventig andere leerlingen op dezelfde wijze gekozen en gezonden worden als eerder de twaalf apostelen. In wezen hebben zij allen dezelfde opdracht. Vertaald voor deze tijd wil dat zeggen dat de zending van de Kerk niet alleen is toevertrouwd aan priesters en kloosterlingen, maar aan allen en ieder persoonlijk volgens zijn talenten en mogelijkheden. Elke leerling van Jezus heeft door het doopsel deel aan de zending van de Kerk. De heilige Petrus zegt met recht: "Gij zijt een koninklijk priesterschap, Gods eigen volk, bestemd om de grote daden van God te verkondigen." De leken zijn geen welkome hulp voor de priester, om alleen uit te voeren wat hij graag heeft. Zij hebben geen machtiging nodig van de pastoor om pastoraal werk te doen. Al zal er samenwerking en leiding moeten zijn. Het is God zelf die zijn werkers roept en uitzendt.

Dit evangelie roept ons op tot geloofsbezinning en werkelijke bekering. Het is zeker niet de bedoeling van de Heer dat de geestelijkheid, in de loop der tijden, de liturgische, sacramentele en pastorale verantwoordelijkheid naar zich toe getrokken heeft. De Heer roept allen op om aan zijn zending mee te werken en Hij sluit niemand uit. Hoeveel leken voelen zich niet gedwongen werkloos omdat zij de kans niet krijgen om hun zending ten volle te vervullen? Niemand in de Kerk heeft een monopolie, wij zijn allen broeders en zusters in dezelfde zending.

Het is ook waar dat de leken niet alle verantwoordelijkheid mogen afschuiven op priesters en kloosterlingen, die steeds minder in aantal worden. De leken mogen daarom niet eisen dat ze zelf goed verzorgd worden in plaats van mede zorgend te zijn. Vaak kunnen ze zich ook moeilijk losmaken van de traditionele structuren, ze zijn bang om openlijk voor hun geloof uit te komen en dikwijls zijn ze zozeer in beslag genomen door hun familiale- of beroepsplichten, dat ze vergeten dat zij ook binnen de parochie een beetje verantwoordelijkheid zouden kunnen dragen. Zo krijgen we weer dezelfde wantoestand, dat een paar mensen in de parochie alles in handen nemen, alles regelen, terwijl een parochie zoveel mogelijk door allen en voor allen zou moeten bestaan.

Gods Geest zal ons blijven leiden om de Kerk zo goed mogelijk te vernieuwen en aan te passen aan de noden van de tijd. De Geest zal ons misschien wel naar andere plaatsen zenden, dan daar waar wij nu denken het heil te kunnen vinden. Zijn de grote kerken en parochies nog geschikt om echte hartelijke gemeenschappen te vormen? Werden wij gezonden om grote zieken- en bejaardenhuizen te beheren? Moeten wij zorg blijven dragen voor de rijke kunstschatten en gronden van de kerkbesturen? De Heer zegt: neem geen beurs of reiszak mee, uw eerste woord moet vrede zijn. In de hedendaagse zielzorg moeten wij weer het juiste evangelische zwaartepunt durven leggen en naar die plaatsen gaan waar de Heer zelf van plan is te gaan, naar de mensen die belast en beladen zijn, mensen in nood.

Bidden wij om arbeiders voor de oogst van de Heer, niet alleen priesters en kloosterlingen, maar mannen en vrouwen die verantwoordelijkheid durven dragen voor een menswaardige wereld. Laat ons, vooraleer wij beginnen te klagen over het onbegrip van de kerkelijke leiding of over het verdwijnen van het geloof, onszelf afvragen of wij wel bereid zijn naar die plaatsen te gaan, waar de Heer zelf van plan is te gaan. Dan zullen de wonderen waarover Lucas spreekt, en die de leerlingen zo blij en gemotiveerd maakten, zich zeker hernieuwen in onze tijd.