14e zondag door het jaar C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De eerste les die me bijblijft na het lezen van dit evangelie, is dat kerk-zijn nooit een one-man-show kan zijn. Je wordt altijd paarsgewijs gestuurd. Je gaat als gelovige nooit alleen: Het gaat over Paulus en Barnabas, Petrus en Johannes, Judas en Silas, Barnabas en Marcus enzovoort. Niet voor niets hebben we tot op de dag van vandaag twee apostelfeesten op één dag (afgelopen week Petrus en Paulus - 29 juni). Geloven hoef je niet alleen te doen. De eerste wortel van kerk-zijn: je hebt elkaar nodig. Vooral als de reis geen pleziertochtje is. Je gaat als lammeren tussen wolven. Wie kan dat alleen? Wie kan alleen de moeilijkheden van het leven aan? Wie kan er tegen als je in het ene dorp met de nek wordt aangekeken en in het volgende wordt weg gescholden? Dan is het goed als je samen bent.

Een volgend kenteken: je hoeft niet te veel mee te nemen. En (merkwaardig genoeg) Groet niemand onderweg. Het lijkt alsof Jezus op zijn weg naar Jeruzalem haast begint te krijgen. Zijn leerlingen krijgen nauwkeurige instructies. Het lijkt haast onfatsoenlijk. Een klein knikje of ‘doeg' kan er toch wel vanaf? Maar dat is voor de evangelist geen groeten. Wij groeten mensen als lantaarnpalen. In de oosterse culturen is groeten van reisgenoten een tijdrovend gebeuren: gaan zitten, ervaringen uitwisselen, nieuwtjes van onderweg over de route, debatteren over de politiek. En daar is nou net in de geschiedenis van het rijk Gods geen tijd voor. De oogst staat namelijk op het veld. En die kan niet wachten. Die verrot of verdroogt intussen.., dan kun je fluiten naar je asperges of aardappelen. Het gaat erom dat je er echt prioriteit van maakt. Het advies (om niet te groeten) komt nog een keer voor in de Bijbel: als de knecht van Elisa erop uit wordt gestuurd om de zoon van de Sunamitische weduwe die gestorven is tot leven te wekken. Groet niemand onderweg. Want het gaat om een zaak van leven of dood. En nu is het tijd voor het rijk Gods! Dat vraagt al je concentratie. Het echte groeten wordt gereserveerd voor huizen (families) en steden waar ze komen. En mensen die daar geen boodschap aan hebben? Het klinkt hard, maar verspil daar geen tijd aan. Verlaat zulke huizen en schud het stof van je voeten.

Zo moet de boodschap van Jezus in iedere tijd gebracht worden: mensen die er (twee aan twee) op uit gestuurd worden om grote dingen te doen. Zieken genezen, duivels uitdrijven, slangen en schorpioenen zullen je niet schaden. Jezus heeft kennelijk een geweldig vertrouwen in zijn volgelingen. En het is niet niks waar je mee bezig bent. Ook niet in onze dagen. Soms is het de keiharde werkelijkheid waarin je verzeild raakt.

Ik moet denken pater Leonardo Boff. Iemand die (zeker niet alleen) de apostel van de armen in Latijns-Amerika is geworden met zijn bevrijdingstheologie. Ten einde raad heeft hij, na twintig jaar onbarmhartige tegenwerking en verdachtmaking van de kant van de officiële kerk, besloten beter buiten de kerk te kunnen werken aan het echte evangelie. Hij heeft zijn ambt teruggegeven omwille van zijn roeping en zending. Soms is het niet duidelijk waar je tegenstand moet verwachten. Satan, slangen, schorpioenen, wie zal het zeggen, waar je ze tegenkomt. Het is eigen aan deze enge wezens, dat ze zich overal in en onder kunnen verbergen. Soms dichter bij huis of kerk dan je lief is. Dan nog blijft het zijn en onze roeping: aan armen goed nieuws brengen, aan gevangenen, dat ze vrij zijn, aan zieken dat ze beter mogen worden.

Wij zullen misschien niet zo navrant op tegenstand stuiten als Leonardo Boff of Eugen Drewermann. Maar ook wij worden gestuurd, gezonden, telkens weer. Dat geld zelfs in een tijd waar in we op reis gaan, met grote koffers en veel (veel te veel) bagage. Je kunt je roeping altijd en overal tegenkomen. Ben benieuwd wat we allemaal te vertellen hebben als we terugkomen. Of er wonderen konden gebeuren door onze handen, op onze tocht, van stad tot stad, van land tot land.