14e zondag door het jaar C - 2019

Zusters en broeders,

‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig’, zegt Jezus, dus zendt Hij 72 leerlingen twee aan twee uit naar alle steden en dorpen die Hijzelf ooit wil bezoeken. Waarom 72? Omdat dit het aantal volkeren symboliseert dat toen bekend was. Met die zending maakt Jezus dus duidelijk dat zijn Vader Hem niet alleen naar het joodse volk, maar naar alle volkeren heeft gezonden om het Koninkrijk van God te openbaren.

Maar die 72 leerlingen maken nog iets anders duidelijk, namelijk dat Jezus zijn zendelingen niet beperkt tot zijn apostelen. Die heeft Hij voordien al uitgezonden, en ze kregen precies dezelfde opdracht als de 72, namelijk het Koninkrijk van God verkondigen, duivels uitdrijven en zieken genezen. Ook zij mochten niets meenemen voor onderweg, ze moesten blijven waar ze onderdak kregen, en ze moesten het stof van hun voeten vegen als ze niet welkom waren. Daarmee zien we dat Jezus niet stopt bij zijn twaalf apostelen, maar dat Hij beroep doet op anderen als de nood hoog is. Hoe goed zou het zijn als de opvolgers van apostelen – en dat zijn de bisschoppen en de priesters van vandaag – dat ook zouden doen. Dan zouden ze dus, net als Jezus, beroep doen op leken als de nood hoog is. En de nood is hoog, heel hoog.

En het zou helemaal goed zijn als allen die geroepen zijn of zich geroepen voelen, zouden doen wat Jezus ook tegen de 72 zegt: ‘In welk huis ge ook binnengaat, laat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis!’ Dat zijn woorden die direct doen denken aan zijn eerste woorden na zijn verrijzenis: ‘Vrede zij u’, zei Hij toen tegen zijn apostelen die zichzelf hadden opgesloten in de zaal waar ze de avond voor zijn dood het Laatste Avondmaal hadden gevierd.

Vrede: dat is wat Jezus iedereen toewenst. Vrede in elk leven, in elk huis, in de Kerk, in elke gemeenschap, in heel de wereld. Vrede: wat een weelde zou dat zijn. Geen ruzie meer in gezinnen, onder partners, tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen. Geen scheidingen meer, en zeker geen vechtscheidingen. Geen onenigheid, geen botsingen meer in gelijk welke gemeenschap, in de Kerk, in de gemeente, in de politiek. Geen geweld meer in de wereld. Niets meer van dat alles, alleen vrede. Dat is voor Jezus de basis van alles, dus ook van het Koninkrijk van God. Dat Koninkrijk is nabij, moeten de apostelen en de 72 leerlingen verkondigen. Het Koninkrijk van liefde en vrede, en van eenheid en barmhartigheid. Het Koninkrijk waar zieken genezen omdat ze zoeken naar liefde en vrede. En er zijn zoveel zieken. Zieken van eenzaamheid, van verlatenheid, van radeloosheid. Zieken van armoede en ondervoeding. Zieken van gebroken gezinnen, van jongeren zonder toekomst, van verslaafden aan drank en drugs. Zieken van verbittering, van woede, van haat en nijd. Zieken van vluchtelingen die nergens welkom zijn, zieken van mensen zonder huis of thuis.

Zusters en broeders, in de eerste lezing zegt God de Heer: ‘Gij zult vertroeteld worden op de schoot. Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten.’ Dat zijn prachtige beelden over Gods grenzeloze liefde. Zoals een moeder haar kind vertroetelt, zo zal God ons en alle mensen troosten wanneer we in nood zijn. En zijn troost is de liefde die Hij geeft, de liefde die zo sterk is als Hijzelf, want God is liefde. Wat zou het goed zijn als wij, als alle mensen zich door God de Heer getroost zouden voelen. Als we met zijn allen zouden weten dat we er nooit alleen voor staan. Als we altijd op Hem beroep zouden doen, in welke nood we ook verkeren. Als wij, als onze Kerk, als alle mensen zouden beseffen dat zijn Koninkrijk een Rijk van liefde en vrede is. Geen rijk van macht, van overheersing, van uitbuiting, maar van liefde en vrede. Niet meer, maar ook niets minder. Om dat Rijk uit te dragen heeft Hij 12 apostelen en 72 leerlingen de wereld in gezonden, en zendt Hij zijn Kerk en ook ons uit. Om te zeggen en te doen zoals Hij: ‘Vrede zij u’ en ‘Vrede aan dit huis.’ Moge Gods vrede onze levensweg zijn. Amen.