14e zondag door het jaar (2007)

Beste dorpsgenoten,

Wat een beelden: "Zogen aan borsten vol troost, u laven aan haar zo rijke boezem."

En ook: "Als een rivier leid ik de vrede naar haar toe, en als een onstuimige stroom de schatten der volken." En: "Zoals een moeder haar kind troost, zo zal ik u troosten: Jerusalem zelf zal uw troost zijn."

U weet wat Mennen Sjaak van die woorden zou zeggen. Toch ben ik het dit keer niet met hem eens. Het zijn woorden van een dichter die door iets of iemand geraakt is en die in woorden probeert uit te jubelen wat er in zijn hart omgaat.

We moeten zijn woorden zeker niet verstaan als een globale geschiedenis van de heilige stad Jerusalem, dat "stad van vrede" betekent en dat maar zelden vrede gezien heeft. Het had al een paar verwoestingen meegemaakt, toen de dichter die mooie woorden over haar schreef. Jezus huilde over haar toekomst, 40 jaar na zijn dood werd Jeruzalem zo grondig door de Romeinen verwoest dat er eeuwen lang niets meer gebouwd werd, in de twaalfde eeuw maakten de kruisvaarders het opnieuw met de grond gelijk. En in onze dagen is Jeruzalem nog geen stad van vrede!

En toch komen juist die woorden vol overrompelende vreugde geregeld terug in de Joodse literatuur door de eeuwen heen. Juist als het hun slecht gaat, willen ze die woorden horen. En het is de meeste Joden dikwijls heel slecht gegaan, heel de geschiedenis door.

Wij zouden zulke woorden nooit in de mond durven nemen.

We kunnen klagen over de regen die maar niet ophoudt. En toch is de zomer, heet of te heet, nat of droog, dè tijd van vreugde, vind ik. Ook al zouden we dat seizoen en die vreugde niet beschrijven met de woorden uit de eerste lezing: borsten vol troost, en: rijke boezem.

Onze zomers bieden wat minder! Heel bescheiden vreugde: de tijd dat een glas bier zo lekker kan zijn, een hap bosbessen, een stuk rijpe meloen, een prachtig landschap, iets beleven dat heel diep gaat, hoe gewoon het ook schijnt te zijn.

Vreugde is als een mooie vlinder in de zomer. Als je probeert hem te volgen en er aandacht voor te hebben, komt er een keer een heel dicht bij je zitten. Het gaat er om je even door iets anders, ja zelfs door iets heel anders te laten raken. Meestal is het zo klein, zo bescheiden, zo gewoon dat je er niets van merkt zonder regelmatige training: Oefening baart kunst! Alle begin is moeilijk en: alle beetjes helpen. Dat geldt voor sport en ook voor vreugde. En dan blijft er iets van hangen.

Dit seizoen, de zomer, is die tijd om te oefenen om met aandacht te kijken, te proeven, te ruiken, te luisteren en te voelen en dan ons hart te laten vertroosten door vreugde.

En u hoeft zich niet te beperken tot een glas bier of een vlinder. Een mens, klein en groot, kan u ook raken.

En wat u dan proeft, voelt en meemaakt, wat dan naar boven kan komen, maakt een ander, beter, mooier mens van u, maakt de wereld tot een betere plaats, dichtbij en ver weg. Hoe klein ook, het voelt grenzeloos, onuitsprekelijk.

Als u ze bij de hand had, zoudt u die mooie woorden uit de eerste lezing na willen zeggen!

Dat het zo moge worden.