14e zondag door het jaar C- 2016

Zusters en broeders,

Altijd is er sprake geweest van 12 apostelen, en nu zendt Jezus ineens 72 leerlingen uit om Hem en zijn boodschap aan te kondigen. Wie die mensen zijn, en of het om mannen én om vrouwen gaat is niet duidelijk. Maar dat is ook niet belangrijk. Wel belangrijk is dat het leerlingen zijn, dat het dus mensen zijn die Jezus willen volgen. Dat het dus bij manier van spreken onze voorlopers zijn. Want ook wij zijn leerlingen van Jezus, ook wij willen Hem volgen. Het is dus goed dat we luisteren naar wat Hij die 72 leerlingen voorhoudt, want dat houdt Hij ook ons voor.

‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig’, is het eerste wat Hij zegt. En als er iets is wat we maar al te goed begrijpen is het dat wel. Want onder arbeiders verstaan wij ‘priesters’, en die zijn er inderdaad weinig. Dus zendt Jezus ons allen uit om in woord en daad van Hem te getuigen. Niet dat we missionarissen moeten worden, wel dat we als echte christenen door het leven gaan. Als mensen dus die in liefde en vrede willen leven, die zoeken naar gerechtigheid, die willen breken en delen. Zoals Jezus ons heeft voorgeleefd. Hij weet dat dit niet altijd gemakkelijk zal zijn, en Hij zegt letterlijk dat christenen vaak als lammeren onder de wolven zullen leven. Dat merken we in het verleden, en dat merken we vandaag: in zoveel landen worden christenen vervolgd, verbannen, vermoord, en hun scholen en kerken worden vernield in zoveel moslimlanden, maar ook meer en meer in Indië en Azië.

‘Neem geen beurs mee’, zegt Jezus ook, ‘en groet niemand onderweg;’ En daarmee bedoelt Hij dat geld en bezit niet ons einddoel mogen zijn, en dat we ons niet mogen laten afleiden, want dan zijn we niet langer onderweg als zoekende en getuigende christenen met als eerste woord: ‘Vrede aan dit huis.’ Dat zegt Hij tegen de 72, dat zegt Hij ook tegen ons. Niet op zoek naar geld, bezit en macht, maar naar vrede.

‘Ga niet van het ene huis naar het andere’, zegt Hij ook. Trouw en betrouwbaar, dat moeten we zijn, en niet profiterend van de omstandigheden, van wie we zijn, wat we kunnen en wat we hebben. En ook geen eisen stellen. Integendeel, ‘genees zieken’, zegt Jezus, en daarmee bedoelt Hij: Help mensen in nood. Heb aandacht voor de armen en voor oude en zieke mensen. Laat niemand over aan zijn of haar lot. Wees mens onder de mensen, en geef hoop in deze wereld van onverschilligheid, van wreedheid, van eigenbelang. Werk mee om die wereld te laten groeien als een wereld waarin het Rijk van God nabij is, en dat is een Rijk van liefde en van vrede.

Het zijn ook woorden die Paulus schrijft in zijn brief aan de Galaten. ‘Vrede en barmhartigheid kome over het hele volk van God,’ wenst hij. Het zou goed zijn als we ons daar in het Jaar van de Barmhartigheid zouden voor inzetten. Dat we altijd op zoek zouden zijn naar vrede, naar vergeving, naar verdraagzaamheid. En ook naar meevoelen en meedenken met anderen.

Zusters en broeders mooier dan met de woorden van Paulus kan ik niet eindigen. Hij zegt: ‘De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u.’ Die genade, die vrede van de Heer wens ik ons allen toe. Amen.