De droom van 72 nieuwelingen (2001)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

'VERDRINKEN IN JE SPUUG!'

‘Je kunt toch ook niet verdrinken in je eigen spuug!', zo hoonde een natuurkundige enkele eeuwen geleden. Hij had het grote bijbelverhaal van de zondvloed doorgerekend. Er was eenvoudig veel te weinig water in de dampkring en op de aarde om haar helemaal te laten verdrinken. De geleerde verstond de kunst niet meer van verhalen vertellen en verstaan. Hij had geen antenne voor verborgen boodschappen en verwijzingen naar het levensgeheim. Een vernietigende watervloed had al het leven op aarde verwoest. Het verhaal gaat over angstige ondergangsvisioen.

AARDBEVING

De drie aardschokken in die kwade nacht, veertien dagen geleden, hebben heel wat mensen bang gemaakt. ‘Mijn kelder is de veiligste plek; er ligt een sterk plafond op', vertelde een man. ‘Ik heb daar in de kast kleren, laarzen en een noodrantsoen gelegd...'
Eén flinke overstroming die alle irrigatiekanalen vernietigde en zout water afzette op het land, had een hele generatie gedupeerd. De wereld voelde niet veilig meer. Was God boos? Was hij de mens vergeten? Het verhaal is geboren over een alles vernietigende vloed.

EEN NIEUWE WERELD BEGINT

Het Noach-verhaal vertelt het verlangen naar een herschapen wereld, naar een nieuw begin. Er moet een nieuwe generatie komen die toekomst schept. De zonen van Noach bewonen een nieuwe wereld, zonder de fouten van het verleden.
Die nakomelingen van Noach waren er 72 in getal, volgens andere handschriften 70. Daarom, zo vertelt Lucas vandaag, stuurt Jezus 72, volgens andere handschriften 70, leerlingen erop uit. Ze gaan naar plaatsen die Jezus later zal aandoen.
Je voelt dat het hier niet om de logistiek van Jezus' verkondiging. Lucas heeft zijn eigen tijd op het oog. In de jonge kerk van Lucas gaan verkondigers erop uit naar synagogen en markten van de grote wereldsteden om over Jezus te vertellen. En, zo verzekert Lucas, overal daar zal Jezus zelf volgen om bij zijn leerlingen te zijn.
De eerste verkondigers zijn als Noachs zonen. Ze maken een nieuw begin met de schepping. Ze verkondigen Gods nabijheid en overal bestrijden ze de kwade machten. Ze doen het spontaan, bijna vanzelf. Het is hun aard om het kwaad te laten verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het is de liefde in hun hart die een weldadige uitstraling heeft.

DE DROOM

De oogst is groot. Ook die ervaring deed Lucas in de jonge kerk op. Het christendom was gewild. Het was ìn. Er was in het Romeinse rijk vraag naar diepgang. Het leven moest een andere bedoeling hebben dan de pret van de zondagse markt. Het christendom fluisterde over het geheim van een overwonnen dood. Men had er oren naar. De leerlingen kregen het niet bij gebeend.
De oogst is groot, en toch is een kind van vrede kwetsbaar als een lam.
De jeugdige kerk van Lucas was een volksbeweging die het aanschijn van de aarde wilde vernieuwen. Niet heersend en brullend als een leeuw, maar als een kudde lammeren, mekkerend misschien; maar niet mee huilend met de wolven in het bos. Ze trokken de wereld in zonder macht, zonder veroordelingen en uitsluitingen. Pure liefde dreef hen naar de zieken. Ze waren bereid hun brood te breken. Zonen van Noach begonnen de wereld opnieuw. De wereld van wolven was voorbij. Vrede komt!

EN DE WERKELIJKHEID

Dat was de droom. Maar Lucas ziet ook al hoe dit grootse ideaal kan afbrokkelen. Hij ziet ook al dat er verkondigers zijn die schromelijk misbruik maken van het ontzag voor het heilige woord. Hij hoort over verkondigers die van deur naar deur gaan om zich overal overvloedige maaltijden te laten voorzetten. Sommigen doen zelfs alsof ze in trance raken en ze beginnen een hemelse menukaart te dicteren; de goedgelovige bewoners lopen zich het vuur uit de sloffen om het allemaal bij elkaar te slepen. Lucas ziet in de jonge kerk het misbruik op de loer liggen. Je moet je niet verrijken. Je moet niet gaan in imponerende gewaden en vergezeld van dragers met kisten vol garderobe. Zo gaan de kinderen van de oorlog. Je moet zo min mogelijk bagage meenemen. Je liefde en vrede zijn genoeg. Je moet zonder eigenbelang op pad gaan, kwetsbaar. Dan alleen heb je recht om van God te spreken.
Lucas ziet de kerk balanceren tussen Jezus' ideaal van vrede en de verleiding van de macht. Daarom tipt hij ons, mensen onderweg: verkondig Gods vrede en doe het belangeloos.

TOM ONDERWEG!

Lieve kinderen. ‘Kom nou' riep de vader van Tom. ‘We vertrekken.' ‘Nog even dit spelletje af!' riep Tom vanachter een piepende en bonkende computer. ‘Nu komen, of de stekker gaat er uit!' Tom had niet zoveel zin om te gaan wandelen. ‘Ik neem wel de game-boy mee, hoor.' Pappa zei niks. Tom kwam naar buiten maar rende direct weer naar binnen. ‘De vechtmonsters gaan ook mee'. ‘Als je ze zelf maar draagt!', riep mamma. Tenslotte kwam Tom, een gameboy op zak, een paar monsters onder de arm, een fles cola in een zak aan zijn riem, een zak chips erbij, een sound-machine op zijn schouder en de verrekijker om de nek, richting bos. En dan droeg mamma nog zijn regenjas en boterhammen en pappa zijn wandelschoenen. Na een kwartier lopen begon Tom te zeuren. ‘Ik ben moe. Pappa, mogen de vechtmonster bij jou in de zak, maar wel voorzichtig zijn, niet kapot maken.' ‘Zal ik radio hier achter het muurtje zetten dan nemen we hem straks mee?' ‘En ik drink de cola maar vast leeg.' ‘Kom maar', zei mamma. Ze belde aan bij het huis van een vriendin. ‘Mogen we Tom zijn spullen zolang hier laten.' Even later huppelde en danste Tom over de straat. Wat is wandelen heerlijk als je weinig bij je hebt!