14e zondag door het jaar C 2013

Zusters en broeders,

Overal  in  het  evangelie is er sprake van 12 leerlingen, waarmee  dan  de apostelen   bedoeld   worden,  en  hier  worden  er  ineens 72 uitgezonden.  Waar  komen  die vandaan, en  waarvoor  zijn  ze nodig?  Het antwoord volgt een paar regels verder: de oogst is groot, maar  er  zijn  te  weinig arbeiders.  Met  andere  woorden:  Jezus' boodschap  slaat aan, de mensen hebben er belangstelling voor, dus doet Hij beroep op verse krachten. Waarom precies op 72? Wellicht omdat er toen 72 bekende volkeren waren. Daarmee maakt Jezus duidelijk dat Hij niet alleen voor het joodse volk, maar voor alle volkeren is gekomen. Allen zijn ze kinderen van God, en aan allen moet Gods woord verkondigd worden. Dat is wat Jezus met die zending wil vastleggen. Hij zendt ‘de 72 twee aan twee uit naar alle steden en dorpen waarheen Hijzelf van plan was te gaan’, zo wordt het in het evangelie verwoord. 

Jezus kan dat zelf niet doen: de hele wereld rondgaan om zijn boodschap te verkondigen. Maar Hij zegt wel hoe dat moet gebeuren, en dat was niet alleen bedoeld voor die 72 leerlingen, maar voor allen die het Rijk Gods willen verkondigen. Ze zijn als lammeren onder wolven, zegt Jezus. Hoe pijnlijk juist dat is, weten we uit de geschiedenis: er werden in het verleden honderden missionarissen en duizenden christenen vermoord. Tot op vandaag stuiten christenen vaak op onbegrip, vijandschap,  geweld en  vervolging,  maar zelf moeten zij als lammeren zijn. Zij mogen dus geen geweld gebruiken. Geweld wijst Jezus altijd en in alle omstandigheden  af, ook als het tegen Hemzelf wordt  gebruikt.  Want wie het zwaard hanteert, zal door het zwaard vergaan,  zegt Hij in de Hof van Olijven tegen Petrus die met het zwaard inhakt op hen die Jezus gevangen nemen.

 Jezus zegt ook wat de 72, dus allen die zijn boodschap verkondigen, moeten meenemen: geen dikke portemonnee of andere uitingen van rijkdom. Want rijkdom is niet het doel van het Rijk Gods. In dat rijk heersen vrede en vreugde, en gelijkheid, wederzijdse hulp en barmhartigheid. ‘Genees de zieken’, zegt Jezus ook, ‘en zeg hun dat het Rijk Gods nu nabij is.’ En het is nabij juist omdat mensen willen leven naar Jezus’ woorden en daden.  Nog eens blijkt dus dat het Rijk Gods niet steunt  op grote en dure woorden, maar op eenvoudige daden van menselijkheid. Het Rijk Gods is zelfs midden onder ons wanneer we die menselijkheid tot de onze maken. Want het Rijk Gods  is  niets anders  dan de wereld leefbaar maken, hem doen groeien tot een plaats waar het voor alle mensen goed is om te wonen, een land van melk en honing, waar vrede heerst en verdraagzaamheid en broederlijkheid, en waar God zelf de weg aanwijst. Maar waar dit niet gebeurt, waar het Rijk Gods niet mag bloeien, daar zal het erger zijn dan in Sodom, zegt Jezus. En Sodom was een stad die in de tijd van Abraham ten onder ging juist omdat hij helemaal tegen het Rijk Gods leefde. Vandaag is het niet anders: hoe verder het Rijk Gods af is, hoe vreselijker mensen met elkaar kunnen omgaan. 

Broeders en zusters, we kunnen natuurlijk zeggen: Zo’n zending zoals die van die 72 leerlingen is niets voor  mij.  Ik leef alleen voor mezelf en trek me van de  rest  niets aan.  Of we kunnen ons opsluiten in ons ongenoegen, en brommen over de anderen die niets doen, en wie die anderen zijn, weet ik niet, maar het zijn in elk geval de anderen. Maar als we zo denken, denken we niet juist.  We kunnen  ons  als  christen  immers niet aan onze zending onttrekken.  We  kunnen  het evangelie  niet  negeren,  we kunnen niet doen alsof we niet  horen  wat Jezus  zegt.  En vandaag zegt Hij ons heel duidelijk dat we met zijn allen onze schouders onder deze wereld moeten zetten, dat we met zijn allen  moeten  meebouwen aan de droom die God met zijn wereld en  met zijn  mensen  voorheeft:  het Rijk Gods op aarde verwezenlijken;  de aarde,  onze  aarde,  ombouwen  tot een huis dat een  thuis  is  voor alle mensen en voor God. Paulus zegt het zo mooi in de eerste (tweede) lezing: ‘Het gaat alleen om een nieuwe schepping!’, zegt hij, en die nieuwe schepping, dat is Gods schepping van vrede en barmhartigheid, van vreugde en rechtvaardigheid, van nederigheid en hulpvaardigheid. Dat is de schepping die Jezus ons heeft voorgeleefd. 

Zusters en broeders, ik kan niet mooier eindigen dan met de woorden van Paulus: ‘De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u.’ Die genade wens ik ons allen toe. Amen.