Zending van de 72 (2004)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden

Het verhaal van de zending v.d. 72 leerlingen voert ons binnen in de oerpastoraal van de Kerk, waarvan  Lucas de uitgelezen getuige is vooral in zijn boek “Handelingen van Apostelen”. Het was een tijd toen de missie gedragen werd niet louter door de apostelen, maar door leken. En dat komt bijzonder duidelijk naar voren in Rom. 6, waar Paulus tal van leerlingen, man als vrouw, opsomt, die aan evangelisatie deden.

I.  -  Jezus begon er reeds mee. Hij stuurt 72 leerlingen uit, leken. De kern van de blijde boodschap is het getuigenis dat Christus gekruisigd en verrezen  is. Dat was de grote en definitieve zending. Op dit ogenblik gaat het om een eerste proefzending, met de aankondiging: “Het Rijk Gods is nu nabij”:  Wat ge zolang verwacht, is nu op komst. De diepere inhoud hiervan komt later.

(a) - Het getal 72 draagt een bijzondere symboliek. Het gaat niet alleen naar de 72 oudsten, die Mozes omkaderden (Num. 11, 24), maar het verwijst naar alle volkeren der aarde (in afstamming v. Noach, Gen. 10). Hier gaat het om een wereldwijde zending, die reeds speelde in Jezus’ geest. Later komt het duidelijk: “ Gaat en onderwijst alle volkeren…” (Mt 28,19). Kerk is per definitie Missie: haar boodschap is de meest bevrijdende, de énig echt bevrijdende onder de wereldreligies.

(b) -  Als we vandaag  deze zending v.d. Kerk na 20 eeuwen bekijken, mogen we vaststellen dat het evangelie reeds nagenoeg alle volkeren heeft bereikt; maar zeker niet dat dit evangelie overal op zijn ware waarde werd aanvaard of beleefd: 30% zijn christelijk gedoopt. Er zijn landen, waar het christendom na een rijke bloei (zoals in Noord-Afrika) later werd weggeveegd (door de Islam). Onze gebieden, die geëvangeliseerd werden in de 7de eeuw en ver doorheen de middeleeuwen, worden vandaag aangetast door een mdern heidendom. Bij gelegenheden lopen kerken nog vol als kleine eilandjes in de oceaan van Gods droom.

(c) -  Deze taak van wereldevangelisatie lijkt ons een onbegonnen en onmogelijke opgave, als we de wereldevolutie bekijken. De wereldbevolking (6 miljard mensen) groeit dagelijks aan met 280.000 mensen, vooral in de steden.  Men berekent dat er over twintig jaar 100 steden op de wereld zullen zijn van 5 miljoen inwoners. Als ik nu de enorme torengebouwen bekijk van megasteden, stel ik mij de vraag doe al deze bewoners door de Kerk kunnen worden bereikt ? Of moet de Kerk maar de lichtbaken zijn, waarvan het licht op diverse intensiteiten naar de mensen gaat, zonder dat ze allen echt “leden” van de Kerk moeten worden ?  “ Lumen gentium”, licht der volkeren . Het Concilie heeft het woord “leden v.d. Kerk” zoveel mogelijk geweerd, omdat alle mensen, hoe dan ook,  bewust of onbewust, op Christus betrokken zijn.

II.  -  Het merkwaardige is nu dat Jezus voor deze leerlingen de omvang en de moeilijkheid van deze opdracht niet heeft verdoezeld:

(a) - Hij zegt daar al: “De oogst is groot en arbeiders zijn er weinig.” Het gaat om een avontuur waarin men steeds in de minderheid zal staan. Meer nog. Menselijker wijze gezien gaat het om een roekeloze onderneming: “Ik stuur u als lammeren tussen de wolven…” Jezus belooft geen onmiddellijk succes,  geen waarborg op direct slagen. Er is ook kans dat ze niet worden ontvangen. Dan moeten ze het heidense stof van die voordeur maar weer afstampen en niet meedragen op hun tocht.

(b) -   Maar ook hun middelen zullen beperkt zijn. Paradoxaal, ze moeten nagenoeg niets bij zich hebben: geen geld, geen schoeisel, geen reiszak… Geen nutteloze bagage. Vandaag zou het zo klinken: reken niet teveel op videorecorders en computer, noch op snelrijdende wagens met navigatiesysteem… Dat is het belangrijkste niet. Ze moeten zijn als Jezus, van wie we vorige zondag  hoorden, dat Hij geen steen had om zijn hoofd op te laten rusten (Lc 9, 58).

(c)  -   Ze moeten ook hun tijd niet verliezen. Ze mogen niemand groeten onderweg. Dan moet ge weten hoe de groet van de ontmoeting bij  de oosterlingen meer was dan een korte  “goededag”.  Het was telkens een lang en tijdrovend verhaal. Opvallend hoe men bij Lucas altijd spoed heeft, als het gaat om de blijde boodschap:  Maria liep met spoed naar Elisabeth (Lc 1, 39); de herders liepen(!) op het woord van de engelenschare naar de stal (Lc 2, 16); de Emmaüsgangers keerden op staande voet naar Jeruzalem terug om Jezus’ verrijzenis te melden (Lc 24,33); Filippus liep naar de Ethiopiër (Hand. 8, 30)…

* Het kan erg onthutsend lijken, en zelfs niet realistisch. Maar hiermede laat Jezus verstaan dat de Kerk niet een bedrijf is van gevormde managers, dat met een bijzondere techniciteit de wereld moet veroveren; mar het werk van God die de leerlingen optilt boven hun eigen ontoereikendheid. Wie  louter  menselijke middelen aanwendt, zal wellicht zichzelf verkondigen en een ander evangelie preken los van de Geest van God. En daarin ligt een les voor ons. De Kerk  is niet zuiver, omdat we er vaak ‘onze’ boodschap hebben verkondigd, en op eigen kracht,  en niet voldoende door Gods Geest. Deze leerlingen steunden op God. Van Hem waren ze zeker. God was hun schild en vertrouwen.  Amen.