God als Moeder (2001)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 203 niet laden

Een (oud) grapje over God

Bijna twintig jaar geleden had een bekende cabaretier in zijn programma een sketch opgenomen over een bezoek aan God. Hij vertelde hoe hij op een dag op bezoek ging bij God. Onderweg had hij allemaal slimme vragen bedacht, niet alleen de toto-uitslag, maar ook over noodlot en geluk en vrede. Bij het huis van God gekomen belde hij aan, en een vriendelijke, wat oudere vrouw deed open. "Is God misschien thuis," vroeg hij. "Jazeker", zei de vrouw, "daar spreek je mee..."

Die wending had succes in de zaal, mensen moesten er om lachen. Twintig jaar geleden was het onverwacht om over God te spreken als over een vrouw. Wellicht zou het nu niet meer zo'n succes hebben, maar nog steeds is het niet gangbaar om God vooral als vrouw aan te spreken.

De ene kant van God

Toch is dat vrouwelijk beeld van God al heel oud. In de eerste lezing die we vandaag hoorden klonk dat beeld al door. In die lezing hoorden we God zeggen: Ik zal u troosten zoals een moeder haar kinderen troost, ik zal u zogen, en vertroetelen op mijn schoot.

Dat is een vertrouwd beeld van God. Hij/Zij is trooster, degene bij wie mensen steun en veiligheid kunnen vinden, bij wie mensen tot rust kunnen komen, bij wie ze zich thuis kunnen voelen. God vervult mensen met vrede en met vertrouwen.

De andere kant van God

Maar er is ook een andere kant. God heeft niet alleen de vrouwelijke kant: veilig, troostend; maar ook een mannelijke, naar buiten gericht. God is niet alleen als de Moeder bij wie mensen thuis kunnen komen, maar ook als de Vader die mensen op wegzendt, die mensen allerlei uitdagingen voorhoudt. Dat beeld van God hoorden we in de tweede lezing, waarin verteld werd hoe Jezus zijn leerlingen de wereld instuurde om overal zijn woord te verkondigen.

Afhankelijk en onafhankelijk

Zo houden de lezingen van vandaag ons twee beelden van God voor, die elkaar aanvullen: God als vader en God als moeder, God als degene die ons de wereld inzendt die onze ondernemingszin voedt, en God als degene die ons troost en thuis ontvangt.
Misschien komen die twee kanten van God wel overeen met twee verlangens in mensen: het verlangen naar onafhankelijkheid, naar op jezelf staan, naar sterk zijn als de rots in de branding; en het verlangen naar troost, naar geborgenheid, naar veiligheid, naar laten zien wat je zwakke kanten zijn.
Beide kanten mogen er in ons zijn. Als mensen elkaar alleen maar hun sterke en grote kant laten zien, dan laten ze maar de helft zien. Dat gebeurt meestal in ons omgaan met elkaar: we laten alleen zien waar we goed in zijn, waar we sterk in zijn, maar waar we ons zwak in voelen, of waar we niet zo zeker over zijn, dat verstoppen we meestal. Maar eigenlijk doen we elkaar daarmee tekort, en onszelf ook. Want word je niet als mens het meest geaccepteerd daar waar je ook je afhankelijke kant kunt laten zien? Kunnen vriendschappen tussen mensen niet alleen bestaan waar mensen elkaar helemaal aanvaarden?

Mogen zijn wie je bent...

Ook in het evangelie klinkt daar iets van door.
We hoorden in het evangelie hoe Jezus zijn leerlingen op weg zendt: "Zie, ik zend jullie als lammeren tussen de wolven".
Als lammeren tussen de wolven, als zwakke, weerloze schepselen worden ze weggezonden. Daarom mogen ze ook niets meenemen om mee te pronken, geen volle beurs, geen goedgevulde reiszak. Want Jezus weet dat mensen elkaar alleen kunnen ontmoeten, als ze hun zwakke kanten kunnen laten zien, als ze zich afhankelijk durven maken van elkaar. Met bluf en snoeven kun je geen mensen winnen, en wie altijd de sterke wil zijn, die roept misschien wel ontzag op bij mensen, maar geen vriendschap, geen verwantschap. Maar wie zich als lam tussen wolven begeeft, die doet een appel op de zachte kanten van de ander. En als mensen niet meer sterk hoeven te zijn, niet meer de beste hoeven te zijn, als ze dat allemaal niet meer moeten, dan kunnen ze elkaar echt ont-moeten.
Ontmoeting tussen mensen begint waar mensen hun maskers af durven leggen, waar ze al hun kanten durven laten zien.

De lezingen van vandaag vertellen dat God twee kanten heeft: mannelijk, naar buiten gericht, en vrouwelijk, ontfermend. Zo zijn er ook in mensen twee kanten: de sterke willen zijn, en afhankelijk willen zijn. Alleen als we beide kanten er laten zijn kunnen we vrede en verbondenheid vinden, in onszelf, en in relaties met anderen. Zo is God ook degenen die als een vader en een moeder al zijn mensen verbindt aan elkaar. Moge Hij/Zij ons ook meer en meer thuisbrengen bij onszelf.