De verdraagzaamheid van Jezus

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 459 niet laden

Stelt u eens voor: een pastoor gaat een nieuwe parochiaan bezoeken. De huisdeur gaat open, de pastoor wordt van kop tot teen opgenomen en als ze dan zijn kruisje zien, gaat de deur niet verder open: "Dank u wel, wij gaan niet naar de kerk" en de deur gaat dicht! Hoe voelt een pastoor zich op z'n moment?

 

Zo kunnen wij ons een beetje de situatie indenken van de leerlingen die voor Jezus onderdak gingen zoeken. De Samaritanen wilden Jezus niet opnemen voor de nacht, omdat Hij naar Jeruzalem op bedevaart ging.

Dat was echte onverdraagzaamheid uit religieuze motieven. Johannes en Jacobus, die in het evangelie twee donderzonen genoemd worden, vroegen aan Jezus: "Moeten wij die onverdraagzaamheid niet met dezelfde wapens bestrijden? Laat over dat dorp vuur uit de hemel regenen. Dat zou een goed voorbeeld zijn voor anderen". Zij kenden zulke voorbeelden uit de Bijbel.

Over Sodom en Gommorra was ook vuur uit de hemel geregend. Jezus zelf had gezegd, dat het een stad, die zijn leerlingen niet wilde opnemen, nog slechter zou vergaan dan Sodom en Gommorra.

En toch... hier berispt Jezus zijn leerlingen: "Ik ben niet gekomen om te veroordelen, maar om te redden".

 

Wat Johannes en Jakobus wilden doen, blijft een voortdurende bekoring voor elke godsdienst, dat zien we wel in het Midden Oosten. In elke religieuze overtuiging schuilt het gevaar, je eigen overtuiging te verabsoluteren en ze met alle middelen, zelfs met bedreigingen en geweld, aan anderen op te dringen. Je eist de vrijheid op voor je eigen overtuiging, maar je wilt de vrijheid niet toekennen aan hen die een andere overtuiging hebben. Dit blijft een bekoring voor onze kerk. De hevigste debatten in het laatste concilie vonden plaats toen het ging om de godsdienstvrijheid. En als het concilie toen verkondigde dat in religieuze zaken niemand gedwongen mag worden, dat iedereen volgens zijn eigen geweten mag handelen, dat het geloof alleen in vrijheid beleefd kan worden, dan wordt deze overtuiging in de praktijk nog lang niet gedeeld door alle christenen.

 

Het probleem is niet opgelost door te zeggen: zij moeten het zelf maar weten. Maar de echte zorg om het heil van de mensen sluit elke vorm van dwang uit. Vragen sommige ouders van hun kinderen geen dingen, die ze zelf niet meer doen? Geen wonder dat zulke kinderen dit "moeten" van zich afwerpen. Dan zul je met dwang niet veel meer bereiken. Het geloof kun je alleen maar voorleven.

 

Verdraagzaamheid is geen teken van zwakte, geen verloochening van eigen overtuiging, maar een teken van eerbied en vertrouwen dat God vele wegen kent om het hart van de mensen te vinden en om het heil van de wereld te bewerken.

 

(Naar J. Lammers)