tussen volkskerk en keuzekerk (2010)


Toen ik een keer samen met familieleden terug keek op het leven van iemand die gestorven was, kwam ook de vraag ter sprake: wat betekende het geloof? Treffend was het antwoord van een van de kinderen. Hij was net zo katholiek als vele anderen. Heel treffend en eerlijk, want wat betekent het geloof voor velen die gedoopt zijn. Het maakte mij bewust van de breuklijn die er is tussen volkskerk en keuzekerk. Enerzijds is het christen zijn nog steeds iets wat van generatie op generatie wordt overgegeven, anderzijds merken wij ook dat de gemeenschapszin steeds minder wordt en menigeen zich er voor schaamt om te zeggen dat men katholiek is en liever ondergaat in de anoniemiteit. Kiezen voor Jezus is schijnbaar meer dan gedoopt worden.

We merken dat de leerlingen van Jezus niet konden begrijpen dat sommigen hem afwezen omdat ze zelf zo blij waren met Jezus. Hun reactie was fel tegenover de Samaritanen die niet bereid waren om hem te ontvangen. Ze zijn niet waard dat ze leven. Waarom grijpt God niet in en straft hen. Maar Jezus maakt aan de leerlingen duidelijk dat geloven niet iets is dat je aan anderen kunt opleggen, maar dat je geschonken wordt, zoals ook vriendschap tussen mensen een geschenk is. Reacties als "ik heb zelf niet voor het doopsel gekozen" geven aan dat geloof pas gedijt als dit van binnenuit ook wordt aanvaardt. Verder betekent geloven zich onvoorwaardelijk toevertrouwen aan Jezus en alle vertrouwde vaste plekken los kunnen laten. Iets dat bij religieuzen nog steeds een sterke waarde heeft. Je beschikbaarheid moet zo groot zijn dat je kunt zeggen: "niets is van mij persoonlijk". Maar ook totaal vrij zijn voor Christus door te kiezen voor een ongehuwd bestaan. Geen hol hebben zoals de vos en geen nest zoals de vogel. Maar treden in de voetsporen van Jezus die niets had om zijn hoofd op te laten rusten. En alles achter je kunnen laten waar je mee bezig bent. Het klinkt wat cru als je vader, die gestorven is, niet mag begraven of afscheid mag nemen van je huisgenoten. Om zo te kunnen leven is maar weinigen gegeven. De meesten willen wel geloven in Jezus, maar ook over hun leven blijven beschikken. Wat dat betreft is het leven in onze Kerk soms in tegenstelling met datgene wat het evangelie leert. Juist in het leven van bijzondere mensen komt die keuze voor Jezus nadrukkelijk naar voren. Zij hebben zichzelf helemaal los gelaten om zich volledig te geven voor Jezus en de ander. Juist daardoor waren zij tot wonderlijke dingen in staat.

De volkskerk kent weinig bezieling. Wel veel traditie. Terwijl deze afkalft zien wij dat er ook weer bewuste keuzes gemaakt worden door een kleine groep. Mensen die niet van jongs af aan het geloof hebben meegekregen ontdekken in hun volwassenheid Jezus en Zijn Boodschap als een bijzondere levensbron voor hun bestaan. Maar ook mensen die in een ander kerkgenootschap zijn opgegroeid ontdekken de schoonheid van de Katholieke Kerk en kiezen daar bewust voor. Geloof is meer dan samen komen in een gebouw. Het is meer dan zo nu en dan eens goed zijn voor andere mensen. Het betekent je toekomst invullen met Jezus leven. Niet langer kijken naar wat je zelf belangrijk is en voor je eigen levensontplooiing, maar je leven helemaal laten vullen door de verbondenheid met God. Traditie is de grootste rem voor bezieling. Omdat het altijd zo geweest is wordt menige ontwikkeling tegengehouden. De mens die zich door Christus gegrepen voelt pakt de uitdagingen van dat moment op en probeert daarin Jezus te volgen. Bezielde mensen zijn er nog steeds. Zij zijn dragers van ons geloofsgemeenschap. Hun inbreng is een echt godsgeschenk. En ook een aansporing om ons eigen geloof kritisch te bevragen. Toch past het ook in de geest van Jezus om geduld te hebben met anderen en niet met grof geschut te werk te gaan. Afschrijven van mensen is snel gebeurd. Ze terug winnen is vaker een moeilijker proces.