13e zondag door het jaar C

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Samaritanen en joden zijn elkaars vijanden. Eén van de twistpunten was dit: voor de joden was Jeruzalem het centrum van de eredienst, en voor de mensen uit Samaria was dat de berg Gerizim.

Lucas vertelt dat de Samaritanen Jezus, onderweg naar Jeruzalem, niet wilden ontvangen. Johannes en Jakobus blijken niet voor niets de bijnaam ‘Zonen van de donder' te hebben. Het zijn twee heetgebakerde jongens, die daar waar Jezus niet welkom blijkt, de bliksem willen laten inslaan. Ze zijn even onverdraagzaam als ‘dat volk' van Samaria. Dus geeft Jezus de donderzonen op hun donder voor hun wraakgevoelens.

Toen en nog steeds is het de bekoring van bijna elke godsdienst onverdraagzaam te zijn tegenover andersdenkenden. Kijk maar wat er nu nog gebeurt in Noord-Ierland of het Midden-Oosten. In elke religie schuilt het gevaar de eigen visie als de beste en enig juiste te zien, en die andere ondergeschikt of onmogelijk te maken. De leerlingen die zo denken, wijst Jezus terecht, en die Samaritanen laat Hij in hun wezen.

Geloven mag niet omslaan in fanatisme, waardoor je mensen in zwart-wit beoordeelt, en hen verdeelt in goed en slecht, orthodox en dwalend. De verdraagzaamheid die Jezus voorleefde, is geen teken van zwakte, maar een signaal dat God vele manieren kent om het hart van mensen te raken. Daarom vraagt Jezus verdraagzaamheid voor, en geduld met, anderen.

Als je radicaal wilt zijn, wees het dan tegenover jezelf, zegt ons het tweede deel van het evangelie. ‘Als je Mij wilt volgen', zegt Jezus, ‘dan moet je niet omkijken'. Wie de hand aan de ploeg slaat, moet vooruit willen, en niet wat half mee hobbelen (‘Ik moet eerst nog even dit, eerst nog even dat...'). Zo mild als Hij is voor anderen, zo radicaal is Hij voor zijn eigen leerlingen.

Aan papieren leden, aan zogenaamde leerlingen heeft Hij niets. Zo stond de profeet Elia er ook mee. In krasse taal eist hij van zijn helper onvoorwaardelijke inzet en niet van dat slappe gedoe van 'ik zou wel willen, maar...'. Daar heeft niemand iets aan, aan gelovigen die alleen geloven als zij er gemak van hebben, die de Bijbel gebruiken als het hun goed uitkomt, en de kerk om hun eigen feest op te luisteren.

Leerling zijn vraagt dat we keuzen maken. Discipel zijn vraagt om disciplinair leven. En één van de kenmerken van een discipel moet zijn dat hij niet almaar achterom kijkt. Wie dat te veel doen en te graag terug willen naar het verleden, die bouwen niet van harte aan de toekomst die God gedroomd heeft.

De joden en de Samaritanen hadden ruzie vanwege het verleden. Pas toen ze daar radicaal een streep onder zetten, en de toekomst gingen zien in de geest van Jezus, vonden zij elkaar. Toen ze vooruit keken, en niet meer achterom.

Te vaak horen we in onze kringen zeggen: ‘Vroeger, toen ik jong was...' en: ‘Zouden we niet eerst nog eens..., voordat we...'. Zo houden we de toekomst op door ons gebrek aan gelovige durf.

‘Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is niet geschikt voor het koninkrijk Gods'.