Tijd door het jaar (C)

In het evangelie is Jezus veel onderweg. Er worden daar nogal kilometers afgelegd, meestal te voet, want er waren geen auto’s en geen treinen, geen vliegtuigen. En rijdier wordt zelden vermeld, tenzij dit van de Samaritaan en het opgeëiste ezeltje van Palmzondag. Over het meer ging het per boot of schip en dat was soms gevaarlijk want het kon er hevig stormen.

Abraham indachtig

Van de vier evangelisten besteedt Lucas het meest de aandacht aan het reizen. Hij is de auteur van het derde evangelie en van de Handelingen van de apostelen. Hij vertelt in het kindheidsevangelie over Maria, die vanuit Nazareth naar het gebergte van Judea trok bij haar tante Elisabeth.

Wij zien nadien Jozef met Maria, zijn zwangere vrouw optrekken naar Bethlehem. Volgens de afbeelding van Bruegel zat zij op een ezel met daarnaast een os. Jozef, de timmerman, staat er afgebeeld met een zaag in de hand.

Volgens Mattheus zijn Jozef en Maria samen met het kind Jezus gevlucht naar Egypte. Dit roept associaties op met het verblijf van Joodse stammen in Egypte en hun rondzwervingen in de woestijn. Maar de herinneringen aan het Oude Testament gaan bij Lucas verder in de tijd. Ze gaan naar de tochten van Abraham en de aartsvaders, die met kamelen onderweg waren.

In het loflied bij de geboorte van Johannes hoopt Zacharias op de nieuwe weg die zal getrokken worden. Hij bidt dat wij onze voeten richten op een weg van vrede.

We kunnen aan Abraham denken wanneer we op weg gaan, zoals in dit oud kerkelijk reisgebed:

God, die uw dienaar Abraham

op alle wegen ongedeerd hebt bewaard,

ik vraag U:

bescherm ook mij.

Wees mijn bescherming in de strijd,

vertroosting op de weg,

verkoeling in de hitte,

beschutting in regen en kou,

een voertuig bij uitputting,

een steun in tegenspoed,

een stok in gevaar,

een haven bij schipbreuk.

Geef dat ik onder uw geleide

het doel van mijn reis

voorspoedig mag bereiken

en ongedeerd naar huis terugkeren. Amen.

Reizen bij Lucas

“Lucas heeft zowel in zijn evangelie als in de Handelingen veel aandacht voor het reizen, voor het onderweg zijn van Jezus en dit van de eerste christenen. Hij besteedt in Handelingen veel ruimte aan het beschrijven van reizen en het motief van de weg. In dit boek zijn het de apostelen die voortdurend op reis zijn. Hier gaat het om een beweging die in Jeruzalem begint en die met Paulus in Rome eindigt. De naam van deze Jezus’ beweging is daar zelfs de ‘weg’ (Hand. 9,2; 18; 25-26; 19,9. 23; 22.4, 22,14-22)” (N. Riemersma, Lucas onder de Loep).

Het zijn vooral de reizen van Paulus die er ter sprake komen. Deze zijn avontuurlijk geweest. Paulus verwijst er zelf naar in zijn brief aan de gemeente van Korinthe. Driemaal heeft hij schipbreuk geleden. “Eén keer heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven. Voortdurend was ik onderweg, bedreigd door rivieren, rovers, volksgenoten en vreemdelingen, in gevaar in de stad, in de woestijn, op zee en te midden van schijngelovigen” (2 Kor. 11, 25-26).

“In de visie van Lucas zetten Jezus en de apostelen de weg voort die God in het Oude Testament met zijn volk is gegaan. Lucas sluit nauw aan bij de Grieks-romeinse wereld, waarin in dezelfde tijd eveneens vele beweging te zien is, naar tal van kanten. Lucas laat zien hoezeer hij in continuïteit is met de joodse traditie en tegelijkertijd ook aansluit op de wereld van zijn dagen” (Zie N. Riemersma, Lucas onder de Loep).

In het Lucasevangelie is Jezus voortdurend op reis. De Jordaan vormt het begin van zijn reis. Daarna is hij langdurig in Galilea. De reis eindigt ten slotte in Jeruzalem. Voor Jezus is het reizen minder zwaar geweest dan bij Paulus. Veel comfort had hij wel niet. Hij en zijn leerlingen waren een rondtrekkende troep, nu eens aan de grens van Galilea met het land van de heidenen, dan in Kafarrnaüm en in een of ander dorp. “De Mensenzoon had niets waar hij zijn hoofd kon laten op rusten.” Hij had geen rollende valies achter zich. Hij paste zelf toe voor zichzelf wat hij van zijn leerlingen vroeg; weinig meenemen.

Een keerpunt

Vandaag in het evangelie horen we over het reisproject van Jezus. “Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling naderden.” Het vers wijst op een keerpunt: “En het gebeurde, toen de dagen van zijn opname in vervulling gingen, dat hij zijn gezicht richtte om naar Jeruzalem te reizen”(Lc. 9,51).

In de opbouw van het evangelie heeft dit vers een belangrijke rol; het wijst op een nieuwe periode. Het is een reis die op een goddelijk ‘moeten’ berust. “Ik moet vandaag en morgen en de volgende dag onderweg blijven, want het gaat niet aan dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem” (Lc 13,33).

Er wordt nauwelijks gezegd langs waar Jezus gaat en door welke dorpen. “Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen; terwijl hij onderricht gaf” (Lc. 13, 22). Er is tegenkanting. Hij ontmoet onderweg veel mensen. Of hij zich strikt aan de regel hield, die hij aan de 72 voorschreef, om onderweg niemand te groeten? Er zullen toch vele toevallige ontmoetingen geweest zijn, die sporen nalieten. Niet het reisverhaal staat voorop, maar het gesprek onderweg. Het gaat over het brengen van het goede nieuws. Het grote thema, eigen aan Lucas, van gans de tocht, is dat God redt wat is verloren.

Jezus heeft wel tegenstand ontmoet op zijn tocht naar Jeruzalem en daarna in de stad Jerusalem. Het begon wanneer Jezus en zijn leerlingen een onderkomen zochten in een dorp van de Samaritanen, waar hem en zijn leerlingen de toegang werd geweigerd; Waar twee onstuimige leerlingen uit frustratie geweld willen gebruiken en de mensen met het vuur doden, gaat Jezus daarin niet mee. Zo vaak hebben optrekkende legers troepen burgers gedood, steden en dorpen verwoest en vernietigd. Jezus wil zeker geen geweld aanwenden. Hij wees de twee broers streng terecht.

In het evangelie van Lucas is Jeruzalem een eindpunt, waar Jezus veroordeeld wordt en sterft op het kruis. Maar Jeruzalem is nog niet het eindpunt. Het is voor Jezus het vertrekpunt voor de terugkeer naar zijn Vader.

Nico Riemersma wijdt in zijn boek Het Lucasevangelie onder de loep een hoofdstuk aan het reizen. Hij geeft het de titel Het woord dat mensen doet reizen. Hij vat de functie van het reisverhaal bij Lucas als volgt samen; “Lucas wil bovenal laten zien dat geloven allereerst met ‘be-weg-en’ te maken heeft en met een weg gaan, op reis gaan, een weg die ermee begint, dat je je wilt laten onderwijzen, een weg steeds in de aanwezigheid van de Heer” (Op. cit. p. 213).

Vakantietijd

Het is volop vakantie. Velen gaan op reis, nemen het vliegtuig, rijden km ver.

Reizen is niet zonder gevaar. Ook de hedendaagse reiziger kent moeilijkheden, ongevallen op de weg, barricades, gele hesjes, vliegtuigcrash, zakkenrollers.

Bij tegenkanting kan het geduld op de proef gesteld worden. Vermijd boosheid en ergernis.

Reizen is een kans tot contact met andere culturen; Het verruimt de horizon. Opvoeding helpt bij de groei in democratische geest en tot een houding van respect voor de eigenheid van de mens. “Leef met een sterke nieuwsgierigheid, met eerbied voor andere culturen en luisterend naar wat bij mensen leeft” (Reginald Moreels).

Vakantie, even aandacht voor stilte en rust. Deze is nog dichter bij huis dan we vermoeden. Hoe lang blijven de indrukken ban een vakantie nawerken? Op reis, in binnen of buitenland, kunnen we een kerk binnengaan: luisteren naar haar stilte, een aanwezigheid ontdekken, een bezinningstekst lezen die er te vinden is. Uit een kerk in Charleroi nam ik dit vakantiegebed mee:

Ralentis mes pas, Seigneur.
Calme les battements de mon coeur
En tranquillisant mon esprit.
Freine ma marche par la vision de l'infini du temps.

Accorde-moi, dans la confusion de la journée,
Le calme des collines éternelles.
Brise la tension de mes nerfs
Avec la musique apaisante des rivières,
Qui chantent dans mon souvenir.

Apprends-moi l'art de prendre
Des vacances-minutes pour admirer une fleur,
Bavarder avec un vieil ami ou en faire un nouveau

Rappelle-moi chaque jour
Que la course n'est pas au plus pressé,
Que vivre mieux n'est pas vivre plus vite.
Encourage-moi à regarder
Vers les hautes branches du grand chêne
Et à me rappeler qu'il a grandi lentement.
Ralentis mes pas, Seigneur,
Et enseigne-moi à plonger mes racines
Profondément dans le sol des valeurs
les plus durables de la vie,
Afin que je grandisse vers les étoiles
De mon plus haut destin
(Extrait de la revue mensuelle catholique Prier n°233)

Vertraag mijn stap, Heer.

 Kalmeer het ritme van mijn hart door rust te geven aan mijn geest.

Zet een rem op mijn vaart door het besef van de oneindige duur van de tijd.

Verleen me in de drukte van de dag de rust van de eeuwige heuvels.

Verbreek de spanning van mijn zenuwen met de rustgevende muziek van de rivier, die zingt in mijn geheugen.

Leer me de kunst enkele minuten korte vakantie te nemen om een bloem te bewonderen, voor een gesprek met een oude vriend of om een nieuwe te ontmoeten, om een verdwaalde hond te strelen, om te kijken naar een spin bij het weven van haar web, voor de lach van een kind, om even te lezen in een boeiend boek.

Herinner mij elke dag eraan dat de rit er niet is voor wie het meest is gehaast. Beter leven is niet altijd meer snelheid.

Moedig me aan om te kijken naar de hoge takken van de grote eik en om mij eraan te herinneren dat hij langzaam is gegroeid.

Vertraag mijn stappen, Heer. En leer me diep te wortelen in de bodem van de meest duurzame waarden van het leven zodat ik groeien kan tot bij de sterren van mijn hoogste bestemming.

Geef ons een dankbaar hart om tijdens de vakantie te genieten van de heerlijkheid van de schepping en de goedheid van elk mensenhart.

Schenk uw kracht aan wie teleurgesteld of gebroken door het leven gaan.

Neem uit onze hart elke steen van haat, wrok en vergelding

Leg in ons hart het verlangen naar vrede en verzoening.

Reik uw hand aan wie bijdraagt tot actieve geweldloosheid en het vredeswerk.

Zend uw beschermende engel voor al wie onderweg zijn, over land, over zee en in de lucht.

Zegen die jongeren die vanuit het jeugdwerk anderen begeleiden.

Heer, dank u voor het geschenk van de tijd.