Door God gezalfd

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De vraag ‘Wie is hij toch?' wordt steeds rond hem gesteld. Ze klinkt vanaf het allereerste begin. Herodes stelt als eerste die vraag. Iedereen die hem ontmoet, doet dat. Hij is kennelijk iemand die iedereen raakt. Iemand waar je onmiddellijk voor of tegen bent. Iemand die je in ieder geval steeds de vraag doet stellen: ‘Wie is hij eigenlijk?'

Dat ligt aan zijn hele optreden. Sommigen zien hem vooral als een goede leraar. Hij heeft daarvoor geen enkele kwalificatie. Toch spreekt hij zich uit over de wet als iemand die er alles van weet. Anderen, en zeker Lucas, beschouwen hem als een dokter. Er is geen spoor van een medische opleiding. Menselijk gezien is hij eigenlijk een grandioze amateur op de gebieden waarin hij uitblonk. ‘Wie is hij toch?' Waarom doet hij de dingen die hij doet? Waarom steeds weer dat opkomen voor zieke, arme en misbruikte mensen?

In alle drie synoptische evangelies neemt hij die vraag zelf over: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?' Er zijn twee antwoorden. Dat van Petrus die zegt: ‘De gezalfde van God,' en zijn eigen antwoord: ‘De Mensenzoon.' Zijn eigen antwoord is er niet om dat van Petrus tegen te spreken; het lijkt er het gevolg of de consequentie van te zijn.

‘Mensenzoon' is een term, die bij Lucas maar liefst 26 keer voorkomt. Hij besteedt er dus heel wat inkt aan; de Bijbelgeleerden sindsdien nog veel meer. Wat betekent dat woord ‘Mensenzoon'? Ondanks al die inkt, weet niemand dat precies. Misschien dat we het antwoord op die vraag moeten zoeken in de vier werkwoorden die het vergezellen: lijden, verworpen worden, vermoord worden en verrijzen. Die beschrijving geldt niet alleen voor Jezus, maar voor iedereen, want hij voegt er aan toe: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.' Dit is een soort definitie: niet alleen van de Mensenzoon, maar ook van de Gezalfde van God.

Waarom zou dat zijn? Waarom zal de mens die gezalfd is door God moeten lijden, verworpen worden, vermoord worden, om dan pas te verrijzen? Waarom is het lijden van Jezus onvermijdelijk? Deze vraag staat met opzet in de tegenwoordige tijd. Waarom sterven ook nu nog de gezalfden van God zo vaak voortijdig, zoals hij dat deed? Het heeft iets te maken met de goddelijke dynamiek in de wereld, die voor het eerst beschreven wordt in het uittochtverhaal. God kiest voor het joodse volk en toont daarmee een ‘ethische' God te zijn, die kiest voor de verdrukte armen.

Kiezen voor de armen betekent een voorkeur hebben voor hen die het beste weten dat de zakenwereld, de politieke wereld, de wereld van de media en de kerkelijke wereld niet rechtvaardig zijn. Kiezen vóór hen die vaak de enigen zijn, die daar werkelijk iets aan willen doen. Een keuze, die door de meeste anderen die hun leven behouden door hun diensten aan die wereld te verlenen, vaak als een keuze tegen henzelf gezien wordt. Jezus noemt hen die tegen hem zijn zonder de minste aarzeling: de oudsten, de hogepriesters, en de schriftgeleerden. Het kiezen voor de armen is een optie die levensgevaarlijk is, omdat zovelen - terecht - menen dat hun macht en hun levensstandaard in gevaar komen. Gezalfd zijn door God is gegrepen zijn door die goddelijke en onweerstaanbare dynamiek. Jezus is zo gegrepen. Petrus en de anderen hebben dat wel door. Daarom noemen ze hem ‘de Gezalfde van God'. Hij vertelt hun waar het hem toe zal leiden. Hij zegt hun ook dat zij door diezelfde dynamiek bezield dienen te zijn, als ze zijn volgelingen willen zijn.

Dat is prachtig, maar doe je dat nu? Hoe maak je zijn uitnodiging om dat kruis iedere dag weer op je te nemen waar? Dat is inderdaad een moeilijke opgave. Toch is er wel iets aan te doen. Iedereen kan meehelpen om de onrechtvaardige structuren te veranderen zonder geweld te gebruiken. Iedere ambtenaar kan om meer inspraak vragen, iedere scholier kan op meebeslissingsrecht aandringen, iedere burger kan de regering schrijven voor betere sociale voorzieningen, iedere dokter kan iets van zijn of haar machtspositie opgeven, net zo goed als iedere pastorale werker - of die nu gewijd is of niet - dat kan doen.