Tijd door het jaar (C)

Broeders en zusters, vandaag in het evangelie de vraag: Wie zeggen de  mensen dat Ik ben? Op deze vraag zijn in de loop van twintig eeuwen  christendom al heel wat verschillende antwoorden gegeven.

Het begon al in Jezus’ eigen tijd. Sommige mensen, zo antwoordden de  apostelen op Jezus’ vraag, menen dat U de uit de dood opgestane Johannes  de Doper bent; anderen denken dat U Elia bent, een geweldige profeet  uit het Oude Testament, die a.h.w. gereïncarneerd zou zijn; of één van  de andere profeten. Onlangs zei iemand tegen mij, dat hij Jezus Christus  een geweldig goed voorbeeld vond en dat hij de leefwijze van Jezus aan  zijn kinderen wilde meegeven. En zo zijn er, die menen, dat Jezus  Christus een sociaal revolutionair was, die opkwam voor de armen en de  verdrukten.

Wie Jezus voor ieder van ons is, is een belangrijke vraag. Want het  antwoord zegt iets over hoe wij met Hem omgaan, over de plaats ook, die  wij Hem in ons dagelijkse leven geven.

Voor mij persoonlijk is Jezus Degene, die het meeste van mij houdt.  Niemand heeft zo veel voor mij gedaan als Hij. Niet alleen in het verre  verleden, door zijn lijden en sterven, maar ook nu nog, iedere dag  opnieuw. Ik kan mijn vreugde en verdriet altijd bij Hem kwijt. Soms kom  ik niet getroost bij Hem vandaan. Maar ik vermoed, dat ik dan in mijn  eigen verdriet of zorgen blijf hangen, dat ik het niet los durf te  laten.

Bij de huiskamer van de pastorie hangt een kalender met mooie  spreuken van Visje, een christelijke variant van Loesje. Ggisteren stond  er weer een schitterende spreuk: “Vertel God niet hoe groot je probleem  is, maar vertel je probleem hoe groot God is”.

Als ik dat doe - Gods licht, Gods grootheid laten schijnen over mijn  verdriet of zorgen of angsten - kan ik daarna eigenlijk altijd getroost  of gesterkt weer aan de slag gaan.

Maar het is ook van belang eens te kijken wie Hij was voor de  apostelen. Dat zijn de mensen, die drie jaar lang intensief met Hem zijn  opgetrokken, die Jezus in veel verschillende situaties hebben  meegemaakt en daarmee al diens mogelijkheden hebben leren kennen. Zij  kennen Hem beter dan wij.

Petrus antwoordt, mede namens de andere apostelen: Gij zijt de  Gezalfde van God. Nu zegt ons dat op het eerste gehoor misschien niet zo  veel. Maar wij moeten goed weten, dat in het Oude Testament de titel  ‘de gezalfde van God’ heel belangrijk was. ‘De gezalfde van God’ was  degene, die door God was uitgekozen, persoonlijk, en gezonden werd om in  Naam van God een heilswerk te volbrengen. Wie naar de gezalfde  luisterde, luisterde naar God zelf. Hij was de gezant van God.

De titel werd ook door koningen gevoerd, omdat ook zij door profeten  met heilige olie werden gezalfd. En zo zijn er heel wat koningen  geweest, die de joden dichter bij God hebben gebracht, maar Jezus  Christus is dan Dé Gezalfde, de beloofde Redder, Gods eigen Zoon.

Er zijn in de loop der eeuwen veel grote mensen geweest, die  belangrijke dingen hebben geleerd over het leven, over goed en kwaad,  over hoe wij kunnen komen tot een wereld van vrede.

Maar, wij, christenen, hebben een wel heel bijzondere leermeester.  Niet alleen omdat Hij Gods eigen en enige Zoon is, maar ook in die zin,  dat Jezus Christus geleden heeft omwille van ons, mensen. Het waren niet  alleen maar mooie woorden, die Jezus sprak, het was niet alleen een  goed voorbeeld, dat Hij gaf, nee, Hij gaf zijn leven. Hij nam de  menselijke schuld op zich en maakte voor ons de weg naar de eeuwigheid  vrij. Zonder Jezus Christus zou geen mens in eeuwigheid gelukkig kunnen  worden.

Die  eeuwigheid zullen wij bereiken als wij Jezus op zijn levensweg proberen  te volgen. Hij is dus toch ook ons voorbeeld, hèt voorbeeld. Hij is de  Weg, de Waarheid en het Leven. Hij zegt dan ook: Wie mijn volgeling wil  zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en door elke dag  opnieuw zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het  verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het redden.

Deze weg, broeders en zusters, leidt tot de eeuwige vrede, maar leidt ook tot vrede in deze wereld.

Soms kun je dat met heel eenvoudige middelen bereiken. Afgelopen  woensdag had Alberto di Tullio uit Boiano uit de buurt van Napels in  Italië, een jongen met het syndroom van down, de dag van zijn leven,  toen paus Franciscus hem in de stoel - een draaistoel - van de  pausmobiel liet plaatsnemen. Eenmaal gezeten draaide de paus hem een  aantal keren voorzichtig rond. Wat zal dit blijk van liefde en aandacht  hebben bewerkt in het hart van deze jongen, in de harten van de  duizenden mensen, die toekeken!? Hoe veel mensen zullen in hun eigen  situatie en op hun eigen manier de paus gaan navolgen?

Er is nog een belangrijke manier om leerling van Jezus te zijn.

Wij kunnen allemaal weleens een beetje boos worden om wat mensen  zeggen en doen. Soms zijn de woorden van mensen ongelukkig gekozen. Zij  kunnen zowel goed als verkeerd uitgelegd worden. Maar soms kunnen wij  merken, dat mensen - zonder enige aanleiding - uitgaan van de verkeerde  uitleg. En dan kijkt men kwaad, of worden relaties zelfs verbroken.

Wie van ons heeft er nog nooit iets ongelukkigs gezegd en is dan niet  blij, dat andere mensen onze zwakheid verdragen? Wij, mensen, waren  voor Jezus Christus letterlijk een kruis. En Hij heeft dat kruis op zich  genomen. Maar wij kunnen soms ook voor elkaar een kruis zijn. Wij maken  elkaar het leven soms erg moeilijk.

Jezus zegt: Neem dat kruis op je. Draag het. Dan ben je mijn  leerling. Dan zit je op die weg van lijden naar dood èn verrijzenis.

Broeders en zusters, er zijn in onze omgeving heel wat gebroken  relaties, en dan heb ik het niet allereerst over mensen, die niet meer  hier naar de kerk komen of over echtscheidingen, maar ook over familie-  en vriendenrelaties, die al jaren lang verbroken zijn vanwege..., tja,  vanwege wat? Eén of twee ongelukkige opmerkingen?

Op onze website staat hierover een heel goed artikel van de Belgische  columnist Mark van de Voorde. Het heet “Onderkanters boven!” Ter lezing  aanbevolen!

Wij waren voor Jezus een kruis. Wij zijn het soms nog steeds voor  elkaar en voor anderen. Laten wij dat kruis op ons opnemen. Laten wij  elkaar dragen en verdragen. Het doen soms pijn, maar het is de enige weg  tot vrede. Het is de belangrijkste manier om te laten zien, dat wij  echt geloven in Jezus als de Gezalfde van God, de lijdende dienaar van  de Heer.

Laten wij eraan denken, dat wij door ons doopsel en vormsel - en ik  ook nog door mijn priesterschap - ‘gezalfden van de Heer’ zijn, door God  persoonlijk geroepen en gezonden om aan de vrede mee te werken. God  verwacht dit van ons. En Hij geeft in de sacramenten ook de middelen om  het te kunnen. Proberen wij de komende week er echt te zijn voor onze  naasten. Misschien dat wij onszelf een beetje verliezen. Maar  uiteindelijk zullen wij alleen maar winnen. Amen.