Tijd door het jaar (C)

Geruime tijd geleden kwam een klooster leeg te staan, waar de gemeente een Domus-huis wilde vestigen. Het was bedoeld om mensen die een gevangenisstraf hadden uitgezeten woonruimte aan te bieden, waardoor zij de overstap naar de maatschappij gemakkelijker zouden kunnen maken. Het merkwaardige was dat bewoners in de buurt wellicht voorheen de mening waren toegedaan dat deze mensen geholpen moesten worden bij hun terugkeer naar het gewone leven, maar nu reageerden zij afwijzend omdat alles toch wel heel dichtbij kwam. Allerlei argumenten werden aangedragen om deze plannen te boycotten. Schijnbaar is het voor mensen moeilijk om personen, die in de fout zijn gegaan, een stuk vertrouwen te geven en de kans om weer te integreren in de maatschappij. Allerlei argumenten werden aangedragen zoals de veiligheid van de kinderen, de rust van de omgeving en de vrees voor overlast. Ten diepste lag hieraan ten grondslag dat men schijnbaar niet met iedereen wat te maken willen hebben.

Jezus stond open voor iedereen. Er komt een vrouw in beeld, die geminacht werd door de gegoede klasse. Zij leidde een leven in de ogen van de mensen een losbandig bestaan. Haar leven bestond jarenlang uit een vrijheid, die los stond van alle verbanden. In plaats van daarin geluk te vinden had zij gaandeweg ervaren dat zij steeds meer alleen kwam te staan. Mensen die uit waren op kortstondig plezier zochten contact met haar en lieten haar daarna weer aan haar lot over. Het woord zondigheid werd in haar leven zeer concreet. Het leven dat zo mooi had kunnen zijn, had ze verknoeid. De liefde en vriendschap die juist aan het leven zo'n diepe inhoud geven, had zij misbruikt. Daardoor was niet alleen de band met mensen steeds meer stuk gemaakt, maar ook de band met God. In haar grote eenzaamheid zocht zij een uitweg bij Jezus die te gast was bij een nette familie. Hij werd beschouwd als iemand die zich niet ophield aan mensen van lager allooi. Toen de vrouw, die als zondares bekend stond, zich bij Jezus voegde en haar tranen de vrije loop liet, was de gastheer vol verbazing. "Is Jezus zo'n wereldvreemd figuur dat Hij niet ziet wat dit voor een vrouw is. Zo'n ordinair type stuur je toch meteen weg?". Toch heeft Jezus in deze situatie iets goeds te melden aan de aanwezigen. Doordat deze vrouw spijt heeft van haar gedrag en zich wil bekeren komt zij tot een groter geloof en grotere liefde. Vergeving wordt ervaren als een kostbaar geschenk. Dit in tegenstelling tot de mens die zonder veel hoogte- en dieptepunten in het leven gestaan heeft. Degene die 'van zonden wordt vrijgesproken' ervaart aan den lijve wat het betekent om Gods liefde te ontvangen. Iemand die nooit om vergeving vraagt mist die ervaring. Jezus laat zijn gastheer zien dat je mensen nooit van je af moet stoten.

Dat hoort ook praktijk in onze Kerk te zijn. Het sacrament van boete en vergeving heeft vaak alleen maar gefunctioneerd als een privégebeuren tussen priester en penitent. Het terug mogen keren naar de gemeenschap bleef onderbelicht. In de jonge kerk zien wij dat mensen die gezondigd hadden openlijk in de gemeenschap hun fouten erkenden en vroegen om vergeving. Het opnieuw toelaten in de gemeenschap leert ons dat bij vergeving van zonden de betreffende persoon niet langer een buitenstaander blijft. Hij mag er weer bij horen en een nieuw leven leiden. Niet alleen vindt er verging plaats door medemensen, maar ook God geeft deze persoon een nieuwe kans. Mensen van het Domushuis, die geleerd hebben van hun verleden en oprecht vragen om een nieuwe kans, zijn voor de omgeving een geweldige uitdaging voor een christelijk gebaar. Niet altijd is het gemakkelijk om vertrouwen te schenken. Toch is het moeite waard om mensen de kans te geven zich opnieuw thuis te voelen in onze kring en de kans te geven om hun beste krachten te gebruiken. Dat heeft Jezus ons voorgedaan.